enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Een paar Hollanders zakken door het ijs. Een Fries boer die het tafereel heeft gevolgd: “Ik zei nog zo: it ken net.” Deze reclame van Berenburg is waarschijnlijk het allerbekendste voorbeeld van een mop waarin mensen uit de Randstad en de provincie verstrikt raken in een spraakverwarring.

Een Groninger zit op de boot van IJmuiden naar Newcastle. Hij gaat 's avonds buiten op het bovendek zitten en kijkt uit over de zee. Het is een heldere nacht, het is windstil en de hemel staat vol sterren. Een Engelsman komt naast hem op het bankje zitten. Na een kwartiertje zegt de Engelsman: ''Quiet night.'' De Groninger kijkt even stil voor zich uit. Dan schudt hij zijn hoofd en antwoordt: ''Kwait ook nait.''

Het is bijna aandoenlijk: een Groninger die verwacht ver van huis nog altijd in zijn eigen dialect te worden aangesproken. Daardoor hoort hij in de Engelstalige opmerking ''quiet night'' een ­misschien filosofisch bedoelde - ontboezeming in plaats van een voor de hand liggende ijsbreker over het weer.

Bron: Onze Taal

Laat in de nacht, wanneer ik droomend door het venster staar,
roepen uit hooge luchten onzichtbaar overgaande ganzenvluchten;
een zwak gekrijsch, dat zwelt en gaat teloor.

Nauw drijven door de duisternis geruchten;
de zomernacht is zwoel en drachtig.
Voor de sterren hangt een nevelwaas.

Ik hoor de donkere aard’ in diepen sluimer zuchten.
Ay, vreemde vogelen, die komt overzweven
en ongestoord de breede vlerken vouwt in landen waar nog vredig volken leven,

Vertelt hun, hoe men hier den vrede rouwt
en welk een ongeluk de menschen lijden
die d’overgaande trekganzen benijden.

N.E.M. Pareau (1906-1981

De deur zwaait open. Daar is Ytsje Kramer, jeugdverpleegkundige bij GGD Súdwest-Fryslân, bij de meesten bekend als het consultatiebureau en met een onderkomen in de Thomas van Aquinoschool in Sneek. Wij lopen door de wachtkamer en het kantoor van de assistente naar Ytsjes werkkamer. ‘Hierachter zit de arts van het consultatiebureau’, vertelt Ytsje. ‘Ouders komen met de kleine eerst bij de assistente. Daar worden ze gewogen en gemeten. Daarna gaan ze naar de verpleegkundige of de kinderarts.’


Hart voor zorg én taal
Het consultatiebureau heeft zijn domicilie in een wijk met veel verschillende nationaliteiten, waar soms ook sociaaleconomisch het een en ander aan de hand is. Ytsje zit al 25 jaar in het vak en is inmiddels door de wol geverfd. Ze oogt frêle, maar als zij over haar werk praat, vlammen haar ogen op. Aan alles merk je dat hier een dame zit met een hart voor zorg én taal.


Een steuntje in de rug
Als jeugdverpleegkundige komt zij soms in contact met ouders die een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Hiervoor heeft de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) de methode Stevig Ouderschap ontwikkeld. ‘Dat betekent in de praktijk dat problemen met de opvoeding en het opgroeien zo snel mogelijk worden gesignaleerd. Met voorlichting, begeleiding, uitleg en advies wordt geprobeerd problemen terug te brengen naar een normale situatie. Alles is gericht op het welzijn van het kind en de ouders. Kinderen moet immers veilig kunnen opgroeien’, volgens Ytsje. ‘Soms is dit een hele uitdaging. Hoe communiceer je met een moeder die alleen Sudanees spreekt*?’


Contact!
Als de kleine is geboren, zijn er doorgaans zes momenten waarbij de ouders en de verpleegkundige contact hebben: bij zes weken, drie maanden, een halfjaar, negen maanden, een jaar en anderhalf jaar. Soms is er ook al contact met de moeder tijdens haar zwangerschap. Een verwijzing gaat dan in goed overleg met de verloskundige of de huisarts. Ytsje bezoekt de aanstaande moeders thuis om te kijken hoe het gaat. Niet iedereen weet immers dat het contact tussen het kind en de moeder al voor de geboorte tot stand kan worden gebracht, bijvoorbeeld door te praten of een klein liedje te zingen.
Na de geboorte gaat de aandacht in de eerste plaats uit naar het contact tussen moeder en kind. Redden ze het samen en gaat het goed met de verzorging van de kleine? En natuurlijk, de ouders hebben bevestiging nodig: Top! Jullie doen het goed! Eveneens wordt er gekeken naar het contact van de vader en moeder met het kind. Want is niet elk contact verbonden met taal? Elkaar aankijken, lachen, aanraken én praten?
Welke taal spreken de ouders onderling?


Na drie maanden komen de ouders langs voor de tweede controle. ‘Ik begin altijd in het Fries,’ zegt Ytsje, ‘dan check ik even of de ouders mij begrijpen. De meesten geven aan dat ze niet in het Fries kunnen antwoorden, maar dat het verstaan prima lukt! Veel ouders komen samen naar het bureau. Als ze bij de assistente aanschuiven, merk je al gauw welke taal het stel onderling gebruikt en in welke taal met het kind wordt gesproken.’
Nederlands of bewust meertalig?


Ytsje: ‘Als de ouders Fries en Nederlands spreken, gaan we verder in op de taal. Soms geven ouders aan bewust Nederlands met de baby te spreken. Dan hebben ze in onderzoeken gelezen dat kinderen in het Nederlands de grootste woordenschat opbouwen. Ik moet dan altijd even uitleggen dat, wanneer kinderen met twee talen opgroeien, zij ook een woordenschat in twee talen opbouwen. Zoiets roept wel vragen op natuurlijk.’


Extra tijd
‘Om ouders beter te informeren heeft de gemeente Súdwest-Fryslân ervoor gezorgd, dat wij op het consultatiebureau nu tien minuten extra tijd kunnen inplannen. Er bestaan veel vooroordelen over het opgroeien in meer talen, zeker wat het Fries betreft. Toch merken wij ook, dat ouders de publicaties over onderzoeken die de voordelen van meertaligheid belichten, wel oppikken. Als zij horen dat meertaligheid het brein leniger maakt, dat kinderen er baat bij hebben als zij straks andere talen op school leren, dan zijn ouders al snel om’, aldus Ytsje.
Als deze groep tweetalige ouders na elf maanden weer met de kleine op het bureau verschijnt, is er extra tijd ingepland om dieper in te gaan op het taalgebruik. Ouders krijgen dan ook het Tomkeboekje en het Taalgroei-boekje mee om hen te stimuleren het kleine schepsel bewust meertalig op te laten groeien.


Taal en identiteit
Taal heeft allicht ook te maken met identiteit. Wie ben jij, waar hoor jij bij? In welke kringen kun jij of wil jij verkeren? En welke taal wordt er op het werk gesproken? Mensen die dezelfde taal spreken, begrijpen elkaar beter. Welke taal praat jij/u met jouw/uw cliënten?

Door: Ciska Noordmans

_________________________________________________________________________________________________________________________


Ytsje Kramer en haar collega’s hebben de Sudanese moeder met beeldtaal geïnformeerd over de verzorging van haar kleine meid. Een boek met foto’s en illustraties was hier de oplossing. Nu willen ze graag een app maken.

Hebben jullie in de zorg ook te maken met anderstaligen? Kijk voor tips op www.datwiedoesa.nl en typ ‘anderstaligen’ in het zoekvenster of kijk op www.datwiedoesa.nl/nl/beleid/zorgcentra/tips/in-gesprek-met-anderstaligen.

_________________________________________________________________________________________________________________________

Het grootste poëziefeest van het jaar strijkt weer neer in de Grote Zaal van TivoliVredenburg! 19 gevestigde dichters én nieuwe sterren aan het poëtisch firmament vertegenwoordigen gedurende één ‘Nacht’ het beste wat de Nederlandstalige dichtkunst in de brede zin te bieden heeft.
Muzikale en theatrale entr’actes nemen tijdens deze nachtelijke estafette het stokje meerdere malen over van de dichters. En het programma eindigt niet bij de deuren van de Grote Zaal. Strek even de benen, haal wat te drinken en wissel literaire en culinaire geneugten af in de vele rondgangen waar ook de traditionele boekenmarkt verrijst. Om vervolgens weer terug te keren naar de omarming van de Grote Zaal waar de dichters en jij, het publiek, elkaar steeds dieper de Nacht in leiden.

Dichters:
Jan Baeke, Charlotte Van den Broeck, Charles Ducal, Anna Enquist, Eva Gerlach, Tjitske Jansen, Joke van Leeuwen, Bart Meuleman, K. Michel, Marlene van Niekerk, Roos Rebergen, F. Starik, Anne Vegter, Christophe Vekeman, Edward van de Vendel.

Presentatoren: Piet Piryns & Ester Naomi Perquin

Meer dichtersnamen én de entr’actes worden de komende maanden bekendgemaakt. Traditioneel blijft geheim wie hoe laat optreedt. Altijd op de hoogte van het laatste nieuws?

Goed om te weten: de ‘Nacht’ duurt van 20.00 tot ±03.00 uur, maar het is geen standaard van A tot Z-programma: het evenement kent doorlopend een vrije inloop dus je bent vrij om te komen en te gaan wanneer je wilt.

34ste Nacht van de Poëzie
zaterdag 17 september 2016 | TivoliVredenburg, Utrecht

  Daar staat hij dan ergens midden
        in Frankrijk in de brandende zon
        waar Van Gogh zijn verstand verloor.

        De hemel een onmetelijk blauwe zee.
        Koren dat daar roerloos onder golft.
        Heerszuchtig boven dit alles de zon.
        En de kraaien. De kraaien.
        Stoer en luidruchtig als doden
        die uit hun graven zijn opgestaan.

        Daar staat hij in die verstikkende hitte.
        Zwijgend landschap vol geheimen.
        Oorlogen die hier werden gewonnen.
        Vrouwen die naakt zonnen in het gras.
        Een vesting op de top van een berg
        die ooit met olifanten werd veroverd.

        De trein in een flits verdwenen.
        Het stationnetje ver achter hem.
        Zijn reislust al bijna lachwekkend.


        Jacobus Bos (1943)
        uit: Alsof niemand hier onsterfelijk is (2016)

Geen klank
Een plank
Een zwarte, smalle plank.
'n Gele schijf —
Dat is haar lijf
Een gat
En wat is dàt?
Een dunne lijn? —
Dat zullen snaren zijn
En onderaan
Horizontaal
Een zwarte dikke streep

Zij hangt maar stil
En spreekt geen woord
Kent geen accoord

Ik heb een wil!
Ik heb een wil!!

I.K. Bonset (1883-1931) Theo van Doesburg

Als de Friezen ergens trots op zijn, naast hun provincie, dan is het hun taal. De officiële status ervan, de klank, de identiteit die ermee is verbonden. De taal onderscheidt Friesland vanouds van de andere provincies.
Vandaar dat het onderzoek van Geert Driessen, verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, met gemengde of zelfs ronduit vijandige gevoelens is ontvangen in deze eigenzinnige provincie.


Complexe taal
Driessen concludeert in zijn studie dat het ‘vijf voor twaalf is voor het Fries’. De taal wordt al lang niet meer automatisch overgebracht van vader/moeder op zoon/dochter. Zo dreigt het Fries volgens Driessen een langzame dood te sterven.
Vooral in stedelijke gebieden rukt het Nederlands op, mede of vooral vanwege het simpele feit dat veel Friezen daar relaties aangaan met partners ‘van buiten’, wier kennis van deze bjusterbaarlik (prachtig) complexe taal op zijn best rudimentair is.

Nieuwsuur spreekt met onderzoeker Geert Driessen en reisde af naar Friesland en spreekt er met zangeres en entertainer Nynke Laverman, gedeputeerde Sietske Poepjes (CDA) en bezoekt een drietalige basisschool in het dorp Marssum, waar het Fries nog altijd de boventoon voert.
Driessen vergeleek de uitkomsten van een grootschalig onderzoek in heel Nederland naar het gebruik van Fries, dialect of streektaal uit 1994 met een onderzoek uit 2014. In die twintig jaar nam het Fries dat kinderen spreken buiten het gezin, af van 44 naar 22 procent. Binnen het gezin zakte het percentage in die periode van 48 naar 32 procent.

En ook ouders onderling blijken minder Fries te spreken. Dit aandeel zakte van 58 naar 35 procent. De onderzoeker keek ook naar de opleiding van de ouders en constateert dat hoger opgeleiden (hbo of wo) minder vaak Fries met hun kinderen spreken dan lager opgeleiden.
Speerpunten

Het onderzoek van Driessen komt op een voor Friesland ronduit vervelend moment. De provincie bereidt zich voor op het evenement Leeuwarden, culturele hoofdstad van Europa 2018 en een van de speerpunten daarvan is nu juist het Fries.
De provincie wil vlammen, met zijn taal pronken en dan is een onderzoek als dat van Driessen niets minder dan een spreekwoordelijke slap yn it gesicht (klap in het gezicht).

Bron: Onze Taal