enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Dagelijks worden er zegswijzen en uitdrukkingen gebruikt waarvan de oorspronkelijke betekenis onbekend is. Wie denkt er bij “iemand in de luren leggen” nog aan de doeken, waarin kinderen met Engelse ziekte werden gewikkeld om het kromtrekken van armen en benen tegen te gaan?

Dat gaat hem boven de pet

Betekenis: Hij begrijpt er niets van.

Verklaring: Vermoedelijk wordt de pet op iemands hoofd hier vereenzelvigd met de hersens in iemands hoofd omdat ze zo in elkaars onmiddellijke nabijheid vertoeven. In elk geval gaat het boven het bevattingsbegrip van de hersens.

De pet werd vroeger veel als hoofddeksel gedragen. Tot circa 1920 zag men veel hoge zijden petten. De meeste petten tussen 1910-1940 waren laag en werden platte petten genoemd, vaak met een glimmende klep. Men had de pet praktisch altijd op met bruiloften en tijdens het eten. Alleen bij het gebed voor en na het eten en als de pastoor op bezoek kwam, zette men hem uit eerbied af. Misschien had men bij de fotograaf een soortgelijke eerbied, want er zijn niet zoveel foto’s waar mensen met een pet op staan. Na 1900 kwam de wollen pet met oorkleppen in de mode.

ik keek naar het verkiezingsdebat
de lijsttrekker hakkelde even
zijn tegenstanders beten onmiddellijk toe
ik zag de gekwelde blik in zijn ogen
schaamte voor zijn vrienden misschien
een herinnering aan een kapotte lip
het raam stond open, de gordijnen
bolden op een koude wind
vlaagde ik huiverde gisteren nog
vulkaanuitbarsting in ijsland
een wolk van as naderde het land
ineens was ik eruit ik zou stemmen
op de pijn in de ogen van de politicus
op zijn angst voor de aswolk zijn diepe
hunkering naar liefde
Jabik Veenbaas (1959)
uit: Stad van liefde (2017)

Zie hem toch dansen, vrolijk hinkelen

Hij imiteert zijn eigen jongensjeugd

We zien hem huppelend van zielenvreugd

Terwijl zijn oogjes olijk twinkelen

Bejaarden kunnen prima met hem winkelen

Maar af en toe heeft hij niet zo gedeugd

Jaar in jaar uit heeft dat Henk Krol geheugd

Het geld liet hij te zachtjes rinkelen

De Roze Maandag, Gaykrant, homorechten

Nu weer de ouderen, wat staat ie pal !

en ook de Blote Billen hebben rechten*

Dat wist hij 50 jaar geleden al !

Theater maken zit hem in het bloed:

De onschuld en de boosheid speelt hij goed

Aar Noordam Rijmer des Vaderlands

Uit: Politieke sonnetten

8 maart 2017

Als Holland winters is getooid,
En wij van kou welhaast verrekken,
Blijkt Friesland dichtbevolkt met gekken,
Die ’s winters gekker zijn dan ooit.


De maffe koppen, strak gelooid,
Ontspannen plots in losser trekken
Terwijl zich rond de stuurse bekken
Een soortement van glimlach ontplooit.


In onverstaanbare gesprekken
Worden dan praatjes rondgestrooid,
Die ijdele verwachting wekken,


Totdat de goden, als het dooit,
De hoop der dwaze halzen nekken.
Nee, de elfstedentocht komt nooit!


Driek van Wissen
uit: De badman heeft gelijk
Bert Bakker 1982

Een broodje aap. Iedereen weet wat dat is: een vreemd verhaal dat als waar gebeurd wordt gepresenteerd maar eigenlijk klinkklare onzin is. Waar de term vandaan komt is minder bekend.

De Nederlands-Amerikaanse schrijfster Ethel Portnoy (1927-2004) publiceerde in 1978 een verhalenbundel onder de titel Broodje Aap. De folklore van de post-industriële samenleving. Het titelverhaal vertelt over een onthoofd en gevild lijk dat vlakbij een hotdogkraam wordt gevonden. Het lijk wordt al snel nader onderzocht en een patholoog-anatoom komt tot een bijzondere conclusie. Het gaat niet om het lichaam van een mens maar om dat van een gorilla.
Na deze ontdekking wordt al duidelijk wat het lijk daar deed. De eigenaar van de nabijgelegen hotdogkraam blijkt bij de plaatselijke dierentuin de kadavers van dode apen op te kopen en ze vervolgens te verwerken in zijn broodjes. Bij deze hotdogkraam werd dus het ‘broodje aap’ geboren. En verkocht aan nietsvermoedende hongerige burgers.
Sinds de verschijning van de bundel van Ethel Portnoy staat het broodje aap synoniem voor wat men in het Engels ook wel urban legends noemt, bizarre verhalen die als waarheid gepresenteerd worden maar waarvan iedereen eigenlijk wel weet dat het om verzinsels gaat.

 
 
        Eens, in drieënvijftig, een februaridag
        op de kust van Gibraltar, na maanden van ver reizen,
        nuchter en dronken door rampen en paradijzen,
        was het dat ik op zee drie waterhozen zag,
        klassieke zuilen, leven en dood, en ik dacht:
        ik wil niet meer naar mijn laagland van onderwijzers,
        palen en perkjes, theedrinkers en overpeinzers.
        Toen stevende de stuurman krijtwit op mij af:
        de marconist heeft Holland aan de lijn, de dijken
        in Nederland zijn op honderd plaatsen gebroken
        door een storm waarvan je nooit eerder hebt gehoord.
        ’s Nachts al voeren we naar Rotterdam en een rijke
        onstuimige golfslag bracht ons de boodschap over:
        er is een ramp daar, daar zijn we thuis, meer dan ooit.
        Max Dendermonde (1919-2004)
        uit: Soms een paar uur van tweezaamheid (1987)

Als een kleine jongen echt heel lief is en goed naar vader en moeder luistert dan wordt wel eens gezegd dat hij een “brave Hendrik” is. Deze uitdrukking is ontleend aan een boekje van de Nederlandse schrijver Nicolaas Anslijn (1777-1838).

Deze auteur publiceerde in 1810 De Brave Hendrik, een leesboekje voor jonge kinderen. Het boekje werd zo’n groot succes dat een jaar later een nieuw boekje verscheen, dit keer over een goed luisterend meisje: Brave Maria.

De boekjes werden gepubliceerd in een tijd dat leesboekjes zelf ook nog behoorlijk braaf waren. De kindertjes moesten vooral een voorbeeld nemen aan de brave Hendrik en Maria. In de twintigste eeuw verschenen er steeds meer boekjes over kwajongens en kwameisjes. Een bekend voorbeeld is de Pietje Bell-reeks van Chris van Abcoude.

Stukje uit Brave Hendrik:
Kent gij Hendrik niet, die altijd zoo beleefd zijnen hoed afneemt als hij voorbij gaat?
Vele menschen noemen hem de brave Hendrik, omdat hij zoo gehoorzaam is, en omdat hij zich zoo vriendelijk jegens ieder gedraagt.
Hij doet nooit iemand kwaad.
Er zijn wel kinderen, die hem niet liefhebben.
Ja, maar dat zijn ook ondeugende kinderen.
Alle brave kinderen zijn gaarne bij Hendrik.
Kinderen, die met Hendrik omgaan, worden nog braver, want zij leeren van hem, hoe zij handelen moeten.