enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Eens kende ik een meisje, en haar voornaam luidde Ank
Ze woonde heel geriefelijk, ze werkte op een bank
Haar uiterlijk was goed verzorgd, haar silhouet was rank
Haar tierenheid was goeder en haar moedigheid was lank
Toen kwam ze in contact met de gewoontedrinker Hank
Nu is ze uitgezakt en ze verspreidt een scherpe stank
Geen doel meer in het leven en geen brood meer op de plank
En mensen, dat komt ongetwijfeld van de drank

Horloges lopen achter en athleten lopen mank
En Groenevelt is rood maar het Oranjehuis is blank
Mijn buur houdt honden uit de slaap met klagelijk gejank
Een Duitser wordt malade en een Fransman voelt zich krank
Gazellen worden moddervet en varkens worden slank
Een vlieg lijdt soms aan kanker maar een vlieger heeft geen kank
Een panter is vaak pienter maar een pienk is nooit eens pank
En mensen, dat komt alles ongetwijfeld door de drank

Ik drink niet voor de aardigheid, dat zeg ik vrij en frank
Ik drink wel voor het middaguur, en tegen wil en dank
Ik wiegel en ik waggel en ik zwijmel en ik zwank
Van havenkroeg naar dorpscafé, van Brest naar Wildervank
De tranen stromen langs mijn wang, en daarna langs mijn flank
Ik zie geen sprankje hoop meer, ja niet eens een hoopje sprank
En uit mijn keelgat komt nog slechts een kloeierige brank
En dat komt ongedrankeld van de twijf

Drs. P (1919-2015)

helicopter umcg 239hhwyh

 

In noodsituaties is taal van groot belang. “Elkaar goed verstaan kan letterlijk van levensbelang zijn”, weet Janneke Mollema, verpleegkundige op de traumahelikopter van het UMCG in Groningen. “In stressvolle situaties val je automatisch terug op je moedertaal. Dat geldt voor patiënten, maar ook voor hulpverleners.”

Ze heeft al vijftien jaar het mooiste beroep van de wereld. Janneke Mollema vliegt als verpleegkundige op de traumahelikopter van ziekenhuis UMCG in Groningen. “Ik heb twee taken”, vertelt ze. “Wanneer we vliegen, help ik de piloot onder andere met de navigatie. En wanneer de rotorbladen stilstaan, help ik de dokter bij zijn of haar werkzaamheden. Mooier werk dan dit is er niet.”

Een goede talenknobbel
Met Friesland, Groningen, Drenthe, de kop van Overijssel, de Waddeneilanden en een deel van Noord-Duitsland als werkgebied komt Janneke iedere dag heel wat talen tegen. Het was bij de selectie voor deze baan dan ook een eis dat ze Nederlands, Engels en Duits kon verstaan en spreken. “Daar komt bij dat ik ook het Fries en Gronings kan verstaan en spreken. Net over de grens met Duitsland kun je je met plat-Gronings bijvoorbeeld heel goed redden.”

Taal heeft altijd al een rol gespeeld in haar leven. Geboren in een tweetalig gezin met een vader uit Groningen en een moeder uit Friesland groeide Janneke op met drie talen. “Wij spraken thuis Nederlands met elkaar, Gronings met mijn vaders familie en Fries met mijn moeders familie. En op school koos ik een talenpakket met Duits, Frans en Engels. Ik heb gelukkig een aardige talenknobbel. Daar doe ik tot op de dag van vandaag mijn voordeel mee.”

“In een stressvolle situatie vallen mensen bijna altijd terug op hun moedertaal”

Ogen en oren van de dokter
Als verpleegkundige is Janneke niet alleen de rechterhand van de dokter, maar ook zijn of haar ogen en oren. “Wij komen ergens waar ellende is. Meestal is het ambulanceteam al ter plaatse, die de eerste contacten met de patiënt en omstanders heeft gemaakt.
Aan mij de taak om de dokter te helpen waar dat nodig is. Soms kan dat bijvoorbeeld door als tolk te fungeren tussen de dokter en de patiënt en zijn familie. Sommige van onze dokters zijn minder goed in streektalen, waardoor wij als verpleegkundigen onmisbaar zijn in de communicatie.”

In een stressvolle situatie vallen mensen bijna altijd terug op hun moedertaal, weet Janneke. “Dat geldt niet alleen voor patiënten, maar ook voor hulpverleners. Dat komt door de spanning, dan denk je er niet meer bij na en ga je automatisch terug naar je eerste taal.” Het spreken en verstaan van die taal kan daarom een geruststellende werking hebben, merkt ze in de praktijk. “Ik spreek soms opzettelijk terug in het Fries of Gronings om zo de paniek of stress weg te nemen. Daar gebruik ik taal heel bewust voor.”

“Ik spreek soms opzettelijk terug in het Fries of Gronings om zo de paniek of stress weg te nemen”

Tweetalige plaatsnamen
Ook het contact met andere hulpverleners gaat veelal in de eigen moedertaal, vertelt Janneke.
“Hulpverleners zoals de ambulance, brandweer en politie kennen elkaar meestal zo goed dat ze automatisch Fries, Gronings of Drents met elkaar spreken. Dat kan voor ons team soms nog een hele puzzel zijn. Daarom is Nederlands de voertaal bij de algemene communicatie tussen hulpverleners. En ook in de helikopter praten we Nederlands, om misverstanden te voorkomen.” Eenmaal in de lucht is het contact dat de piloot heeft met de vliegtoren in het Engels. “Bij het vliegen hoort vakjargon in het Engels. Nog een ‘taal’ die ik moest leren”, glimlacht ze.

Geen baan die zo meertalig is als die van Janneke. Toch heeft meertaligheid ook zijn nadelen in het werk, merkt ze. “Waar we wel eens tegenaan lopen is de tweetaligheid van plaatsnamen in het Fries. Bijvoorbeeld: van de meldkamer krijgen we de opdracht om naar Húns te vliegen. Maar ons navigatiesysteem kent die plaatsnaam niet. En wie bedenkt nou dat het in het Nederlands Huins moet zijn? Dat is wel eens lastig. Maar gelukkig kunnen we ook navigeren op basis van een postcode. Dus het komt altijd goed.”

Nynke van der Zee

Kruidenier Niessink schepte met gemak
enorme slierten zuurkool in een zak.
Hij gaf mijn buurmeisje en mij een keer
plaatjes cadeau, doorzichtig en heel teer,
het ene rood, het andere groen. Of blauw?
Op beide plaatjes stond een boerenvrouw,
trots, in zowat dezelfde keuken, maar
legde je die plaatjes op elkaar,
dan werd het één tafereel, zo echt, zo diep,
alsof je zelf dwars door die keuken liep.

Geschiedschrijvers blijven datzelfde doen:
steeds een nieuw heden op het oude toen,
en het verleden wordt zo klaar als glas
en dieper dan toen ’t zelf nog heden was.
Men varieert de plaatjes eindeloos:
Romeinen, Grieken, ridders, farao's,
of, ’t allermooiste toch, de eigen jeugd,
waarvan ons misschien nog wel veel meer heugt
dan er ooit was, in ’t wijde vergezicht
van de ene prent die op de andere ligt.

Willem Wilmink (1936-2003)
uit: Javastraat (1993)



   

        Toen de laatste razzia door Rotterdam
        raasde was mijn vader zestien jaar
        en vijf maanden. Nog net te jong
        voor de Arbeidseinsatz.

        Ik stel me de lege straat voor,

        het geluid van laarzen in de kamer.
        Een soldaat spuugt op zijn persoonsbewijs,
        Steh' auf! Je ziet er jong en sterk uit.

        Ik stel me voor, nee dat lukt me niet,

        dat deze regels niet door mij –
        zoals zoveel bladzijden onbeschreven,
        zoveel levens afgebroken

        Eric van Loo (1957)

        uit: De regels van het spel (2016)

 De liefste sluimert naast mij in het kruid.
        Onder mijn arm door lig ik naar haar te staren.
        Soms laat de wind haar zachte lange haren
        strelen over mijn rug, mijn naakte huid.

        Ik luister naar het ijl ruisend geluid

        – mijn adem gaat in rythme met de hare –
        naar het verre doffe bruisen van de baren
        en naar een wulp, die schor, weemoedig fluit.

        Er ligt een wijding over het ongerepte land.
        Het is te stil om veel en snel te praten,
        enkel een zoen, heel vluchtig op haar hand.


        De zilte schorren en het wijde zand
        zijn aan ons twee alleen overgelaten.
        Er is geen einder en geen overkant.


        Hans Warren (1921-2001)

Poezië/Taal

Toen ik verloofd was met René

die zoveel hield van Hemmingway,
las ik het werk van Hemmingway
omdat dat werk me zoveel dee.
Maar toen het uit was tussen ons,
toen kreeg ook Hemmingway de bons.

Daarna was ik met Guus verloofd
en kende Ibsen uit mijn hoofd.
Later, met Peter, hield ik zo
enorm van Valéry Larbaud.

Maar ik ben nooit verloofd geweest
met iemand die Homerus leest,
en ik heb nooit een man bemind
die Rabelais het hoogste vindt.

En dus zijn er nog verscheiden gaten,
helaas, in mijn cultuur gelaten.
Ik hoop nog altijd op Pascal,
maar wat dan ook, in elk geval:

hoe meer het aantal liefdes stijgt
hoe meer ontwikkeling men krijgt.

Annie M.G. Schmidt (1911-1995)
uit: Die van die van u (2014)