enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Een paar Hollanders zakken door het ijs. Een Friese boer die het tafereel heeft gevolgd: “Ik zei nog zo: it ken net.” Deze reclame van Berenburg is waarschijnlijk het allerbekendste voorbeeld van een mop waarin mensen uit de Randstad en de provincie verstrikt raken in een spraakverwarring.

Een Groninger zit op de boot van IJmuiden naar Newcastle. Hij gaat 's avonds buiten op het bovendek zitten en kijkt uit over de zee. Het is een heldere nacht, het is windstil en de hemel staat vol sterren. Een Engelsman komt naast hem op het bankje zitten. Na een kwartiertje zegt de Engelsman: ''Quiet night.'' De Groninger kijkt even stil voor zich uit. Dan schudt hij zijn hoofd en antwoordt: ''Kwait ook nait.''

Het is bijna aandoenlijk: een Groninger die verwacht ver van huis nog altijd in zijn eigen dialect te worden aangesproken. Daardoor hoort hij in de Engelstalige opmerking ''quiet night'' een - misschien filosofisch bedoelde ontboezeming - in plaats van een voor de hand liggende ijsbreker over het weer.
Bron: Onze Taal

Terug in de tijd met Dat wie doe sa
Door Ciska Noordmans

In Doniahiem in Sint-Nicolaasga wonen zestig ouderen. Behalve het zorgcentrum heeft Doniahiem ook een afdeling waar zeven mensen met dementie in een kleinschalige woonvorm wonen. ’s Morgens om 10.00 uur staat de koffie in de huiskamer klaar. De ruimte is gezellig ingericht met plantjes op een bruin dressoir en een zebravinkje in een kooi. Luid kwetterend laat hij van zich horen.
Hilde van Nijen is, samen met een vrijwilligster, op de groep om te assisteren met koffie, een spelletje of een verhaaltje. Het gaat natuurlijk om de gezelligheid en de interactie met elkaar.

Maar in welke taal gebeurt dat?
‘Dizze groep is, op in pear senioaren nei, hiel Frysktalich’, vertelt Hilde. ‘Minsken dy’t graach Frysk prate, sprekke wy oan yn it Frysk, mar jouwe minsken oan dat sy leaver Nederlânsk prate, dan switche wy mei nei it Nederlânsk. Dat is gjin probleem. Foar de aktiviteiten mei de Frysktalige bewenners brûke wy de materialen fan Dat wie doe sa. De filmkes op de dvd’s binne hjir favoryt. Net dat soks de foarkar fan de bewenners hat, mar net alle begelieders kinne like goed Frysk lêze as dat sy de taal prate. Sels moat ik in ferhaal yn it Frysk ek altyd eefkes tariede, foardat ik it foarlêze wol oan de groep. Minsken fine it moai as sy har memmetaal hearre. It fielt fertroud.’


Hilde: ‘Juster hawwe wy út de rige it boek ‘Beroppen’ út de kast helle. It berop fan ‘baakster’ wurdt dêr út de doeken dien.’ Mevrouw Plantinga was voorheen kraamverzorgster. ‘Wat in put wurk wie dat’, vertelt ze. ‘De froulju bleaune eartiids wiken op bêd lizzen. Dat joech in waskjen fan je heisa. No giet dat fansels oars’, vervolgt ze, ‘doe hiest ek slútlekkens’. ‘Jo hawwe my doe útlein wat dat binne, no?’, vult Hilde aan. ‘Dêr koest de froulju yn bewuolje (wikkelen) om oan te sterkjen nei de befalling’, zegt ze. ‘Prachtich om oer te fertellen!’ Mevrouw Plantinga gaat rechtop zitten, de schouders naar achteren en haar ogen glimmen. Wanneer een collega met haar dochter binnenkomt, valt mevrouw Plantinga stil. Haar ogen volgen de kleine meid. Vast en zeker gaat ze in gedachten terug naar de tijd dat zij op de kleintjes van de kraamgezinnen paste.

Vandaag wordt het beroep van bakker besproken met mevrouw Risselada uit Sloten. ‘Ik bin no 91 en ik ha 38 jier bakkersfrou west. Yn de winkel ferkocht ik bôle en koekjes. Earst allinne oan de bewenners fan Sleat, letter fansels ek oan de toeristen. Yn de simmer hie ik twa famkes yn tsjinst dy’t my holpen. O sa handich, want dy koene ek Ingelsk en Dútsk. Yn it begjin wie it allegear hânwurk, ju’, vertelt ze. ‘Moasten wy mei de koer te suteljen en letter gie myn man op de bakfyts by de doarren del. Moast er mei de pont nei de oare kant.’ Mevrouw Risselada heeft veel plezier als ze haar avonturen beschrijft. Haar hele gezicht straalt als ze vertelt. Wanneer zij daarna in het Nederlands wordt aangesproken, antwoordt mevrouw Risselada vlot in het Nederlands. Veel ouderen vinden het op latere leeftijd vaak lastig om de switch te maken naar hun tweede taal. En precies daarom heeft Dat wie doe sa materiaal gemaakt voor Friese moedertaalsprekers.

Dat wie doe sa is een van de projecten van de Afûk. Douwkje Douma is in augustus begonnen als projectleider van onder andere het project Frysk yn ’e soarch. Op de vraag voor wie Dat wie doe sa gemaakt is, vertelt Douwkje: ‘Om’t de lokaasjes en de sitewaasjes dy’t yn byld brocht wurde hiel werkenber binne, is it materiaal ynteressant foar elkenien dy’t belangstelling foar it ferline hat: âlderen, bern, bernsbern, mar ek foar mantelsoargers of professionals út de soarch. De ferhalen oer eartiids binne faak de kaai nei oantinkens út âlde tiden. Sa wurde der wer nije ferhalen ta libben brocht.’
Het materiaal is herkenbaar, komt uit de regio en is in het Fries. Volgens Douwkje is er behoefte aan dergelijk materiaal. ‘It is foar elkenien in moaie ûnderfining om oer it eigen libben te fertellen. Minsken wurde harren bewust fan de ûnderfiningen en prestaasjes út it ferline. Dat draacht by oan it selsbetrouwen en de eigenwearde. Hielendal yn dizze tiid, dêr’t safolle dingen digitaal en fluch geane dat in protte âlderen it gefoel hawwe as soene se net mear meitelle. En dat soks yn it Frysk is, is in pree. De measten fiele har mear fertroud as sy de eigen memmetaal prate kinne. Net allinne yn húslike sitewaasjes, mar ek yn sitewaasjes dat je ôfhinklik binne fan in oar. Wy sjogge dat it materiaal goed oanslacht by âlderen, mar in spesifike doelgroep binne de minsken dy’t ferjitlik wurde. Faak sjogge wy dat de no-tiid foar dy groep lestich is, mar de tiid fan doe is noch springlibben!’

Terug in de tijd met Dat wie doe sa Fotobureau Hoge Noorden

Fotobureau Het Hoge Noorden


---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Dat wie doe sa bestaat uit een reeks van zes boeken met verschillende thema’s: skoalle, beroppen, feest, klinke & drinke, sport en sjonge & spylje. In elk themaboek staan (voorlees)verhalen, spelletjes, gedichten en foto’s die aanleiding geven om herinneringen op te halen aan vroeger. Bij een aantal boeken zijn ook dvd’s beschikbaar. De filmpjes zijn grotendeels ook terug te vinden op de website www.datwiedoesa.nl en op de facebookside van Datwiedoesa.

Heeft de postbode u deze kaart bezorgd? Neem hem dan mee, u ontvangt van ons uw tweede kopje koffie gratis (maximaal vier personen)

(Ansichtkaart restaurant Dwingeloo)

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Tom Dragstra wil zo hoog mogelijk fluiten

De trompetter (over de ambitie van een jonge scheidsrechter)

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Eten van vrouwen beter voor milieu

(AD)

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bankkaart verloren, gestolen of ingeslikt?

Bel onmiddellijk naar Card Stop.

(Advertentie op internet)

 Dagelijks worden er zegswijzen en uitdrukkingen gebruikt waarvan de oorspronkelijke betekenis onbekend is. Wie denkt er bij ‘iemand in de luren leggen’ nog aan de doeken, waarin kinderen met Engelse ziekte werden gewikkeld om het kromtrekken van armen en benen tegen te gaan?

Veel uitdrukkingen die ontleend zijn aan dergelijke voorwerpen kan men tegenwoordig alleen nog in musea bekijken.

Aan de leiband lopen . Betekenis: zich door anderen laten leiden, niet zelfstandig zijn.

Verklaring: Een klein kind dat nog niet alleen kan gaan en staan moet aan de leiband lopen. Wij zouden nu zeggen: het kind moet een toom of looptuigje dragen. De koorden waarmee vroeger het kind aan de leiband liep werden op de rug aan de kleding vastgemaakt, of met banden om het lijfje gesloten. Soms droegen de kinderen bij het leren lopen ook een valhoed, een hoedje met een opgevulde rand, zodat zij bij een val het hoofd niet zouden bezeren.

Wie een rondje door de supermarkt maakt, kan zich vergapen aan de meest uiteenlopende producten. Alle producten hebben gemeen: prijs, gewicht, verpakking, houdbaarheidsdatum, doel, land van herkomst en niet onbelangrijk , ze hebben ook een naam. Iemand loopt bij Albert Heijn binnen en vraagt aan een medewerker: ”Kunt u me even helpen? Ik ben op zoek naar de vruchten van een boom van de soort ‘Coffea’, lekker gebrand en gemalen en een verpakking in die en die kleur”. Dat schiet niet op. Hij kan ook zeggen: “Waar vind ik de Perla Mild?”

Perla is een naam, weinig zeggend over het product – het kan net zo goed over bijouterieën gaan - maar veel producten hebben namen waarvan de betekenis wel degelijk iets prijsgeeft over het product. Immers, Dubbeldrank kun je drinken, op Knabbelnootjes moet je knabbelen en Glassex is er om glas schoon te maken. Nu is Engels de wereldtaal bij uitstek. Daarom krijgen veel producten Engelse aanduidingen. Ook daar ziet u dat de naam vaak een relevante betekenis heeft. Wake Up drinkt u wanneer u net wakker bent geworden; de mueslireep die Chrunchy heet is inderdaad krokant, en het aloude Sandwich Spread is een smeersel voor op de boterham.

Er zijn veel producten met merknamen die in het Engels iets betekenen, maar waarvan de betekenis niet altijd opvalt. Wie staat er ooit bij stil dat de naam van het wasmiddel ‘Dash’ in het Engels zowel ‘kleine hoeveelheid als snel bewegen’ betekent? Eigenlijk een mooie naam bij dit product: snel klaar en u heeft er maar weinig van nodig. Er is een sterk soort keukenpapier en een snoepreep die als naam het Engelse woord voor premie of bonus draagt: ‘Bounty’. En Vim (schuurpoeder) betekent in het Engels Pit/energie. (Overigens, bestaat Vim nog, of is het veranderd in Jif?) De naam Jif is gevormd van het Engelse jiff: momentje/korte tijd. En luiers kunnen er ook wat van: to pamper is verwennen, dus Pampers zijn verwenners; en to hug is knuffelen, dus Huggies zijn knuffeltjes.

Tenslotte een draak onder de productnamen: After-Tobacco (een stop-in-het-stopcontact apparaatje om tabaksluchten te verdrijven). Waarom een draak? Omdat het suggereert Engels te zijn, maar het niet is. Even een stapje terug. Het Spaanse woord tabaco, is in het Nederlands vervormd tot tabak, met een a als tweede letter. In het Engels is het vervormd tot tobacco, met een o als tweede letter. Het woord tabacco bestaat dus helemaal niet – niet in het Engels, en niet in het Nederlands. Hebben de naamgevers van After-Tabacco dit over het hoofd gezien, of hebben ze het willens en wetens gedaan?

H.A.H.



        Ben ik dat, met dat zitvlees en die bril
        en was ik anders als ik lenzen had gekozen

        noem het toeval, deze mens
        en het doelloze ontstaan een wonder

        nu ik er ben, kan ik niet meer zonder mij;
        is er een engel die om mij huilt of juicht?

        Ik weet niet hoe het begon of hoe het eindigt
        al zijn er regels en is er orde, dan nog

        ben ik vandaag wellicht mezelf, maar kan ik
        morgen vragen: was ik dat, gisteren?


        Marijke Hanegraaf (1946)
        uit: Ergens slapen de anderen (2016)

De uitdrukking ‘iets aan de kaak stellen’ houdt in dat je iets in de openbaarheid brengt wat je niet bevalt, bijvoorbeeld sociale misstanden of onethische praktijken. Minder bekend is dat je ook personen aan de kaak kunt stellen. Zij worden dan bespot of in het openbaar belachelijk gemaakt. En onder ‘kaak’ verstaan we nog wel meer dingen.


Oorspronkelijk betekende ‘kaak’ een platte ijzeren kooi, een stellage of steiger. Hierop bonden executeurs de misdadigers vast om hen te geselen of te brandmerken. En als de betreffende zondaar al dood was, werd diens lijk aan de kaak vastgemaakt en ritueel verminkt, met teer ingesmeerd en/of ontleed. Daarna bleven de restanten nog enige tijd hangen ter afschrikking, om vervolgens weg te rotten of ten prooi te vallen aan hongerige kraaien.

Vroeger stelde men de veroordeelden op de kaak en niet aan de kaak, omdat zij op het schavot moesten plaatsnemen. In de loop van de tijd veranderde de strafpraktijk en hoefden misdadigers niet meer op een verhoging plaats te nemen. De beulen bonden de persoon vast aan een paal, waarmee zij ‘aan de kaak gesteld’ werden. Zodoende heeft kaak ook de betekenis van schandpaal gekregen.

Kaakje als koekje
Duidelijk mag zijn dat ‘aan de kaak stellen’ niets te maken heeft met het zogeheten koekje ‘de kaak’, ook wel bekend als het Mariakaakje. En evenmin met de stellage waarmee deze koekjes verpulverd worden: de kaak als kauwscharnier oftewel de botten rond onze mondspleet.