enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz
 
 
        Eens, in drieënvijftig, een februaridag
        op de kust van Gibraltar, na maanden van ver reizen,
        nuchter en dronken door rampen en paradijzen,
        was het dat ik op zee drie waterhozen zag,
        klassieke zuilen, leven en dood, en ik dacht:
        ik wil niet meer naar mijn laagland van onderwijzers,
        palen en perkjes, theedrinkers en overpeinzers.
        Toen stevende de stuurman krijtwit op mij af:
        de marconist heeft Holland aan de lijn, de dijken
        in Nederland zijn op honderd plaatsen gebroken
        door een storm waarvan je nooit eerder hebt gehoord.
        ’s Nachts al voeren we naar Rotterdam en een rijke
        onstuimige golfslag bracht ons de boodschap over:
        er is een ramp daar, daar zijn we thuis, meer dan ooit.
        Max Dendermonde (1919-2004)
        uit: Soms een paar uur van tweezaamheid (1987)

Als een kleine jongen echt heel lief is en goed naar vader en moeder luistert dan wordt wel eens gezegd dat hij een “brave Hendrik” is. Deze uitdrukking is ontleend aan een boekje van de Nederlandse schrijver Nicolaas Anslijn (1777-1838).

Deze auteur publiceerde in 1810 De Brave Hendrik, een leesboekje voor jonge kinderen. Het boekje werd zo’n groot succes dat een jaar later een nieuw boekje verscheen, dit keer over een goed luisterend meisje: Brave Maria.

De boekjes werden gepubliceerd in een tijd dat leesboekjes zelf ook nog behoorlijk braaf waren. De kindertjes moesten vooral een voorbeeld nemen aan de brave Hendrik en Maria. In de twintigste eeuw verschenen er steeds meer boekjes over kwajongens en kwameisjes. Een bekend voorbeeld is de Pietje Bell-reeks van Chris van Abcoude.

Stukje uit Brave Hendrik:
Kent gij Hendrik niet, die altijd zoo beleefd zijnen hoed afneemt als hij voorbij gaat?
Vele menschen noemen hem de brave Hendrik, omdat hij zoo gehoorzaam is, en omdat hij zich zoo vriendelijk jegens ieder gedraagt.
Hij doet nooit iemand kwaad.
Er zijn wel kinderen, die hem niet liefhebben.
Ja, maar dat zijn ook ondeugende kinderen.
Alle brave kinderen zijn gaarne bij Hendrik.
Kinderen, die met Hendrik omgaan, worden nog braver, want zij leeren van hem, hoe zij handelen moeten.

Het schemert, en
Waar 'k peinzend langs de golven ga
En peinzend naar hun ruischen hoor,
Ruischt al hun vloed mij schuimend na
En wischt mijn spoor.

Het schemert, en
Waar 'k wijkend het getij beleef,
Ruischt het getijde op mij aan
En wischt wat 'k in mijn hart beschreef -
Wat 'k heb gedaan.

Het schemert, en
In 't ruischend wit getijde zie 'k
Een bleeken, vreemd geworden geest -
En 'k peins naar wie ik was - naar wie 'k
Eens ben geweest!

Hij wist niet wat hij zonder sigaretten
Of wat hij zonder schaken moest beginnen
Hij schaakte om de zinnen te verzetten
En rookte om de zetten te verzinnen

Kees Torn (1967)

Het feest van oudejaar, met drank en eten
Met tranen, kussen - vuurwerk bovendien
Het meest uitbundig vierde dat misschien
Mijn ome Niels - ik zal hem nooit vergeten

De laatste keer nog, na een glas of tien
Was hij weer zo rumoerig en bezeten
Alsof hij van tevoren scheen te weten
Dat hij het nieuwe jaar maar kort zou zien

't Werd twaalf uur, het vuurwerk spatte rond
Oom joeg de brand in een van zijn sigaren
En stak daarmee zijn rotjes aan, maar toen...
Hij wierp iets weg, hij stak iets in z'n mond
Om met een klap, een doodklap te ervaren
Dat hij dat andersom had moeten doen

Ivo de Wijs (1945)

 
        In 't klein café zitten nu tien personen,
        'k Heb ze een voor een zorgvuldig nageteld:
        twee kruideniers, één visboer en zes zonen
        van brave burgerlui met zeer veel geld.
        Ze spelen kaart of dobbelen en praten,
        ze zijn luidruchtig, stevig en gezond.
        Moeder Fortuin zal nooit hun dak verlaten,
        ze hebben huizen, aandelen en grond.
        Ze zijn zo blij dat Christus is geboren,
        en blijder nog, dat zij geboren zijn.
        `Minuit Chrétiens' de stralende englenkoren
        zingen den lof van 't leven en den wijn.
        Ze zijn ten slotte niet onsympathiek
        die dwaze stumpers door hun tijd verblind.
        - Wordt een van hen vandaag of morgen ziek,
        dan schreit hij om zijn moeder als een kind.
        Jan van Nijlen (1884-1965)

 

Ik werkte naarstig bij 't fornuis
En kookte consommé
Daar had ik knikkers in gedaan
En zeven lepels thee.
Daar dreven stukjes lever in
En een bouquet garni,
Een veter en een vijgeblad
En schijfjes zoute knie.
Ik deed er zinkzalf in en was
En zeewier en azijn,
Twee lepels lijm, drie staafjes lak,
Vier maatjes terpentijn,
Een handvol hooi, een half ons klei
En drie pond zoute vis,
Twee rollen bloemetjesbehang,
Een halve fles vernis.
Ik roerde er een briefkaart door,
Een fietsbel en een bril,
Het staartstuk van een zondebok
En een kininepil.
Maar toen ik Mientje proeven liet,
En naar haar oordeel vroeg,
Riep zij: 'Jij aap! Je leert het nooit.
Het is niet zout genoeg.͛

Daan Zonderland (1909-1977)
uit: Redeloze Rijmen (1952)