enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Ruim twee eeuwen geleden werd de guillotine, tijdens het bewind van Napoleon geïmporteerd vanuit Frankrijk. Het was, zo meende men, een machine waarmee men op pijnloze en humane wijze iemand door onthoofding het leven kon benemen. Tot dan toe was in Nederland verhanging in het algemeen de doodstraf. Maar tijdens de Franse bezetting (1795-1813) kreeg deze guillotine een plaats in het Nederlandse justitiële bestel.
Er stonden enkele van deze machines in een aantal grote steden opgesteld. In Amsterdam voltrok men de doodstraf met de guillotine op de Dam voor het paleis, later op de Nieuwmarkt. 15 juni 1812 bracht men Adriana van Rijswijk en haar minnaars Gerrit Verkerk en Hester Nepping rond 12 uur in de middag naar de guillotine, opgesteld bij de Waag op de Amsterdamse Nieuwmarkt. Zij waren veroordeeld voor een reeks gifmoorden in hun pension te Wijk bij Duurstede. Ook in Den Haag is met de guillotine tweemaal een vonnis voltrokken; o.a. werd de 19-jarige Adriana Bouwman, beticht van brandstichting, hiermee geëxecuteerd. Na het vertrek van Napoleon is de guillotine niet onmiddellijk afgeschaft. De machine is tot 1854 gebruikt. Toen ging men weer over tot verhanging als doodstraf . Een exemplaar van deze Nederlandse guillotine kan men nog vinden in het gemeentemuseum van den Haag de Ge¬vangenpoort. In vele andere landen bleef de guillotine nog veel en langdurig in gebruik. Onder andere nog door de nazi's maar ook later nog in Oost-Duitsland tijdens de communistische periode. In 1977 is de guillotine ook in Frankrijk afgeschaft. De laatste Franse executie met de guillotine was in Marseille. Volledigheidshalve: de doodstraf is in Nederland in 1870 in Nederland min of meer in onbruik geraakt. Wel vonden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog nog diverse executies plaats, meestal voor het vuurpeloton.
Hoe komt de machine aan de naam guillotine? De vraag kan worden gesteld hoe deze machine aan zijn naam guillotine kwam. Wat betekent dat woord en waar komt dit vandaan. Zoals bij veel zaken werd de machine genoemd naar iemand die betrokken was bij de invoering. Maar wie was dan de man naar wie deze vreselijke machine is genoemd. Was het een wreedaard? Integendeel, het was een zorgzame dokter die de naam Guillotin had en die zoveel mogelijk pijn bij onthoofding wilde voorkomen.
Prof. dr. Guillotin Joseph Ignace Guillotin (1738-1814) was een bekende Franse medicus met een grote praktijk in de dagen voor de revolutie. Vanwege zijn knapheid werd hij benoemd tot hoogleraar aan de universiteit van Parijs. Hij was een uitstekende arts onderzoeker die zich vooral verzette tegen de kwakzalverij die door de charlatan Mesmer werd bedreven. Rond deze tijd werd de werking van de magneet ontdekt in praktische experimenten. Mesmer meende dat hij door het magnetiseren van patiënten een genezingsproces op gang kon brengen. Deze wanopvatting, zonder enige wetenschappelijk bewijs, heeft zich nog eeuwen gehandhaafd. Zelfs in onze dagen zijn er nog magnetiseurs, al hoort men er steeds minder van. Guillotin was dus een progressieve dokter die zich inzette om de medische opleiding en de gezondheidszorg in de Franse ziekenhuizen te verbeteren. Hij werd daarom in 1789 gekozen tot volksvertegenwoordiger. Daarbij heeft hij veel voor de Franse geneeskunde betekend, niet alleen in de Franse ziekenhuizen en de universiteiten, maar ook voor de volksgezondheid in het algemeen. Onder zijn invloed kwam een departement van gezondheid tot stand, een instelling die in diverse landen, o.a. in Engeland werd nagevolgd. Ook in Nederland werden bij de medische opleiding een aantal van zijn beginselen doorgevoerd. Een van de zaken waar Guillotin zich op richtte was een humanere uitvoering van de doodstraf. In Frankrijk was het gebruikelijk dat de executie bij de gewone man, door verhanging plaats vond. Daarbij werd het slachtoffer aan een langdurige doodstrijd bloot gesteld. Mensen van adel hadden het voorrecht dat ze onthoofd werden. Dat gaf een snellere minder schandelijke dood. Maar ook de onthoofding ging niet altijd feilloos en meestal moest men meerdere malen hakken alvorens men door de nek heen was. Bij de Franse revolutie streefde men naar gelijkheid. Denk maar aan de term Liberté, Egalité et Fraternité (vrijheid, gelijkheid en broederschap). Aan de ongelijkheid bij de executies wilde Guillotin een einde maken. Zoals reeds opgemerkt waren er echter heel veel executies die met de gewone hakbijl niet altijd goed verliepen. Hij propageerde in de volksvertegenwoordiging dan ook het gebruik van een valbijl. Deze zou snel en trefzeker de dood veroorzaken. Het leek dus de meeste humane vorm van doodstraf waarbij de dood onmiddellijk intrad. In 1792 werd dood door de machine als methode van executie aanvaard. Snel daarna werd zij gebruikt voor een ter dood veroordeelde moordenaar, Nicole Pelletier. Achteraf blijkt deze machine toch niet de zachte dood te weeg te brengen zoals Guillotin veronderstelde. Dierproeven hebben aangetoond dat de hersenfunctie tenminste nog een minuut doorgaat na het afhakken van het hoofd.

Guillotin niet de uitvinder
In tegenstelling tot wat de naam suggereert is de guillotine niet door Guillotin uitgevonden. Eigenlijk bestond een dergelijke machine al vele eeuwen daarvoor, o.a. in Engeland waar deze machine the Scottish maiden (Schotse meisje) werd genoemd. De Parijse machine had als bijzonderheid dat de valbijl een schuinlopend mes had dat tijdens de val snijdend het hoofd van de romp scheidde. In eerste instantie werd deze Schotse machine geperfectioneerd door Antoine Louis een Franse chirurg. Hij probeerde deze machine eerst uit bij schapen en op lijken. De machine werd, met grotere nauwkeurigheid in zijn opdracht en met zijn aanwijzingen door een Duitse klavecimbelbouwer Tobias Schmidt geconstrueerd. Deze laatste bedacht toen de schuine valbijl. Vandaar dat de eerste naam voor dit type valbijl Louisette (naar de naam van de chirurg Antoine Louis) werd. Het is echter ook mogelijk dat men de naam van deze machine toen verder associeerde met de naam van koning Louis (Lodewijk) die in 1793 ook onder de guillotine stierf. Vanaf 1800 werd geleidelijk aan de naam guillotine steeds meer gangbaar. Het Bargoense woord werd later La Veuve (de weduwe) omdat er zoveel mannen mee ter dood werden gebracht. In de revolutiejaren zijn er waarschijnlijk tienduizenden mensen (men zegt 40.000) van adellijke of hogere afkomst met de guillotine van het leven beroofd. In die dagen, zo zegt men, stond de guillotine niet stil. Het scheelde niet veel of dr. Guillotin was zelf ook onder zijn valbijl terechtgekomen. Hij was al gearresteerd om te worden omgebracht. Maar hij had geluk. Nadat Robespierre die het schrikbewind in die dagen leidde zelf was geëxecuteerd, werd hij vrijgelaten en kwam hij met de schrik vrij. Prof. Guillotin heeft in zijn nadagen als medicus zich nog veel met de publieke gezondheidszorg bezig gehouden. Zo heeft hij verbeteringen bij de vaccinatie doorgevoerd, een procedure die door de Schotse plattelandsarts Edward Jenner (1749-1823) ter voorkoming van pokken rond 1798 werd gepropageerd. Pokken was een vaak dodelijke ziekte, en als je het overleefde had je vaak lelijke littekens in het gezicht. In het platte taalgebruik werd iemand met een pokkengezicht wel mottig genoemd. Deze vaccinatiemethode bestond al langer. Maar dr. Jenner kon door zijn aangename manier van optreden en zijn persoonlijke invloed veel mensen voor zijn methode winnen. Men gebruikte aanvankelijk voor deze methode materiaal uit koepokken, vandaar de naam vaccinatie, omdat vacca het Latijnse woord voor koe is. Door gebruikmaking van gedroogd Frans koepokmateriaal werd de eerste vaccinatie te Rotterdam door de chirurgijn F. Duvigneau onder leiding van dr. L. Davids in 1799 doorgevoerd. Guillotin heeft een nationale vaccinatieplicht gepropageerd in Frankrijk. Deze werd ook in Nederland voor minvermogenden in 1808 doorgevoerd tijdens de regeringsperiode van koning Lodewijk Napoleon, onze eerste Nederlandse koning.

Guillotin stierf op hoge leeftijd in 1814 vermoedelijk door een bloedvergiftiging. Zijn naam leeft voort in het werktuig dat guillotine heet en thans onder die naam wordt gebruikt in de hout/rubberverwerking. Veel mensen zullen niet hebben beseft dat het pokkenbriefje dat vroeger gangbaar was, op insigatie van Guillotin is doorgevoerd. Hij heeft daarmee ook veel Nederlandse levens gered.

W. Kroese in jonge versie

De 19e eeuw was er één van enorme veranderingen. Er waren twee belangrijke gebeurtenissen die daarvan de oorzaak waren: de Franse revolutie (1789) met zijn vrijheidsdenken en verlichtingsfilosofie, en later de industrialisatie, met ingrijpende gevolgen: de groei van de steden, de opkomst van de arbeidersbeweging, enzovoort.

Europa kraakte in haar voegen en sidderde op haar grondvesten. In eerdere tijden was het onderwijs voornamelijk een zaak van de kerken geweest. Zeker op het platteland. De schoolmeester was als het ware handlanger van de dominee. De officiële leer was die van Calvijn, zoals verwoord door de Synode van Dordrecht (1618-1619). Goed geregeld, dus. Het nieuwe denken zette echter het breekijzer tussen kerk en staat: het onderwijs werd een zaak van de overheid. En zo werd de schoolstrijd in het leven geroepen. Het principiële punt was dat onderwijzen aan kinderen tegelijk opvoeden is. En dat is niet het recht van de staat, maar het recht van de ouders. Overigens: ook niet van de kerk.

Toch was het vaak een bondgenootschap van dominees en onderwijzers die genoemde strijd aanvoerden. Ze stonden dichter bij de mensen en kenden hun nood en hun armoede, van binnenuit. Één van hen willen we hier eens nader bekijken: Meester Willem Kroese. In de beperkte ruimte van dit artikel wil ik u een twee beelden uit zijn tijd in Drachten (1876-1912) laten zien, in de hoop dat u daarmee enig idee krijgt van wat voor iemand hij was en wat hem bezielde. Jouw zoon heeft een goed stel hersens, hij kan best onderwijzer worden!” had het hoofd van de school in Hattum gezegd. En zo geschiedde. In 1875 is hij, 25 jaar oud, werkzaam in Apeldoorn en schrijft een sollicitatiebrief naar Drachten, waar men een hulponderwijzer vraagt. Het bestuur van de school op het Oosteinde is blijkbaar zo onder de indruk van het geschrift dat men hem meteen wil benoemen. Doch de heer Magendans, het toenmalig hoofd, protesteert: “Ik wil hem eerst wel eens zien en een gesprek met hem voeren!” Het compromis is een voorlopige benoeming.

28 september wordt de aanstelling vast, onder de voorwaarden dat “…de hulponderwijzer verplicht is de hoofdonderwijzer in alle schooltijden terzijde te staan, daar en op welke wijze de hoofdonderwijzer zulks nodig acht…” Ik waag te betwijfelen of Magendans het wel zag zitten met de nieuwe medewerker (een maatje te groot?), want twee dagen later ontvangt het bestuur een brief waarin hij zijn vertrek aankondigt. Hij neemt “na rijp beraad en veel gebeds” een benoeming aan naar Minnertsga. Nu volgt de procedure die moet leiden tot het benoemen van een nieuw hoofd der school. Er wordt een advertentie geplaatst. Uit de sollicitaties selecteert het bestuur een zestal brieven die aan de leden wordt voorgelegd, waarna de vergadering er drie aanwijst voor de finaleronde. Te weten: de heer Heukels te Zutphen, de heer Van der Kooi te Workum en - jawel! - de heer Kroese te Hattum. Begin december zal het bestuur een bezoekronde afleggen. Doch Heukels laat weten dat hij elders al een plek heeft en toen men op 11 december naar Workum wilde vroor het zo hard dat zo ’n reis er niet in zat. De ledenvergadering ziet in het gebeuren een vingerwijzing Gods en benoemt Kroese tot hoofd der school. Het bijzonder onderwijs had het niet gemakkelijk. Er was veel weerstand. Hele dorpen, kerkgemeenschappen, zelfs families, werden in tweeën gespleten. Je behoorde of bij “dizze” of bij “de oare kant.” Bovendien heeft het tot 1917 geduurd voordat ook het bijzonder onderwijs volledig door de overheid werd gefinancierd. En dat in een tijd van bittere armoede. Het Kapitaal deelde de lakens uit en het Socialisme broeide op de heide en in het veen. Met de schoolwet van 1878 wilde de liberale minister Kappeyne het onderwijs op een hoger peil brengen: betere leermiddelen en kleinere klassen. Het zou de genadeklap voor het bijzonder onderwijs betekenen. Een massaal protest was het gevolg. Koning Willem III nam de kleine half miljoen handtekeningen welwillend in ontvangst en zette vervolgens zijn handtekening onder de wet.

Opgeven dan maar? De enige weg was: samenwerken. In het hele land sloot men de rijen. De nood werd opgeteld en verdeeld. De meest armlastigen werden geholpen door de rest. Er ontstond een nieuw elan. Er werd een begaanbare weg zichtbaar tussen Liberalisme en Socialisme. Zoals Mozes het volk door de Rode zee voerde. Zo ongeveer moeten ze hem gezien hebben wanneer hij op zijn paard door de dorpen trok: meester Kroese was weer op weg. Naar een vergadering van de Bijzondere Scholen in Frieslands Zuidoosthoek, naar Rottevalle of Ureterp waar men een eigen school wilde beginnen, om aldaar “eene rede te houden” of naar een eenvoudige spitkeet ergens op de heide om de ouders te helpen het schoolgeld bij elkaar te scharrelen: 7½ cent per maand. Kilometervergoeding was er niet bij en voor een spreekbeurt rekende hij niets. Zijn salarisverhoging van 100 gulden schonk hij terug aan de vereniging. Meester Kroese is in december 1912 overleden aan een longontsteking. Hij ligt begraven op de Zuiderbegraafplaats te Drachten.

Tom de Boer

verleden van drachten 16a

Bron: Tresoar

verleden van drachten 2 16b