enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

De Pluskrant is een initiatief van het Platform Ouderen Smallingerland. In 1987 gestart als een redactioneel zelfstandige bijlage in de regionale pers, achtereenvolgens: Drachten Optimaal, Bijtijds, Drachtster Courant. Sinds 2007 in Breeduit, onder censuur van de afdeling voorlichting gemeente Smallingerland. Uitgeverij Hoekstra Emmeloord, onderdeel van de NDC, waarvan de Drachtster Courant ook deel uitmaakt, is formeel als uitgever verantwoordelijk voor de Breeduit.

Echter de afdeling communicatie/voorlichting gemeente Smallingerland heeft bindende afspraken gemaakt met Uitgeverij Hoekstra, waardoor zij een veto kunnen uitspreken over kritische artikelen in de Pluspagina. Over journalistieke vrijheid gesproken.

De Pluskrant is een uitgave op internet http://www.pluskrant.nl van Stichting De Pluskrant. Zonder commercieel oogmerk. Stichting De Pluskrant besteedt de uiterste zorg aan de betrouwbaarheid en actualiteit van alle gepubliceerde data. Onjuistheden kunnen echter voorkomen. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade als gevolg van onjuistheden, problemen veroorzaakt door, of inherent aan het verspreiden van de informatie via internet alsmede technische storingen. Indien er foto- of ander materiaal op deze website wordt getoond, waarvan u meent of kunt aantonen de rechthebbende te zijn, dan kunt u dit melden aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

De redactie van De Pluskrant plaatst dagelijks/wekelijks berichten op de website http://www.pluskrant.nl. Iedere week een column in de Breeduit. Eén keer per maand een pagina in de Breeduit. Heeft u een bericht, al dan voorzien van een foto of ander ondersteunend materiaal, dat u wilt aanbieden, neem dan contact op met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Vragen en opmerkingen over de werking en functionaliteiten van deze website kunt u per e-mail opsturen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Inmiddels, (begin mei 2012) heeft de NDC zich teruggetrokken uit de Breeduit. De gemeente Smallingerland (lees afdeling communicatie) biedt de senioren geen ruimte meer in het weekblad Breeduit. Na 25 jaar zorgt het overheidsorgaan dat staat voor een stimulerend ouderenbeleid, met één haal een streep door de rekening.

Onze achtenswaardige politieke partijen zoals CDA, PvdA, SP en GPV, met zoveel ouderenbeleid in hun portefeuille, vinden dit kennelijk de gewoonste zaak.

Arme bewoners Friese heide

Gat in leemwal overdekt met stro en rijs woonplaats der armen, onthult rapport 1823. Acht Drachtster inwoners, behorende tot de deftige stand, trekken er op uit om de omstandigheden te bestuderen waaronder vele bedeelden in eigen woonplaats leven. De groep bestaat uit de heren  J.B. Bolleman, timmerman en houtkoper, L. Bosma, huisman, L. Dijkstra Rzn, beroep onbekend, D.H. van der Meer, heelmeester, J.E. van der Meulen, ondernemer, P.K. Pel, gemeenteontvanger, W.G. Veenstra, touwslager en M.F. Wieland, veenbaas. Het is nu moeilijk voor te stellen, maar volgens hen, zo schrijven  zij in een uitvoerig rapport, zijn zij van de leefomstandigheden der bedeelden niet op de hoogte. Nu dienen we ons wel te realiseren dat het Drachten van twee eeuwen geleden, wat oppervlakte betreft, veel groter is dan nu. Drachtster Compagnie en Houtigehage behoorden ook tot het Drachtster grondgebied. En juist op deze uithoeken van Drachten richt zich hun onderzoek, daartoe genoodzaakt door de burgerij die klagen dat zij de ondraaglijke lasten,  om het sterk groeiend aantal bedeelden te onderhouden, nauwelijks kunnen opbrengen. Nu de verveningen, begin negentiende eeuw, zijn afgelopen, de handel, landbouw en nijverheid  een kwijnend bestaan leiden, weten zij slechts met de grootste moeite de eindjes aan elkaar te knopen. In een officieel rapport uit 1823 staat: “Het getal der bedeelden is zo groot geworden dat de burgerij eerlang nog door deze ‘verschrikkelijke stroom medegesleept en verzwolgen’ dreigt te worden. Daarom krijgen deze achtenswaardige heren van hun autoriteiten de opdracht: zorg voor een reorganisatie van de burgerlijke armenzorg en zorg voor middelen om de kosten van de armenzorg tot dragelijke proporties terug te brengen. Daartoe moet allereerst de bron van de armoe en ellende worden opgezocht, aldus de heren. In hun rapportage aan de grietman lezen we het volgende: “Ofschoon wij ons het ondoelmatige van zulk eene leefwijze wel konden voorstellen, besloten wij nogtans, ter nader onderzoek, de noordoosthoek van Noorderdragten waar vele van die schamele verblijven aanwezig zijn, rond te gaan, gelijk wij dan ook uitgezondert twee onzer medeleden, hebben gedaan.”

Het rapport vervolgt: “Langs de Noorderdwarsvaart gingen wij de Volgeralaan oostwaarts op tot aan de Van Veen ontbloote nog woest liggende gronden, alwaar zich een grote menigte van Hutten door behoeftigen bewoond, zich aan ons oog opdeden, welke  allen het kenmerk droegen van neiging ter kolonisatie, echter zonder orde ingerigt, terwijl de bewoners te arm zijn hun doel te bereiken, ja zelfs om zich het nodige onderhoud te verschaffen.”

Het zal, zo rapporteren de heren, mogelijk moeten zijn, die gronden op billijke voorwaarden  over te nemen  en er een kolonie te stichten. Het is de tijd van de Kolonies van Weldadigheid, die in Noord-Oost Nederland aan zoveel paupers een bestaan lijken te verschaffen. Dat moet in Noord-Oost Drachten toch ook lukken. “Maar ach… als we van hogerhand geen steun krijgen, zal het hier niets worden”, laten de heren in hun rapport doorschemeren. De heren ontdekken tijdens hun tocht toestanden waarvan ze zich in hun gerieflijke  herenhuizen geen voorstelling hebben kunnen maken. Met name richting de ‘houtige hage’*, de latere dorpsnaam, blijken bovendien al die hutten, krotten en holen tot het territorium van het dorp Drachten te behoren. Dit heeft tot gevolg dat de burgerij van Drachten, ook deze ‘eigen’ armen heeft te onderhouden. Kijk en dat hebben de heren zich niet gerealiseerd. Daarom geven zij in hun rapport er de volgende draai aan: “Mensen hebben uit lage hebzucht, aan armen uit andere dorpen op ons grondgebied land verkocht of verpacht, om zo deze armen uit hun grietenij te weren. Dat betekent dus dat deze grietenijen hun armen naar dit niemandsland proberen af te schuiven, waardoor Drachten ze mag onderhouden.” En daarmee denken de heren een aanwijsbare oorzaak  te hebben gevonden van de ondraaglijke last die op de schouders van de Drachtster burger wordt gelegd. Dit op vele plaatsen toegepaste afschuifsysteem is grotendeels verantwoordelijk voor de vermeerdering der armoede in ons dorp. (hage , betekent uitgeveend, begroeid stuk grond.)

Een greep uit de geschiedenis van hotel de Phoenix. Er was eens….”. Deze zin waarmee vaak een sprookje begint, vormt de opmaat van dit korte verhaal over het wel en wee van het voormalige, bekende hotel de Phoenix in Drachten. Alleen gaat het in dit geval niet om een sprookje maar over een gebouw dat behalve als hotel/restaurant/café van grote betekenis is geweest voor het publieke- en sociaal-culturele leven van Drachten.

Zonder twijfel was het hotel/restaurant/café, de basis van Phoenix’s bestaansrecht. Advertenties waarin veilingen van onroerend goed werden aangekondigd, bieden een goed venster op de plaats die de Phoenix innam in de toenmalige samenleving. Bovendien bood het hotel onderdak aan verenigingen op veler terrein. Ook hier geven de aankondigingen in dagbladen van allerlei evenementen een specifieke kijk op het reilen en zeilen van de Drachtster samenleving. Tot de komst van de Lawei bood de Phoenix bijvoorbeeld een uniek podium aan toneeluitvoeringen

Geschiedenis van de Phoenix in vogelvlucht
Omstreeks 1815 wordt de Phoenix als herberg genoemd. Het is niet onwaarschijnlijk, dat het pand rond 1800 is gebouwd. Maar hoe oud het precies is valt niet met zekerheid te zeggen, evenmin valt de herkomst van de naam af te leiden. Of de naam zo maar gekozen is of enig verband houdt met het verleden weten we niet. In zijn boekje ‘Lezing over Drachten’ waarin een rijke schat aan herinneringen is verzameld wijdt de heer Zoveele (1843-1933) slechts een enkele opmerking aan het hotel. De oudste advertentie in de Leeuwarder Courant 19 september 1828, staat de volgende tekst: “De leden van het negende district der Vriesche afdeling van het Nederlandsch-Bijbelgenootschap worden uitgenodigd tot bijwooning der jaarlijksche vergadering te Dragten in het logement de Feniks bij M.Gaastra op Dinsdag 23 September 1828, des voormiddags ten 11 uren”. In het boekje “DRACHTEN van toen naar nu, 350 jaar leven, wonen en werken”, vinden we het volgende: “In oude stukken staat De Phoenix aanvankelijk omschreven als “een capitale boerenhuizinge met schuur, hovinge en plantagie.

Toen timmerman Jan Binnes Bolleman in 1840 eigenaar werd, kwam hij met het Nutsdepartement overeen, dat hij achter de herberg een lokaal tot ‘Nut van het algemeen’ zou bouwen. Die zaal is voor het uitgaansleven in Drachten geweest wat nu de Lawei is”.
22 februari 1964 valt het doek voor de Phoenix. het hotel wordt opgeheven, het gebouw waarin het hotel was ondergebracht blijft bestaan .

Bij raadsbesluit van 23 december 1968 wordt het voormalige hotel met nog enkele andere opstallen en terreinen met een oppervlak van 2781 vierkante meter aangekocht door Vroom en Dreesmann NV. Later veranderen de plannen van het Grootwinkelbedrijf. Meer duidelijkheid daarover verschaft de Leeuwarder Courant van 13 mei 1968 onder de kop “V&D in Drachten op Raadhuisplein”. “Vroom en Dreesmann NV wil in het nieuwe winkelcentrum ‘Raadhuisplein’ een warenhuis bouwen. Het college van Burgemeester en Wethouders stelt voor De Phoenix tezamen met enkele andere door V&D aangekochte panden over te nemen en daarvoor in de plaats V&D de oppervlakte van de in het Raadhuisplein te geven.”

In december 1968 volgt een volgende aflevering in het ‘accommodatiefeuilleton’ van de Phoenix. De Leeuwarder Courant van 6 december 1968 bericht daarover onder het hoofd ”Phoenix in Drachten wordt meubelzaak” het volgende: “Van bevoegde zijde vernamen wij, dat burgemeester en wethouders van Smallingerland binnenkort de raad zullen voorstellen het voormalige hotel-restaurant ‘de Phoenix ‘in de Noorderbuurt te Drachten te verkopen aan Baarsma’s Interieur, Zwaagwesteinde. Het hotel stond sinds 1964 leeg”. De Phoenix is in 1967 overgenomen door de gemeente. Na Baarsma is het pand als winkel nog in gebruik geweest bij Bentex.

De Drachtster Courant van 19 september 2007 schrijft onder de kop ”Phoenix in de as’’: “Of er ooit nog een hotel de Phoenix in het Drachtster centrum komt valt te betwijfelen, Poolse bouwvakkers zijn momenteel bezig met de sloop van het gebouw in de Noorderbuurt. Alleen de voorgevel blijft staan, helemaal vastgeklemd tegen een ijzeren skelet. Daarachter moet de komende maanden een compleet nieuw gebouw verrijzen, dat vanaf begin volgend jaar (2008) onderdak biedt aan de vestiging van modeketen Hemmes & Mauritz. Van het ooit zo roemruchte pand is alles verdwenen.” De voorgevel van het voormalige hotel-restaurant tooit nu een zaak waar wellicht veel Drachtsters van nu blij mee zullen zijn, namelijk de komst van H&M.

Jan van der Vlugt

Ruim twee eeuwen geleden werd de guillotine, tijdens het bewind van Napoleon geïmporteerd vanuit Frankrijk. Het was, zo meende men, een machine waarmee men op pijnloze en humane wijze iemand door onthoofding het leven kon benemen. Tot dan toe was in Nederland verhanging in het algemeen de doodstraf. Maar tijdens de Franse bezetting (1795-1813) kreeg deze guillotine een plaats in het Nederlandse justitiële bestel.
Er stonden enkele van deze machines in een aantal grote steden opgesteld. In Amsterdam voltrok men de doodstraf met de guillotine op de Dam voor het paleis, later op de Nieuwmarkt. 15 juni 1812 bracht men Adriana van Rijswijk en haar minnaars Gerrit Verkerk en Hester Nepping rond 12 uur in de middag naar de guillotine, opgesteld bij de Waag op de Amsterdamse Nieuwmarkt. Zij waren veroordeeld voor een reeks gifmoorden in hun pension te Wijk bij Duurstede. Ook in Den Haag is met de guillotine tweemaal een vonnis voltrokken; o.a. werd de 19-jarige Adriana Bouwman, beticht van brandstichting, hiermee geëxecuteerd. Na het vertrek van Napoleon is de guillotine niet onmiddellijk afgeschaft. De machine is tot 1854 gebruikt. Toen ging men weer over tot verhanging als doodstraf . Een exemplaar van deze Nederlandse guillotine kan men nog vinden in het gemeentemuseum van den Haag de Ge¬vangenpoort. In vele andere landen bleef de guillotine nog veel en langdurig in gebruik. Onder andere nog door de nazi's maar ook later nog in Oost-Duitsland tijdens de communistische periode. In 1977 is de guillotine ook in Frankrijk afgeschaft. De laatste Franse executie met de guillotine was in Marseille. Volledigheidshalve: de doodstraf is in Nederland in 1870 in Nederland min of meer in onbruik geraakt. Wel vonden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog nog diverse executies plaats, meestal voor het vuurpeloton.
Hoe komt de machine aan de naam guillotine? De vraag kan worden gesteld hoe deze machine aan zijn naam guillotine kwam. Wat betekent dat woord en waar komt dit vandaan. Zoals bij veel zaken werd de machine genoemd naar iemand die betrokken was bij de invoering. Maar wie was dan de man naar wie deze vreselijke machine is genoemd. Was het een wreedaard? Integendeel, het was een zorgzame dokter die de naam Guillotin had en die zoveel mogelijk pijn bij onthoofding wilde voorkomen.
Prof. dr. Guillotin Joseph Ignace Guillotin (1738-1814) was een bekende Franse medicus met een grote praktijk in de dagen voor de revolutie. Vanwege zijn knapheid werd hij benoemd tot hoogleraar aan de universiteit van Parijs. Hij was een uitstekende arts onderzoeker die zich vooral verzette tegen de kwakzalverij die door de charlatan Mesmer werd bedreven. Rond deze tijd werd de werking van de magneet ontdekt in praktische experimenten. Mesmer meende dat hij door het magnetiseren van patiënten een genezingsproces op gang kon brengen. Deze wanopvatting, zonder enige wetenschappelijk bewijs, heeft zich nog eeuwen gehandhaafd. Zelfs in onze dagen zijn er nog magnetiseurs, al hoort men er steeds minder van. Guillotin was dus een progressieve dokter die zich inzette om de medische opleiding en de gezondheidszorg in de Franse ziekenhuizen te verbeteren. Hij werd daarom in 1789 gekozen tot volksvertegenwoordiger. Daarbij heeft hij veel voor de Franse geneeskunde betekend, niet alleen in de Franse ziekenhuizen en de universiteiten, maar ook voor de volksgezondheid in het algemeen. Onder zijn invloed kwam een departement van gezondheid tot stand, een instelling die in diverse landen, o.a. in Engeland werd nagevolgd. Ook in Nederland werden bij de medische opleiding een aantal van zijn beginselen doorgevoerd. Een van de zaken waar Guillotin zich op richtte was een humanere uitvoering van de doodstraf. In Frankrijk was het gebruikelijk dat de executie bij de gewone man, door verhanging plaats vond. Daarbij werd het slachtoffer aan een langdurige doodstrijd bloot gesteld. Mensen van adel hadden het voorrecht dat ze onthoofd werden. Dat gaf een snellere minder schandelijke dood. Maar ook de onthoofding ging niet altijd feilloos en meestal moest men meerdere malen hakken alvorens men door de nek heen was. Bij de Franse revolutie streefde men naar gelijkheid. Denk maar aan de term Liberté, Egalité et Fraternité (vrijheid, gelijkheid en broederschap). Aan de ongelijkheid bij de executies wilde Guillotin een einde maken. Zoals reeds opgemerkt waren er echter heel veel executies die met de gewone hakbijl niet altijd goed verliepen. Hij propageerde in de volksvertegenwoordiging dan ook het gebruik van een valbijl. Deze zou snel en trefzeker de dood veroorzaken. Het leek dus de meeste humane vorm van doodstraf waarbij de dood onmiddellijk intrad. In 1792 werd dood door de machine als methode van executie aanvaard. Snel daarna werd zij gebruikt voor een ter dood veroordeelde moordenaar, Nicole Pelletier. Achteraf blijkt deze machine toch niet de zachte dood te weeg te brengen zoals Guillotin veronderstelde. Dierproeven hebben aangetoond dat de hersenfunctie tenminste nog een minuut doorgaat na het afhakken van het hoofd.

Guillotin niet de uitvinder
In tegenstelling tot wat de naam suggereert is de guillotine niet door Guillotin uitgevonden. Eigenlijk bestond een dergelijke machine al vele eeuwen daarvoor, o.a. in Engeland waar deze machine the Scottish maiden (Schotse meisje) werd genoemd. De Parijse machine had als bijzonderheid dat de valbijl een schuinlopend mes had dat tijdens de val snijdend het hoofd van de romp scheidde. In eerste instantie werd deze Schotse machine geperfectioneerd door Antoine Louis een Franse chirurg. Hij probeerde deze machine eerst uit bij schapen en op lijken. De machine werd, met grotere nauwkeurigheid in zijn opdracht en met zijn aanwijzingen door een Duitse klavecimbelbouwer Tobias Schmidt geconstrueerd. Deze laatste bedacht toen de schuine valbijl. Vandaar dat de eerste naam voor dit type valbijl Louisette (naar de naam van de chirurg Antoine Louis) werd. Het is echter ook mogelijk dat men de naam van deze machine toen verder associeerde met de naam van koning Louis (Lodewijk) die in 1793 ook onder de guillotine stierf. Vanaf 1800 werd geleidelijk aan de naam guillotine steeds meer gangbaar. Het Bargoense woord werd later La Veuve (de weduwe) omdat er zoveel mannen mee ter dood werden gebracht. In de revolutiejaren zijn er waarschijnlijk tienduizenden mensen (men zegt 40.000) van adellijke of hogere afkomst met de guillotine van het leven beroofd. In die dagen, zo zegt men, stond de guillotine niet stil. Het scheelde niet veel of dr. Guillotin was zelf ook onder zijn valbijl terechtgekomen. Hij was al gearresteerd om te worden omgebracht. Maar hij had geluk. Nadat Robespierre die het schrikbewind in die dagen leidde zelf was geëxecuteerd, werd hij vrijgelaten en kwam hij met de schrik vrij. Prof. Guillotin heeft in zijn nadagen als medicus zich nog veel met de publieke gezondheidszorg bezig gehouden. Zo heeft hij verbeteringen bij de vaccinatie doorgevoerd, een procedure die door de Schotse plattelandsarts Edward Jenner (1749-1823) ter voorkoming van pokken rond 1798 werd gepropageerd. Pokken was een vaak dodelijke ziekte, en als je het overleefde had je vaak lelijke littekens in het gezicht. In het platte taalgebruik werd iemand met een pokkengezicht wel mottig genoemd. Deze vaccinatiemethode bestond al langer. Maar dr. Jenner kon door zijn aangename manier van optreden en zijn persoonlijke invloed veel mensen voor zijn methode winnen. Men gebruikte aanvankelijk voor deze methode materiaal uit koepokken, vandaar de naam vaccinatie, omdat vacca het Latijnse woord voor koe is. Door gebruikmaking van gedroogd Frans koepokmateriaal werd de eerste vaccinatie te Rotterdam door de chirurgijn F. Duvigneau onder leiding van dr. L. Davids in 1799 doorgevoerd. Guillotin heeft een nationale vaccinatieplicht gepropageerd in Frankrijk. Deze werd ook in Nederland voor minvermogenden in 1808 doorgevoerd tijdens de regeringsperiode van koning Lodewijk Napoleon, onze eerste Nederlandse koning.

Guillotin stierf op hoge leeftijd in 1814 vermoedelijk door een bloedvergiftiging. Zijn naam leeft voort in het werktuig dat guillotine heet en thans onder die naam wordt gebruikt in de hout/rubberverwerking. Veel mensen zullen niet hebben beseft dat het pokkenbriefje dat vroeger gangbaar was, op insigatie van Guillotin is doorgevoerd. Hij heeft daarmee ook veel Nederlandse levens gered.