enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Als mensen gaan trouwen, wordt vaak gezegd dat ze een boterbriefje gaan halen. Oorspronkelijk heeft het woord echter een minder vrolijke betekenis. Het was bedoeld voor de zwakke mensen in de samenleving.

Het boterbriefje was een kerkelijke vergunning om tijdens de vastenperiode toch boter, kaas, eieren en vlees te kunnen eten. Mensen die lichamelijk te zwak waren om zich aan de vastenregels te houden, konden hier door middel van het briefje een ontheffing voor krijgen. Later werden ook andere officiële documenten aangeduid met het boterbriefje, zo ook de trouwakte.

Dat de benaming ook spottend voor in het huwelijk treden wordt gebruikt, zou ook kunnen komen door de vergelijking van het consumeren van vlees met de consumptie van vleselijke gemeenschap na het huwelijk. Vroeger was het namelijk veel meer dan nu gebruikelijk dat men pas het bed met elkaar deelde nadat er getrouwd was.

Andere verklaringen

Er is nog een ander verklaring voor de herkomst. Het begrip zou namelijk uit de Eerste Wereldoorlog komen, toen – door de schaarse goederen – het bonnensysteem werd ingevoerd, dat ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kon je meer bonnen krijgen, als je meer kinderen had. Om aan te tonen hoeveel kinderen je had, moest je je trouwboekje meenemen, waar de kinderen stonden aangetekend. Daardoor werd het trouwboekje ook een soort boterbriefje.


tussen de tegelspleten op een klein perron
door lantarens belicht en verlaten.
Ben van het plaatsje Vught.
Ben van het pre-teeveese tijdperk.
Ben van de mummellatijnse mis.

Ben van de wind.
Wat ik had woei weg.
Wat mij aanwaait is welkom.
Ben van de woorden
en van het wit achter de woorden
en van het wit voor de woorden er waren.

Ben van jou,
van sonates cantates jou
die de jodel is
vanaf het jaar nul,

de kalmwiekende meeuw
boven de nollen

en de stilte van oudemoer.


Frans Kuipers (1942)
uit: geen ander antwoord (2016)

Dagelijks worden er zegswijzen en uitdrukkingen gebruikt waarvan de oorspronkelijke betekenis onbekend is. Wie denkt er bij ‘in de luren leggen’ nog aan de doeken, waarin kinderen met Engelse ziekte werden gewikkeld om het kromtrekken van armen en benen tegen te gaan?

Veel uitdrukkingen die ontleend zijn aan dergelijke voorwerpen kan men tegenwoordig alleen nog in musea bekijken. In deze rubriek worden historische gebruiksvoorwerpen en praktijken gekoppeld aan Nederlandse uitdrukkingen en zegswijzen.


Alle gekheid op een stokje
Betekenis: Alle gekheid aan de kant, laat ons nu de zaak in ernst behandelen.

Verklaring: Het stokje is hier de gekstok of marot van de nar, die in de middeleeuwen en de renaissance aan alle hoven zijn vaste plaats had. De nar draagt van oudsher een bont pak met puntige lapellen, met op het hoofd de narrekap met belletjes of een zotskap met ezelsoren en schellen. In de hand droeg de nar een zotskolf, met de groteske kop van Momus, de god van de dwaasheid aan het boveneind. Dit is het stokje waar alle gekte spreekwoordelijk thuishoort.

Het is avontuurlijk te leven
in een land vol electriciteit,
waar de dingen eendrachtig streven
naar een beetje beweeglijkheid.

Je drukt op een knop en ze zoemen,
ze schudden, bewegen en draaien,
of laten zich 'bruikbaar' noemen
omdat ze op hun manier naaien.

Maar in werkelijkheid zijn ze alle
(contant of met winkelkorting)
uit de hemel op aarde gevallen
en min of meer self-supporting.

Laatst kreeg ik zo'n kreng op mijn voet:
hij snorde en dronk van mijn bloed.

(1974)

Nico Scheepmaker (1930-1990)

Losbolligheid kost De Vries de kop

(Dagblad van het Noorden)
--------------------------------------------------------------------------------------------
Patiënten overlijden vaak tegen hun wil in het ziekenhuis
Veel mensen overlijden nog in het ziekenhuis terwijl ze liever thuis hadden willen sterven.

(Dagblad van het Noorden)
------------------------------------------------ -------------------------------------------
Reptielen spotten met Staatsbosbeheer
Staatsbosbeheer neemt zondag belangstellenden mee op een excursie, waarbij reptielen worden waargenomen.

(Nieuwe Apeldoornse Courant

Een paar Hollanders zakken door het ijs. Een Friese boer die het tafereel heeft gevolgd: “Ik zei nog zo: it ken net.” Deze reclame van Berenburg is waarschijnlijk het allerbekendste voorbeeld van een mop waarin mensen uit de Randstad en de provincie verstrikt raken in een spraakverwarring.

Een Groninger zit op de boot van IJmuiden naar Newcastle. Hij gaat 's avonds buiten op het bovendek zitten en kijkt uit over de zee. Het is een heldere nacht, het is windstil en de hemel staat vol sterren. Een Engelsman komt naast hem op het bankje zitten. Na een kwartiertje zegt de Engelsman: ''Quiet night.'' De Groninger kijkt even stil voor zich uit. Dan schudt hij zijn hoofd en antwoordt: ''Kwait ook nait.''

Het is bijna aandoenlijk: een Groninger die verwacht ver van huis nog altijd in zijn eigen dialect te worden aangesproken. Daardoor hoort hij in de Engelstalige opmerking ''quiet night'' een - misschien filosofisch bedoelde ontboezeming - in plaats van een voor de hand liggende ijsbreker over het weer.
Bron: Onze Taal

Terug in de tijd met Dat wie doe sa
Door Ciska Noordmans

In Doniahiem in Sint-Nicolaasga wonen zestig ouderen. Behalve het zorgcentrum heeft Doniahiem ook een afdeling waar zeven mensen met dementie in een kleinschalige woonvorm wonen. ’s Morgens om 10.00 uur staat de koffie in de huiskamer klaar. De ruimte is gezellig ingericht met plantjes op een bruin dressoir en een zebravinkje in een kooi. Luid kwetterend laat hij van zich horen.
Hilde van Nijen is, samen met een vrijwilligster, op de groep om te assisteren met koffie, een spelletje of een verhaaltje. Het gaat natuurlijk om de gezelligheid en de interactie met elkaar.

Maar in welke taal gebeurt dat?
‘Dizze groep is, op in pear senioaren nei, hiel Frysktalich’, vertelt Hilde. ‘Minsken dy’t graach Frysk prate, sprekke wy oan yn it Frysk, mar jouwe minsken oan dat sy leaver Nederlânsk prate, dan switche wy mei nei it Nederlânsk. Dat is gjin probleem. Foar de aktiviteiten mei de Frysktalige bewenners brûke wy de materialen fan Dat wie doe sa. De filmkes op de dvd’s binne hjir favoryt. Net dat soks de foarkar fan de bewenners hat, mar net alle begelieders kinne like goed Frysk lêze as dat sy de taal prate. Sels moat ik in ferhaal yn it Frysk ek altyd eefkes tariede, foardat ik it foarlêze wol oan de groep. Minsken fine it moai as sy har memmetaal hearre. It fielt fertroud.’


Hilde: ‘Juster hawwe wy út de rige it boek ‘Beroppen’ út de kast helle. It berop fan ‘baakster’ wurdt dêr út de doeken dien.’ Mevrouw Plantinga was voorheen kraamverzorgster. ‘Wat in put wurk wie dat’, vertelt ze. ‘De froulju bleaune eartiids wiken op bêd lizzen. Dat joech in waskjen fan je heisa. No giet dat fansels oars’, vervolgt ze, ‘doe hiest ek slútlekkens’. ‘Jo hawwe my doe útlein wat dat binne, no?’, vult Hilde aan. ‘Dêr koest de froulju yn bewuolje (wikkelen) om oan te sterkjen nei de befalling’, zegt ze. ‘Prachtich om oer te fertellen!’ Mevrouw Plantinga gaat rechtop zitten, de schouders naar achteren en haar ogen glimmen. Wanneer een collega met haar dochter binnenkomt, valt mevrouw Plantinga stil. Haar ogen volgen de kleine meid. Vast en zeker gaat ze in gedachten terug naar de tijd dat zij op de kleintjes van de kraamgezinnen paste.

Vandaag wordt het beroep van bakker besproken met mevrouw Risselada uit Sloten. ‘Ik bin no 91 en ik ha 38 jier bakkersfrou west. Yn de winkel ferkocht ik bôle en koekjes. Earst allinne oan de bewenners fan Sleat, letter fansels ek oan de toeristen. Yn de simmer hie ik twa famkes yn tsjinst dy’t my holpen. O sa handich, want dy koene ek Ingelsk en Dútsk. Yn it begjin wie it allegear hânwurk, ju’, vertelt ze. ‘Moasten wy mei de koer te suteljen en letter gie myn man op de bakfyts by de doarren del. Moast er mei de pont nei de oare kant.’ Mevrouw Risselada heeft veel plezier als ze haar avonturen beschrijft. Haar hele gezicht straalt als ze vertelt. Wanneer zij daarna in het Nederlands wordt aangesproken, antwoordt mevrouw Risselada vlot in het Nederlands. Veel ouderen vinden het op latere leeftijd vaak lastig om de switch te maken naar hun tweede taal. En precies daarom heeft Dat wie doe sa materiaal gemaakt voor Friese moedertaalsprekers.

Dat wie doe sa is een van de projecten van de Afûk. Douwkje Douma is in augustus begonnen als projectleider van onder andere het project Frysk yn ’e soarch. Op de vraag voor wie Dat wie doe sa gemaakt is, vertelt Douwkje: ‘Om’t de lokaasjes en de sitewaasjes dy’t yn byld brocht wurde hiel werkenber binne, is it materiaal ynteressant foar elkenien dy’t belangstelling foar it ferline hat: âlderen, bern, bernsbern, mar ek foar mantelsoargers of professionals út de soarch. De ferhalen oer eartiids binne faak de kaai nei oantinkens út âlde tiden. Sa wurde der wer nije ferhalen ta libben brocht.’
Het materiaal is herkenbaar, komt uit de regio en is in het Fries. Volgens Douwkje is er behoefte aan dergelijk materiaal. ‘It is foar elkenien in moaie ûnderfining om oer it eigen libben te fertellen. Minsken wurde harren bewust fan de ûnderfiningen en prestaasjes út it ferline. Dat draacht by oan it selsbetrouwen en de eigenwearde. Hielendal yn dizze tiid, dêr’t safolle dingen digitaal en fluch geane dat in protte âlderen it gefoel hawwe as soene se net mear meitelle. En dat soks yn it Frysk is, is in pree. De measten fiele har mear fertroud as sy de eigen memmetaal prate kinne. Net allinne yn húslike sitewaasjes, mar ek yn sitewaasjes dat je ôfhinklik binne fan in oar. Wy sjogge dat it materiaal goed oanslacht by âlderen, mar in spesifike doelgroep binne de minsken dy’t ferjitlik wurde. Faak sjogge wy dat de no-tiid foar dy groep lestich is, mar de tiid fan doe is noch springlibben!’

Terug in de tijd met Dat wie doe sa Fotobureau Hoge Noorden

Fotobureau Het Hoge Noorden


---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Dat wie doe sa bestaat uit een reeks van zes boeken met verschillende thema’s: skoalle, beroppen, feest, klinke & drinke, sport en sjonge & spylje. In elk themaboek staan (voorlees)verhalen, spelletjes, gedichten en foto’s die aanleiding geven om herinneringen op te halen aan vroeger. Bij een aantal boeken zijn ook dvd’s beschikbaar. De filmpjes zijn grotendeels ook terug te vinden op de website www.datwiedoesa.nl en op de facebookside van Datwiedoesa.