enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Het schemert, en
Waar 'k peinzend langs de golven ga
En peinzend naar hun ruischen hoor,
Ruischt al hun vloed mij schuimend na
En wischt mijn spoor.

Het schemert, en
Waar 'k wijkend het getij beleef,
Ruischt het getijde op mij aan
En wischt wat 'k in mijn hart beschreef -
Wat 'k heb gedaan.

Het schemert, en
In 't ruischend wit getijde zie 'k
Een bleeken, vreemd geworden geest -
En 'k peins naar wie ik was - naar wie 'k
Eens ben geweest!

Hij wist niet wat hij zonder sigaretten
Of wat hij zonder schaken moest beginnen
Hij schaakte om de zinnen te verzetten
En rookte om de zetten te verzinnen

Kees Torn (1967)

Het feest van oudejaar, met drank en eten
Met tranen, kussen - vuurwerk bovendien
Het meest uitbundig vierde dat misschien
Mijn ome Niels - ik zal hem nooit vergeten

De laatste keer nog, na een glas of tien
Was hij weer zo rumoerig en bezeten
Alsof hij van tevoren scheen te weten
Dat hij het nieuwe jaar maar kort zou zien

't Werd twaalf uur, het vuurwerk spatte rond
Oom joeg de brand in een van zijn sigaren
En stak daarmee zijn rotjes aan, maar toen...
Hij wierp iets weg, hij stak iets in z'n mond
Om met een klap, een doodklap te ervaren
Dat hij dat andersom had moeten doen

Ivo de Wijs (1945)

 
        In 't klein café zitten nu tien personen,
        'k Heb ze een voor een zorgvuldig nageteld:
        twee kruideniers, één visboer en zes zonen
        van brave burgerlui met zeer veel geld.
        Ze spelen kaart of dobbelen en praten,
        ze zijn luidruchtig, stevig en gezond.
        Moeder Fortuin zal nooit hun dak verlaten,
        ze hebben huizen, aandelen en grond.
        Ze zijn zo blij dat Christus is geboren,
        en blijder nog, dat zij geboren zijn.
        `Minuit Chrétiens' de stralende englenkoren
        zingen den lof van 't leven en den wijn.
        Ze zijn ten slotte niet onsympathiek
        die dwaze stumpers door hun tijd verblind.
        - Wordt een van hen vandaag of morgen ziek,
        dan schreit hij om zijn moeder als een kind.
        Jan van Nijlen (1884-1965)

 

Ik werkte naarstig bij 't fornuis
En kookte consommé
Daar had ik knikkers in gedaan
En zeven lepels thee.
Daar dreven stukjes lever in
En een bouquet garni,
Een veter en een vijgeblad
En schijfjes zoute knie.
Ik deed er zinkzalf in en was
En zeewier en azijn,
Twee lepels lijm, drie staafjes lak,
Vier maatjes terpentijn,
Een handvol hooi, een half ons klei
En drie pond zoute vis,
Twee rollen bloemetjesbehang,
Een halve fles vernis.
Ik roerde er een briefkaart door,
Een fietsbel en een bril,
Het staartstuk van een zondebok
En een kininepil.
Maar toen ik Mientje proeven liet,
En naar haar oordeel vroeg,
Riep zij: 'Jij aap! Je leert het nooit.
Het is niet zout genoeg.͛

Daan Zonderland (1909-1977)
uit: Redeloze Rijmen (1952)

taal in de zorg 211116JE7676a

 

Maatwurk Ondersteuning

Ciska Noordmans

Het is rustig als we door de transparante deur van de directiekamer, de werkplaats van Maatwurk Ondersteuning, naar binnen gaan. De mensen zijn aan het werk, maar de zaagmachine gaat meteen uit. ‘Dat is de afspraak’, vertelt Jetze de Vries. ‘Als we met bezoekers in de werkplaats zijn, gaan de machines uit, anders kunnen we elkaar niet verstaan. Dat is ook maatwerk.’ Jetze de Vries is een van de twee directieleden van Maatwurk Ondersteuning in Gorredijk. Hij houdt zich bezig met het personeel en alles rondom de productie. Onno Hofstra is de andere kapitein op het schip en heeft o.a. het beleid, de zorg en de ICT onder zijn hoede.

“De mensen hier zijn allemaal bijzonder en uniek”

‘Maatwurk dekt precies de lading van alles wat hier gebeurt’, legt Onno Hofstra uit. ‘We leveren diensten op maat, maar ook de producten. De mensen die hier werken, zijn allemaal bijzonder en uniek. Ze hebben een hulpvraag, waar wij ‘op maat’ mee omgaan. Wij bieden hun werk en begeleiding die bij hen past.’
Maatwurk Ondersteuning is niet een bedrijf zoals alle andere. Hier zijn mensen aan het werk met een verstandelijke beperking, met het syndroom van Down, mensen met niet-aangeboren hersenletsel en mensen die kampen met een psychische aandoening. De laatste groep is ook een bijzondere. Deze werknemers hebben soms een hbo- of universitaire opleiding, maar kunnen toch niet optimaal functioneren in het dagelijkse bedrijfsleven.

De beide directeuren zetten taal bewust in als middel om te communiceren. Onderling communiceren zij in het Fries en met de cliënten die zich het beste in deze taal uitdrukken ook. Nederlandse moedertaal sprekers worden in hun eigen taal benaderd. In een gezamenlijk overleg met ouders, wordt het Nederlands ingezet. Niet vanwege de hogere status maar simpelweg omdat niet alle ouders het Fries machtig zijn, en het van belang is dat iedereen de boodschap over het functioneren van zijn of haar kind meekrijgt.
In de contacten met bedrijven ligt dat anders. ‘Ik begin altijd in het Nederlands’ vertelt Jetze de Vries, ‘ik moet eerste even aftasten of de ander het Fries machtig is’ verontschuldigt hij zich. Onno Hofstra gaat op zijn gevoel af en maakt een inschatting van zijn gesprekspartner. Of hij er weleens naast zit? ‘Nee, meestal klopt het’ onderstreept hij zijn handelen. Fries maakt de communicatie gemoedelijker, ‘eigener’ vertelt Onno. Niet alleen taal heeft invloed op de communicatie maar ook kleding kan het verschil maken. Een man in pak roept een ander taalgebruik en een andere voorkeurstaal op dan een man in overal, zo ervaart het directeurskoppel.


Jetze de Vries: ‘Maatwurk Ondersteuning geeft een plek aan cliënten om de dag zinvol door te komen, de “dagbesteding”. Van hen verwachten we geen productie. Dat betekent dat zij aan de slag gaan in de werkplaats of in de groenvoorziening. Ook zij hebben begeleiding nodig. Sommigen moeten wat afgeremd worden en anderen krijgen een duwtje in de rug. In tegenstelling tot de cliënten voor de dagbesteding zijn hier ook werknemers die meer arbeidsmatig bezig zijn. Zij moeten voldoen aan eisen op het gebied van kwaliteit, tempo en productie. En als het in hun mogelijkheden ligt, kunnen zij diploma’s en certificaten halen voor bijvoorbeeld het werken met de zaagmachines.’

‘Het is voor onze werknemers belangrijk dat zij structuur aangeboden krijgen, dat zij weten wat van hen wordt verwacht. In deze structuur kunnen de mensen elkaar ontmoeten, kunnen zij meedoen in het arbeidsproces, ontstaan er vriendschappen en kunnen zij zich aan de ander optrekken’, vult Onno Hofstra aan. ‘Bij ons worden mensen van verschillende niveaus aan elkaar gekoppeld. Degene met het laagste niveau kan bijvoorbeeld de schroeven aangeven, terwijl de andere de kast in elkaar zet. Samen maken ze de kast en zijn zij trots op hun aandeel. De ene als begeleider en de ander als assistent.’
Bij Maatwurk kunnen cliënten aangeven of ze liever in het hout, in de groenvoorziening of in de supermarkt willen werken. Begeleiding bij een extern bedrijf kan ook. ‘De juiste plek hangt niet alleen af van de eigen voorkeur, maar het karakter speelt ook mee’, zegt Jetze de Vries. ‘Het werken met machines vraagt nogal wat van mensen en soms is het verstandiger als cliënten eerst een poosje met ander werk beginnen, zodat zij routine, rust en structuur ervaren.’

In de werkplaats lopen de werknemers in en uit. De leeftijd varieert van schoolverlater tot AOW’er, maar de jongvolwassenen hebben de overhand. Er zijn overwegend jongens en een klein aantal meiden bij Maatwurk actief. Ieder op z’n eigen plek. Allemaal dragen zij herkenbare kleding: een rode sweater of T-shirt met de opdruk ‘Maatwurk’ op hun borst. ‘Ik draag Maatwurk op mijn hart’, zegt Henk, die onder anderen de catering en de boodschappen voor zijn rekening neemt. ‘Maatwurk is het mooiste bedrijf dat er bestaat.’ Hij klopt met zijn hand op het logo van zijn trui, tilt z’n trui op en laat het T-shirt zien met hetzelfde logo erop. ‘Op het hart’, benadrukt hij nog eens. Hij glundert en is zichtbaar trots op zijn plek in deze mini-maatschappij.

“De cliënten worden het meest geraakt wanneer jij hun taal spreekt”

‘Maatwerk leveren we ook wat de taal betreft’, vult Onno Hofstra aan. ‘De cliënten die Fries spreken, spreken we in het Fries aan en Nederlandstaligen benaderen we in hun eigen taal. De cliënten worden het meest geraakt als jij hun eigen taal spreekt. Dat betekent dat je de taal aanpast. Nederlands of Fries, maar ook de woordkeuze beïnvloedt de sfeer en hoe we met elkaar omgaan. Harde woorden doen andere dingen met zachtmoedige mensen als met mensen die wat minder gevoelig zijn. En niet iedereen is opgegroeid met dezelfde woordenschat of in hetzelfde milieu natuurlijk. Bij Maatwurk proberen we aan te sluiten bij de mensen, hen te sturen en, als het mogelijk is, naar een hoger niveau te tillen. Maar alles op maat natuurlijk!’

Als mensen gaan trouwen, wordt vaak gezegd dat ze een boterbriefje gaan halen. Oorspronkelijk heeft het woord echter een minder vrolijke betekenis. Het was bedoeld voor de zwakke mensen in de samenleving.

Het boterbriefje was een kerkelijke vergunning om tijdens de vastenperiode toch boter, kaas, eieren en vlees te kunnen eten. Mensen die lichamelijk te zwak waren om zich aan de vastenregels te houden, konden hier door middel van het briefje een ontheffing voor krijgen. Later werden ook andere officiële documenten aangeduid met het ‘boterbriefje’, zo ook de trouwakte.
Dat de benaming ook spottend voor in het huwelijk treden wordt gebruikt, zou ook kunnen komen door de vergelijking van het consumeren van vlees met de consumptie van vleselijke gemeenschap na het huwelijk. Vroeger was het namelijk veel meer dan nu gebruikelijk dat men pas het bed met elkaar deelde nadat er getrouwd was.

Andere verklaringen
Er is nog een ander verklaring voor de herkomst. Het begrip zou namelijk uit de Eerste Wereldoorlog komen, toen – door de schaarse goederen – het bonnensysteem werd ingevoerd, dat ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kon je meer bonnen krijgen, als je meer kinderen had. Om aan te tonen hoeveel kinderen je had, moest je je trouwboekje meenemen, waar de kinderen stonden aangetekend. Daardoor werd het trouwboekje ook een soort boterbriefje.