enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

De uitdrukking ‘iets aan de kaak stellen’ houdt in dat je iets in de openbaarheid brengt wat je niet bevalt, bijvoorbeeld sociale misstanden of onethische praktijken. Minder bekend is dat je ook personen aan de kaak kunt stellen. Zij worden dan bespot of in het openbaar belachelijk gemaakt. En onder ‘kaak’ verstaan we nog wel meer dingen.


Oorspronkelijk betekende ‘kaak’ een platte ijzeren kooi, een stellage of steiger. Hierop bonden executeurs de misdadigers vast om hen te geselen of te brandmerken. En als de betreffende zondaar al dood was, werd diens lijk aan de kaak vastgemaakt en ritueel verminkt, met teer ingesmeerd en/of ontleed. Daarna bleven de restanten nog enige tijd hangen ter afschrikking, om vervolgens weg te rotten of ten prooi te vallen aan hongerige kraaien.

Vroeger stelde men de veroordeelden op de kaak en niet aan de kaak, omdat zij op het schavot moesten plaatsnemen. In de loop van de tijd veranderde de strafpraktijk en hoefden misdadigers niet meer op een verhoging plaats te nemen. De beulen bonden de persoon vast aan een paal, waarmee zij ‘aan de kaak gesteld’ werden. Zodoende heeft kaak ook de betekenis van schandpaal gekregen.

Kaakje als koekje
Duidelijk mag zijn dat ‘aan de kaak stellen’ niets te maken heeft met het zogeheten koekje ‘de kaak’, ook wel bekend als het Mariakaakje. En evenmin met de stellage waarmee deze koekjes verpulverd worden: de kaak als kauwscharnier oftewel de botten rond onze mondspleet.

Bak183 e1439324698419

Aan de bak komen – Foto: © Henk Boudewijns

Dagelijks worden er zegswijzen en uitdrukkingen gebruikt waarvan de oorspronkelijke betekenis onbekend is. Wie denkt er bij “iemand in de luren leggen” nog aan de doeken, waarin kinderen met Engelse ziekte werden gewikkeld om het kromtrekken van armen en benen tegen te gaan?

Veel uitdrukkingen die ontleend zijn aan dergelijke voorwerpen kan men tegenwoordig alleen nog in musea bekijken.

Aan de bak komen
Betekenis: De kansen krijgen waar men krachtens functie of werk recht op heeft.

Verklaring: De bak waarvan hier sprake is, is van oudsher de benaming voor de houten balie of kuip, waaruit een groep van zes tot acht man op een schip at. Wie niet aan de bak kwam kreeg zijn portie eten niet opgeschept. De groep mensen, die gezamenlijk uit één bak at, vormde tevens de kleinste georganiseerde groep mensen op een schip.

Een bekend Nederlands kinderliedje. Wie zong het niet op school… Maar waar gaat het kinderliedje eigenlijk over?

De herkomst van het liedje stamt uit 1831. De Zuidelijke Nederlanden wilden niet langer geleid worden door koning Willem I (1772-1843) en hadden een jaar eerder de onafhankelijkheid afgeroepen. Om de opstandige Belgen er weer onder te krijgen mobiliseerde koning Willem I een leger van zo’n 80.000 dienstplichtigen. Al deze militairen moesten echter wel een uniform met hoofddeksel hebben.

Het lukte niet om alle militairen op tijd van een leren en stoffen hoofddeksel te voorzien. Er werd daarom geïmproviseerd. Plattelandsschutters kregen een hoed gemaakt van papier, overtrokken met een wasdoek. Het hoofddeksel kreeg al snel de bijnaam ‘hoedje van papier’.

Herkomst

Wie het lied precies bedacht heeft is onbekend. Wel moet het lied ontstaan zijn rond de Belgische onafhankelijkheid.

Land in zicht was nooit een lied, maar wat zing je
als het mist? Iets treurigs, dat staat vast. Altviool,
mandoline of Turkse luit, kies maar, het maakt
niet uit. Viel het al iemand op dat snaarinstrumenten

de vorm hebben van een boot, dat je van muziek
kunt zeggen: als de zee is zij, eindeloos, nooit uitgeput?
Ze wiegt zichzelf, klaroent voor koningen en tooit
vol overgave jonge meisjes voor het eerst met heupen.

Maar wat zing je als het mist, als omgekeerd het land
de zee niet vindt? Vasco da Gama nam geen muzikanten
mee aan boord. Scheurbuik, tyfus en de steile winden
rond Kaap de Goede Hoop. Wie gek werd liet het leven.

Je houdt je dronken kop en gaat naar buiten. De mist
is een dikke muur die telkens wijkt. Wanneer ben je
vandaag beginnen zuipen? Je tast, je zwalpt, je zingt,
maar niets dringt door. Vergissen is wat spoort.

Koenraad Goudeseune (1965)
uit: Vet hart (2016)

Zijn sporen verdiend hebben

Betekenis: Bewezen hebben bepaalde kwaliteiten te bezitten en daarom recht hebben op een bepaalde positie.

Verklaring: Deze uitdrukking is ontleend aan de riddertijd. Werd een man tot ridder geslagen, dan ontving hij bij deze ceremonie een gordel en een paar vergulde sporen. De ceremonie van de ridderslag vindt haar oorsprong in een oud Germaans gebruik dat hiermee aantoonde dat een jongeman in staat was de wapens te dragen en hiertoe geschikt bevonden was.

De bijna veertig jaar geleden overleden schrijver en tv-persoonlijkheid drukte jarenlang zijn stempel op de Nederlandse samenleving. Voor het Frans Hals-museum/De Hallen te Haarlem aanleiding een tentoonstelling aan deze erudiete man te wijden.
De Pluskrant wil als een soort eerbetoon nog eens een artikel uit de vergetelheid halen om onze lezers iets van zijn fijnzinnige humor te laten beleven.


Adviezen van een oude rot
De moeilijkheid om een Elfstedentocht te volbrengen, wordt meestal overdreven voorgesteld. Begrijp me goed, ik zeg niet, dat 't makkelijk is. Je moet wel degelijk kunnen schaatsen. Maar wie dat eenmaal kan, die haalt ‘t ook op zijn sloffen. Er zijn echter verschillende voorwaarden aan verbonden en één daarvan is de Zwaagse punter. Deze eerlijke Hollandse schaats met z'n plompe hiel en enigszins stug loopvlak lijkt in 't begin wat traag, maar op de lange baan kom je er fijn mee uit de voeten. De aardigheid van de punter is voorts, dat je er zowel overnaads als tuitelings mee rijden kunt, wat je bij de Friese doorloper wel uit je hoofd zult laten. En dan: de slag zelf is veel korter. Voeg daarbij, dat de riemen kruiselings aan de klepnok bevestigd zijn, dan is het duidelijk, dat het Zwaagje bij strenge vorst veruit de voorkeur verdient. Op zacht ijs echter neme men de Harlinger schansloper. Deze Friese schaats is een zogenaamde balvoeter, wat dus zeggen wil, dat de wijze van bevestigen de wreef geheel vrij laat. Maar dit is niet alles. Doordat de korvijn van boven iets is afgeplat, voorkomt men het lastige opwippen en verplaatst men de balans van de hiel naar de bal van de voet. Vandaar de naam van dit aantrekkelijke schaatsje. Let ook eens op de geestige sierkrul, die niet, zoals bij andere schaatsen, naar voren, maar achterwaarts gericht is, zodat de rijder de indruk wekt de verkeerde kant op te rijden. Dit is echter niet meer dan een indruk. In werkelijkheid rijdt hij wel degelijk de goede richting uit, zoals u spoedig tot uw schade bemerken zult. De oorsprong van dit vreemde gebruik moeten wij zoeken in het ontstaan van de schansloper. Oorspronkelijk immers gingen de Harlingers met de kop tegen de wind staan en lieten zich dan achteruit drijven. We zien hieruit, wat zo'n krul ons te vertellen heeft, als we het oor maar te luisteren leggen. Wat primitief lijkt ook de wijze, waarop de schenkel met het eigenlijke kuifstuk verbonden is, maar pas op, vergis u niet, 't zijn oersterke rijdertjes, die 't nog steeds prima doen. Persoonlijk verkies ik echter de Stinse doortrapper en ik zal u ook zeggen waarom. De krijns is daar verbonden met de stuut en vormt met het zwet één geheel, zodat men bij de kruissteek geen overstap hoeft te maken en gewoon kan doortuiten. Ik hoef u wel niet te zeggen, wat een voordeel dit is bij lange tochten, vooral als men gewoon is taps te rijden, dus zonder hulp van de meerpal. Op een Stinse schaats is het dan ook plezierig rijden, hoewel sommigen aan de Sneeker Lijzen de voorkeur geven. Deze Sneeker Lijzen, ook wel Lange Lijzen genaamd, hebben géén kam of kielbrug, maar daar staat tegenover, dat hun enorm loopvlak bijna Noors aan doet, al zijn het in strikte zin geen Noren. Mooi is bij deze schaats ook de overgang van schering naar spree, die in één vloeiende lijn verloopt en het schaatsje zijn bekoorlijk uiterlijk verschaft. Beginners moet ik het echter ontraden. Laat ze het maar proberen. Ze zullen al spoedig bemerken, wat ik bedoel. Hoe kleden we ons voor een Elfstedentocht? Hier worden veel fouten gemaakt. Luchtigheid is een eerste vereiste. Men moet kunnen uitwasemen. De kleding zij dus vooral poreus, al moet men hierin weer niet overdrijven. Het beste is de gewone Friese herenbaai voor ondergoed, daar overheen een bombazijnen kamizool met lederen intrek en sluitgat, en als hoofdbedekking de echte Leeuwarder kleihoed. Deze hoed is met smok gevoerd, maar laat de oren vrij, tenzij men zogenaamde staanders prefereert. Doch ook in dit geval moet het lelletje onbedekt blijven. Doet men dit niet, dan valt men in de groep gesloten rijders en deze worden na afloop gediskwalificeerd. Men beware zich deze teleurstelling en late het lelletje vrij. Vriest het af, wel, dan is dat jammer, maar wij hebben ons aan de reglementen te houden.

Sommige mensen dragen kranten op de borst. De jury verbiedt dit niet, maar ziet het ongaarne. Ook mogen ze niet te dik zijn. Is het Elseviers Weekblad, dan wordt zo'n rijder uit de baan genomen. Er zijn grenzen. Nu nog iets over het inzwaaien. Mag dit? Ik weet: veel Hollanders doen het, maar dat is de vraag niet. De vraag is: mag het? En dan luidt het antwoord: nee. Je zult het dan ook geen Fries zien doen. Een andere vraag is het zogenaamde stekelen of stekkelen, vlak voor de wedstrijd begint. Dit mag wel, mits het met mate gebeurt. Ook trijken is geoorloofd, maar dan moet er vooraf op de deelnemerskaart staan, dat men een trijker is. Er wordt dan van de gemaakte tijd een kwartier afgetrokken. Veel schiet men er dus niet mee op. Laat ik daarom een goede raad geven: zie van die slimmigheden af en spring gewoon op het ijs. De voldoening na afloop is zó veel groter!

En dan nog iets en dat is het invetten van borstkas en middenrif. Veel rijders, vooral uit de buurt van het Tjeukemeer, gebruiken hiervoor de gewone Friese klontboter. Ik behoef u wel niet te zeggen, hoe onsmakelijk dit is. De Friezen doen dit expres. Zij passen het zogenaamde gruupriden toe, dat is dus rijden in groepjes; voegt zich daar nu een Hollander bij, dan raakt zo'n man bedwelmd. Wat is daartegen te doen? Het antwoord is: Zaanse reuzel. Bijzonder weerzinwekkend is ook Beemster zultvet, doch men zij hiermee voorzichtig! Ik ken menig Hollander, die het er te dik oplegde en aan zijn eigen ranzigheid is ten onder gegaan.

En nu, vrienden, geen geleuter meer en op de schaats! ''t Is nu toch afgelast, dus we hebben ruim tijd om te oefenen. ''t Is een harde tocht. En ziet ge vóór u een stoere rug, die zich steeds verder van u verwijdert, al tjuint u zich de benen uit het lijf, houdt u er dan rekening mee dat deze toebehoort aan Godfried Bomans.

Na wat journalistieke stukjes
en een boek dat op een vergissing is gebouwd,
dus door de ondeskundigheid van wie vertrouwt
op veel noten, en meer van die gelukjes

werd hij autoriteit met al die nukjes
van iemand die te weinig ongelijk heeft verstouwd.
Zijn snieren, de welsprekende rukjes
van zijn hoofd als hij iemand uitjouwt!

Maar de angst dat hij wordt achterhaald
maakt hem een hamster die alles naar binnen haalt.
Zijn huis is vol met nog niet gelezen werken,
dat is aan de stofomslagen te merken.

Ze zijn geordend naar: verouderd, te moeilijk, onzin,
niet meer nodig, briljante essays, en daar tussen in.

J.P. Guépin (1929-2006)