enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

109e kb 1 DSC 6176b

Kinderschans zitelement. Foto auteur

 

3 september 2016 is er in Fryske Peallen gevierd dat door de aanleg van de vernieuwde en verbrede N381 tussen Drachten en de Drentse grens de verkeersveiligheid is verbeterd en de dorpskern heringericht. Het dorp kreeg meer kleur en de regionale geschiedenis is nu voor inwoners en bezoekers beter zichtbaar. In dit dorp wordt de geschiedenis gekoesterd.

In 2015 kwam er een nieuw plein voor Ma Kelly’s Muziekcafé aan de Hearsterwei 1, waar Tolheksleane, De Sluis en Kromhoek bij elkaar komen. Een centraal geplaatste, brede, donkergrijze lage muur contrasteert met de warmere tinten van de bestrating.


109e kb 2 DSC 6171b kopie

Detail kinderschans zitelement. Foto auteur

 

Bern
Die muur is een zitelement en vormt samen met een donkergrijze band in de bestrating een vierkant met gebastioneerde hoeken, de vorm van de historische schans aan het andere eind van de Hearsterwei. De dorpsnaam Fryske Peallen is met grote letters aan de buitenkant geïntegreerd. De binnenzij heeft een dubbele rij vierkante keramieken tegels met diverse voorstellingen en een metalen bordje met Makke troch ús bern 2015 (gemaakt door onze kinderen) met daaronder het dorpswapen. Kinderen van 4 tot 12 jaar mochten een ‘eigen tegel schilderen’, een deel van die 235 tegels geeft een kleurrijk accent aan de kinderschans. Alleen de grondvorm herinnert aan het oude verdedigingswerk.


109e kb 3 fr palen schans bayke de vries wcc

Schans gezien vanaf de Fryskepeallenfeart richting De Scheiding. Foto Bayke de vries (Wiki Creative Commons)

 

Grens
In 2014 is een deel van de vervallen schans op de grens van Friesland en Groningen weer zichtbaar gemaakt in aarden wallen op de historische locatie tussen de Fryskepeallenfeart en De Scheiding ter hoogte van de Hearsterwei. Op het informatiebord wordt de geschiedenis kort belicht:


“Friesche Palen
De schans te Friesche Palen is in 1593 aangelegd door
graaf Willem Lodewijk van Nassau in zijn strijd tegen
de Spaande stadhouder Verdugo.
Samen met twee andere schansen moest deze voorkomen
dat de Spaanse troepen het gewest Friesland binnen
konden trekken. In 1593 was het moeras zo uitgedroogd
dat het Spaanse leger van de Zwartendijksterschans
en Friesche Palen over Vredewold naar Tolbert kon gaan,
de bezetting was inmiddels gevlucht.
De vorm van de schans moet overeenkomstig zijn geweest
aan die van de Zwartendijksterschans, een regelmatig
gebastioneerde vierhoek.”

109e kb 4 Willem Lodew v Nassau 1560 1620

Graaf Willem Lodewijk van Dillenburg-Nassau 'us heit' (1560-1620), 1609 olieverfpaneel, 29.8 x 24.1 cm, Rijksmuseum

 

Us Heit
De schans in Fryske Peallen was onderdeel van de Friese Waterlinie. Deze begon bij de Zuiderzee begon en hier eindigde. Naast die schans, zijn ook de Zwartendijksterschans en de Breebergschans in 1593 gebouwd in opdracht van de Friese stadhouder graaf Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg, in Friesland Us Heit genoemd. De oorlog tegen het Spaanse Rijk onder koning Filips II leidde tot het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Nederland werd een zelfstandige land waarin de provinciën Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijssel en Groningen allen een gelijk aandeel in de macht kregen en waaronder ook het zuidelijk deel van het land viel, de ‘Generaliteitslanden’.
Tijdens het rampjaar 1672 is de schans tegen de binnenvallende bisschopdommen Münster en Keulen gebruikt, maar naar verluidt was de schans verlaten. Daarna raakte de schans in verval.


109e kb 5 DSC 6183b

Stekje, gezien richting Hearsterwei. Foto auteur

 

In zicht
Onderaan het informatiebord staan logo’s van de Friese waterlinie en de Schansenroute Westerkwartier, waarvan de schans deel uitmaakt. Het schansproject, dat de geschiedenis levend houdt voor jong en oud, kwam mede tot stand met steun van Landschapsbeheer Friesland, Staatsbosbeheer, KNHM en de Groningse gemeente Marum. November 2014 onthulde gedeputeerde Sietske Poepjes binnen de schanswallen nog een schans, een stekje in regelmatig gebastioneerde vierhoekvorm van Sven Lamme. Zijn bankje van hout en cortènstaal vestigt, net als andere stekjes in Friesland, de aandacht op het (historische) landschap. Uit het midden steken zes cortènstalen speren tot boven de wal. Ze trekken van ver de aandacht.


Aldtsjerk, Fryske Peallen, 2016, ©Gerhild van Rooij, www.gerhildvanrooij.nl

*Gerhilds 26ste Kunstrubriek Cortènstaal 9, 17 februari 2015 (Stekje, Sven Lamme);
https://www.youtube.com/watch?v=r5Pt8fdmCBQ (Sven Lamme en Sietske Poepjes bij onthulling stekje Fryske Peallen)

Bronnen
www.friesewaterlinie.nl

Architectenbureau Bekink uit Groningen ontwierp een gebouw van sobere materialen met een open entreeportaal en veel glaswanden met zicht op klooster en kloostertuin. Het is de roomskatholieke parochie De Goddelijke Verlosser aan de Pier Panderstraat 1 in Drachten. In 1962 kreeg het een opvallend wandkunstwerk van Max Reneman. Zijn ontwerp sloot aan bij de strakke vormgeving, was sober, maar trok wel de aandacht. In de betonreliëf wandschildering van 3 meter hoog en 15 meter lang wisselen motieven elkaar af, maar vormen tegelijk een eenheid.


108e kb 1 DSC 4806 kopie

Symbolen
De verschillende vormen die de schepping weergeven, doen denken aan houtsneden. In dit kunstwerk zijn symbolisch een alziend oog en een beschermende hand te herkennen. Daarachter golven in het verlengde enkele lijnen als een zee die, met de zon daarboven, doet denken aan het werk van Jan Loman. Er zwemt een vis, in het midden spreidt een bijna gevelhoge vogel haar vleugels en vestigt zo de aandacht op een in deze voorstelling geïntegreerd woord achter zich. Het staat centraal en hoog geplaatst en luidt: Bemint.

108e kb 2 DSC 4807 kopie

 

Vogel
Op het oorspronkelijk voor de Mariaschool in Groningen gemaakte beschilderde betonreliëf uit 1959 kijkt een gestileerde vogelfiguur naar de zon. Reneman werd hiervoor en voor meer monumentale werken geïnspireerd door glas-in-loodramen van de katholieke kerken, waar hij als jongen veel tijd doorbracht. In 1960 maakte hij zelf grote glas-in-loodramen in de voormalige katholieke Mariakerk aan de Landsteinerlaan 2, die evenals de Mariaschool in de wijk Corpus den Hoorn ligt. In de westwand verwerkte hij symbolen van Gods goedheid, zoals de duif en het oog, die we ook in Drachten zien.


108e kb 3 DSC 4810 kopie

 

Vak
Max Reneman werd op 20 oktober 1923 in Groningen geboren. Zijn vader had een groothandel in tandtechnische apparatuur. Zijn zoon mocht kunstenaar worden als hij ook een 'echt vak' zou leren. Op zijn 22ste studeerde Reneman in Groningen af als tandarts en begon daar een praktijk. Hij deed ook wetenschappelijk onderzoek en was wetenschappelijk medewerker bij de vakgroep tandheelkunde aan de Universiteit Utrecht. Na zijn doctoraal vestigde hij zich in 1947 in Amsterdam, waar hij van 1945 tot 1949 een opleiding Beeldende Kunsten aan de Rijksacademie volgde.


108e kb 4 DSC 4815 kopie

 

Nieuw
Hij leerde van de bekende hoogleraar monumentale kunst Heinrich Kampendonk met glas-in-lood werken en ook om destijds nieuwe technieken als glas-in-beton en betonreliëfs toe te passen. Daarmee zou hij later kunstwerken van enorme formaten maken, zoals in Drachten. Ook volgde hij teken- en schilderlessen bij Jan Wiegers aan de Rijksnormaalschool voor Tekenleraren. In de jaren vijftig ontving hij onder meer twee keer een Koninklijke Subsidie voor de schilderkunst. Hij bleef ook actief als tandarts en specialiseerde zich in tandprothesen.


108e kb 5 DSC 4805 kopie

 

Zijn
De etiketten die anderen hem gaven schudde hij van zich af toen hij dacht: “Als ik fiets, ben ik fietser, geen beeldhouwende tandarts of succesvolle beeldhouwer die fietst.” Hij was veelzijdig en als kunstenaar én tandarts succesvol. Hij raakte betrokken bij alternatieve kunstuitingen en richtte in 1970/1971 met onder anderen Robert Jasper Grootveld en Theo Kley het Deskundologisch Laboratorium op. Hij stond aan de basis van ‘magische’ instituten als de Insektensekte, het Amsterdams Ballongezelschap, de Vervelingsklier, het Openbaar Kunstgebit en het Resistentie-orkest. Max Reneman was een spil in de kunstwereld van de jaren zestig en zeventig en zocht nieuwe manieren om ‘kunst naar het volk te brengen’.


Vrij
Als voorzitter van kunstenaarsvereniging De Keerkring, vanaf 1960, maakte hij exposities in de nieuwe vleugel van het Stedelijk Museum. Het waren happenings. Reneman en Deskundologen als 'anti-rookmagiër' Robert Jasper waren hun tijd misschien wel vooruit. Ze waren tegen het gebruik van pesticiden en hebben bijvoorbeeld een Monument voor de Gevallen Vlinder ontworpen. Max Reneman kwam op 23 december 1978 op 55-jarige leeftijd om bij een vliegtuigongeluk bij Palermo (Cinisi), voor de kust van Sicilië en werd begraven op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied. In zijn werk vliegt hij nog in alle vrijheid.


Drachten, Aldtsjerk 2016, ©Gerhild van Rooij (tekst en foto’s)

Bronnen
Keunstwurk.nl; RKD.nl; smelneserfskip.nl

107e kb I WGL fokma noardburgum

IWGL Chris Fokma (Keunstwurk.nl)

 

Chris Fokma
De watertorens van Drachten en Lippenhuzen zijn in opdracht van de N.V. Intercommunale Waterleidingen Gemeente Leeuwarden (IWGL, ook I.W.G.L.) gebouwd. Dit intergemeentelijke bedrijf begon als waterleidingbedrijf voor Leeuwarden en omgeving, werd vervolgens Waterleiding Friesland, daarna Nuon Water en is nu al enige jaren onderdeel van Vitens Waterleidingbedrijf in de provincies Friesland, Overijssel, Gelderland, Flevoland en Utrecht.

107e kb 2 ypeijgrootwdv

Nicloaas Ypey (1794-1869), olieverfschilderij in Vijversburg in gelijknamig park ook Bos van Ypey, in Tytsjerk. Met dank aan Stichting op Toutenburg (Vijversburg.nl)

Grootste
Het grootste pompstation van Friesland staat in Noardburgum Tytsjerksteradiel aan de Rijksstraatweg nabij de Dokter Ypeylaan, genoemd naar de filantroop die hier de heide liet ontginnen. Het pompstation valt nu wel onder Vitens, maar in de inham boven een gevel van dit gebouwencomplex herinneren vier aaneengeschreven monumentale letters aan de opdrachtgever IWGL. Het pompstation is vele malen uitgebreid, maar deze sculptuur uit 1958 bleef intact.


107e kb 3 Max hedi Schoop

Max Ulrich Schoop en zijn tweede vrouw Frieda vóór 1957, bron Anthony Verebes (Duitse Wikipedia Creatieve Commons)

 

Kunstwerk
Het kunstwerk van geschooperd ijzer is uitgevoerd en ontworpen door Chris, voluit Christiaan Willem, Fokma, geboren op 27 maart 1927 in Oranjewoud. Schooperen wordt wel tot scoperen of schoperen verbasterd, maar verwijst naar de Zwitser M.U. Schoop, uitvinder van deze specifieke oppervlaktebehandeling. Schoop introduceerde begin 20ste eeuw het schooperen, vlam- of vuurverzinken: thermisch aanbrengen (spuiten) van vloeibaar zink, aluminium, gietijzer, of meer legeringen op een vooraf blankgestraald metaaloppervlak, waardoor een beschermende laag ontstaat.


107e kb 4 Lwrdn Kl Hoogstr 8 rce

Rijksmonument, Kleine Hoogstraat 8 Leeuwarden (RCE.nl)

 

Ateliers
Chris studeerde aan de Technische Universiteit en daarna vanaf 1951 tot in 1955 aan de Rijksacademie in Amsterdam, die toen aan de Stadhouderskade 85 lag. In 1954 maakte Chris een studiereis naar Rome, Florence en Venetië. Deze veelzijdige kunstenaar woonde en werkte aan de Kleine Hoogstraat 8 in Leeuwarden. Hij had er meerdere goed geoutilleerde ateliers gebouwd voor het werken in de verschillende disciplines met materialen van plexiglas of acrylaat tot keramiek, glas, staal, en fotografie. Het pand is nog steeds te herkennen aan de door Chris ontworpen en uitgevoerde brievenbus, in de gevel is geïntegreerd als kunst in de openbare ruimte.

 

107e kb 5 brievenbus lwrdn 2

Brievenbus van Chris Fokma in Kleine Hoogstraat 8 Leeuwarden (Keunstwurk.nl)

 

Brievenbus
De kop met de glazen ogen heeft een mond die tegelijk een brievenbus is. Het is geen kikker zoals vaak geschreven is. Het beeld dat Chris in 1963 maakte is een sprookjesfiguur. Hij noemde het een gnoom of kobolt.

Datzelfde jaar stond de kunstenaar in een interview in de Friese Koerier afgebeeld met deze brievenbuskobolt in de armen. Nu herinnert het kunstwerk, dat bij het overschilderen van de pui werd meegeschilderd, aan zijn voormalige woning en ateliers.

 

 

107e kb 6 IWGL fokma pompsation 4190b

IWGL Pompstation Noardburgum met kunstwerk Chris Fokma, 1958

 

Overheidsgebouwen
Nadat zijn vrouw Anneke Fokma-Brouwer was overleden, verhuisde Chris in 2005 naar een prachtig natuurgebied in Frankrijk. Hij is op 12 december 2012 in Carhaix-Plouguer overleden en liet vele werken na, waarvan een groot deel in de openbare ruimte. Naast beeldhouwer, keramist, glasschilder, glaskunstenaar, monumentaal kunstenaar, omgevingskunstenaar, aurafotograaf en wandschilder was Chris in Leeuwarden leraar aan de Vredeman de Vries Akademie en later de NHL. Zijn vrijstaande en aan gevels bevestigde beeldende werken memoreren vaak historische gebeurtenissen of personen, of sieren met wapens, emblemen of logo’s overheidsgebouwen zoals in 1958 het IWGL-complex in Noardburgum.


107e kb 7 Halbertsma Watert. Lwrdn

Eerste watertoren van Friesland in Leeuwarden aan De Schrans/Zuiderplein, van architecten Hidde Petrus Nicolaas Halbertsma en Jan Verheul (anonieme foto, 4 mei 1901)

 

Beyma
De Friese hoofdstad gaf haar eigen waterleidingbedrijf op in de tijd dat alleen Leeuwarden, Sneek en Heerenveen dankzij hun waterleidingen betrouwbaar water hadden. Buiten deze gebieden moest men regenwater opvangen of water uit oppervlaktewater of putten halen. Dat een stad haar waterleidingbedrijf opgeeft om een streekwaterleidingbedrijf op te richten is uniek in de geschiedenis van de Nederlandse drinkwatervoorziening. De IWGL dankt haar bestaan mede aan burgemeester Jhr. mr. Julius Mathijs van Beyma. Hij was president-commissaris van de IWGL van 29 september 1922 tot februari 1943, toen de bezettende macht hem als burgemeester van Leeuwarden ontsloeg, waarmee ook een eind kwam aan zijn voorzitterschap. Pas tegen 1960 waren de laatste Friese huishoudens aangesloten op het waterleidingbedrijf.


Lippenhuzen, Leeuwarden, Noardburgum, Aldtsjerk 2016, ©Gerhild van Rooij, gerhildvanrooij.nl
Bronnen:RCE.nl; HCL.nl; RKD.nl; Keunstwurk.nl; Tresoar.nl; Opsterland.nl; t-diel.nl; biografischportaal.nl; GBV archief; Stichting op Toutenburg, vijversburg.nl; oral history Jan Doeke Fokma (zoon van Chris Fokma)
Gerhild van Rooij. Ontstaan van Noardburgum en de eikel in de vlag, Heidepraet. Jg. 38, nr. 352, oktober 2014, pp.18-19


1 post communication musfrankfurt

Posthoorn
Een posthoorn is een klein koperen blaasinstrument zonder ventielen. De daarvan afgeleide kornet heeft wel ventielen. Op de posthoorn kunnen alleen natuurtonen worden gespeeld, die ontstaan door overblazen. In de 18de en 19de eeuw werden ze vooral gebruikt als signaalinstrument op de postkoetsen en door postiljons. Dit zijn postbezorgers te paard, ook wel postrijders genoemd. De Fransen introduceerden in de 18de eeuw de postiljon, te paard ging het posttransport sneller.

2 post postiljon

Bodes
In 1799 werd de post in Nederland nationaal verklaard. Buiten Holland waren de verbindingen met de rest van Nederland en het platteland zo beperkt, dat, ondanks de nationalisering, de post daar vooral door particulieren werd bezorgd. In de 18de eeuw liepen bodes met de post onder hun arm wel acht uur van stad naar stad om deze af te leveren bij bestellers, die de post bij geadresseerden bezorgden. Gorredijk kreeg in 1820 door bodeloop aansluiting op Heerenveen.


3 post Posthorn Noten

Signalement
In 1850 werd er een hulpkantoor geopend van de postkoets Heerenveen – Groningen. Halverwege die 19de eeuw werd ook de nieuwe verbindingsstraatweg Heerenveen-Gorredijk-Bergum aangelegd. Dat scheelde de postkoets vele kilometers rijden. Toen er nog geen postkantoren waren, werd de postkoets aangekondigd, iedereen wist daardoor dat hij of zij de post kon ophalen of afgeven om te laten bezorgen. De postkoetsier blies zelf of er reed een postiljon vooruit, die bij aankomst een signaal speelde voor persoonspost met daarop aansluitend een signaal om het aantal bijwagens aan te geven. Verder speelde hij vastgestelde signalen voor goederenpost, brievenpost, straatpost, treinpost enzovoort.

 

4 post Cart drawn by dogs

Spoor
Vanaf 1844 ging post per trein en werd vanaf de stations via rijtuigen en op andere manieren naar de klant gebracht, eerst nog in passagierstreinen, daarna in aparte wagons. Het spoorwegnet breidde zich in de tweede helft van de 19e eeuw steeds meer uit, ook de stoomtram werd voor postvervoer ingezet. Lopende boden verdwenen, maar op onbereikbare plekken werd tot 1922 post bezorgd door een hittekar: een door één hond getrokken postkarretje. De lopende boden en boden met hittekarren op het platteland kregen pas begin 20ste eeuw een fiets.


5 post gorredijk sluis 1940 1960

Postdiensten
In 1833 onderhield de toen in Terbandsterschans wonende logementhouder Frans van der Wal met zijn koets een postdienst van Lemmer via Gorredijk en Tolbert naar Groningen. Die rit verliep langs de Tjalleberderweg. Hij verhuisde later naar de Korenbeurs in Gorredijk. Vanaf 1866 reden treinen tussen Leeuwarden en Groningen en richtte hij zijn diligence ook op halteplaats Veenwouden. Toen er in 1868 treinen tussen Zwolle en Heerenveen bijkwamen, pasten hij en collega Durks hun dienstregeling ook op dat spoor aan. Een jaar later kreeg Gorredijk een telegraafkantoor en op 15 augustus 1876 werd het Post en Telegraafkantoor aan de Kerkewal officieel in gebruik genomen. De stenen PTT-logo’s met een posthoorn in ronde vorm met cirkelvormige draaiing in de buis herinneren aan de oude bezorgwijze.


6 post 1947 tto treumanTreumann
Een vergelijkbaar embleem is te zien op Café de Posthoorn in het voormalige wachtgebouw van de tram (NTM) aan de Hoofdstraat in Beetsterzwaag, evenals bij vele horecagelegenheden in andere voormalige postiljon- of tramhalteplaatsen waar post werd meegegeven of aankwam.
Otto Treumann, een Duitse grafische ontwerper en emigrant, had een belangrijke rol in de Nederlandse naoorlogse vormgeving. Op zijn PTT-poster blaast een mannetje op diezelfde oude posthoorn terwijl hij tegen telegraafpalen leunt, toen nog symbool voor snelle verbindingen. De telefonie, een nieuwe, 20ste eeuwse PTT-dienst verbeeldde hij in een telefoondraaischijfhoofd met een hoge hoed van een vel papier met luchtpoststrook als veer en telefoonhoorn als rand. Telexstroken werden armen en benen aan een enveloppe-lijf met vanaf de schouder een grijs telefoonspiraalsnoer waaraan een rode expresstrook hing als postbodetas. Oud en nieuw verwijzen speels naar wetenschappelijk, industrieel en immaterieel erfgoed.

Aldtsjerk, Gorredijk, 2016, ©Gerhild van Rooij, www.gbv-artgallery.nl
Bronnen
www.gorredijkhistorie.nl
www.post.nl
Kort & Kort, Gorredijk
Zie 90ste, 91ste Kunstrubrieken (gevelstenen op oude PTT-kantoor Gorredijk)
S. Bakker e.a., Vier dorpen één streek, een geschiedenis in woord en beeld, januari 2003, Atelier Rijksbouwmeester

1 en 2 Postiljon, historisch
3 Posthoornsignalen, Pruisen, 1828
4 Franse Postbode met hondenkar, 1900-1905, reclamepostkaart Bedrijf "Au Planteur de Caiffa", Uitgave Morier
5 Oude Postkantoor Gorredijk, postkaart (1940-1960)
6 PTT-affiche, Treumann (www.post.nl)

1 1850 plattel. ns hangbrievenbusWapensteen
Op de gevel van It âld postkantoar of het hoekpand Hoofdstraat 46 en Kerkewâl in Gorredijk, hangen aan de entreezijde PTT-logo’s. Aan de waterkant prijkt een gevelsteen met het Nederlandse wapen met schildhouders en lint onder baldakijn op de rode bakstenen muur. Deze gevelversiering valt in het midden over een contrasterende band heen, die uit drie lagen gele stenen bestaat. Het wapen sierde niet alleen postkantoren maar ook brievenbussen, zoals de bovenstaande van de ADMINISTRATIE DER POSTERIJEN uit 1870 met onder het wapen in reliëf: BRIEVENBUS. Wat lager is met de hand in krulletters het woord Buslichting geschilderd en daar weer onder de verschillende buslichtingen. In die tijd waren dat er meerdere per dag en de post werd toen ook nog meerdere keren per dag bezorgd.

Post
Voordat deze brievenbussen in beeld kwamen, werd de post wel aangekondigd door posthoornsignalen en stonden de postwagens of postiljons te paard stil om de toegestuurde brieven en poststukken in ontvangst te laten nemen. De ontvangers moesten bij de postkoetsen of –wagens, op het postkantoor of aan de bodes te voet bezorgkosten betalen, de verzender betaalde niets. Vanaf 15 januari 1799 werd de post in Nederland een staatsaangelegenheid. Het Nederlandse wapen op het voormalige Gorredijkse postkantoor verwijst daarnaar. In de eerste Postwet uit het jaar 1810 werd vastgesteld dat de staat het monopolie over de post kreeg en dat posttarieven gestandaardiseerd werden. Het postbedrijf viel onder het Departement van Financiën.


2 1850 standaard brievenbus schets1850
Op de hoge, rechthoekige gietijzeren brievenbus op vooruitspringend hardstenen voetstuk uit 1850 prijkt voor onder de gleuf een Nederlands gekroond wapen met schildhouders en wapenlint met de woorden Je maintiendrai.* Eenzelfde lint siert het wapen op it âld postkantoar. In de Postwet, ook uit 1850, werd vastgelegd dat het algemeen belang van een goede afhandeling van het postverkeer het belangrijkste doel van de Posterijen was. Pas in 1852 werd de postzegel ingevoerd, tot die tijd betaalde de ontvanger. Telefonie en telegrafie hoorden nog niet bij het pakket diensten dat de post aanbood. Vanaf 1913 zou het rijk zich pas toeleggen op het verwerven van telefoonnetten. In Gorredijk verwijst de tekst op de wapensteen daarnaar.

 

4 1850 Hoofdstr 46 ned wapenAPT en PTT

Het veelkleurige wapen hangt op een gepolijste antracietkleurige steen met dieperliggende ongepolijste randomlijsting. In het donkerder, gepolijste deel staat in letters met schreven in diepreliëf de oude naam: POST EN TELEGRAAFKANTOOR.

Die telegrafie stond pas vanaf 1915 in de naam van het postbedrijf dat toen Administratie der Posterijen en Telegrafieën genoemd werd, afgekort APT. In 1928 is het hernoemd tot (Eerste) Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie, beter bekend als PTT, waarnaar het in de 90ste kunstrubriek toegelichte PTT-logo van Gradus van Eden verwees.

 

 

5 1850 postkantoor logo gdijk

 

Beeldbepalend
De logostenen en de wapensteen van de voormalige PTT komen prachtig uit op het door de broers Wessel en Remco Kort in 2011 gerestaureerde hoekpand. De sfeer van het oude pand is buiten bewaard en binnen is ook veel terug te vinden en hersteld. Puer Leven in Stijl van de Zorgcoöperatie Noord vestigde een lifestyle winkel in dit beeldbepalende pand met de luiken. Er wordt een sfeervolle dagbesteding, werk- en of leerervaring geboden aan mensen met uiteenlopende beperkingen ten opzichte van de arbeidsmarkt en er zijn gadgets, cadeaus en relatiegeschenken op maat te krijgen. E-mail, sms, skype, I-phones en face-time hebben de telegrafie en telegrammen vervangen, de telefoon is alom aanwezig, daarvoor hoef je niet meer de deur uit, en bestellen doen we steeds meer online. De gevelstenen herinneren aan een andere tijd, één waarin je naar fysieke post uitkeek in plaats van virtuele berichten en reclames.

Gorredijk, Aldtsjerk, 2016 ©Gerhild van Rooij www.gerhildvanrooij.nl

Noot, bronnen, foto’s
*In 1850 krijgt de Haagse IJzergieterij L.I. Enthoven opdracht voor 70 groene standaardbrievenbussen (90x200x42cm), de Haagse blikslagerij Candel vervaardigt 140 afsluitbare binnentrommels. De (aangepaste) bus met buslichtingdeurtje aan de zijkant blijft ruim 110 jaar in het straatbeeld.
RCE.nl
iconenvandepost.nl (brievenbussen)
post.nl (geschiedenis, PTT)
gevelsteen.net Nederlandse wapensteen, Gorredijk
http://www.zorgcooperatienoord.nl/deelnemers/puer-leven-in-stijl/

handel en industrie 1 Gerhild van Rooj industrie en

 

Tijdsbeeld
In Drachten hangt op het Sander Israëlsplein bij de hoek van de J.G. van Blomstraat een gevelsculptuur die bekend is onder de naam Handel en Industrie. Wie het werk heeft ontworpen en uitgevoerd, is onbekend. Volgens Keunstwurk is het waarschijnlijk dat de wandversiering met permanente status is onthuld bij de opening van het winkelcentrum in de jaren vijftig of zestig van de vorige eeuw. Het was toen de periode van de Wederopbouw, waarin veel beelden voor bedrijfspanden werden gemaakt.


handel en industrie 2 Gerhild v Rooij plein Industrie 2

 

Figuur
Deze kunst die in de openbare ruimte bij en aan bedrijven kwam te staan of hangen drukte uit dat na het puinruimen van de voorbije oorlog arbeidskracht en inventiviteit weer werden ingezet om ons land te laten floreren. De wandsculptuur sluit aan bij de functie van het plein als winkelcentrum, waar veel industrieel vervaardigde producten worden verhandeld. Aan de rechterkant tekent een zwarte stalen band de contour van een staande figuur. Deze industriële arbeider is op enige afstand van de muur geplaatst. De haakse band maakt dat er een fijne lijn ontstaat met voldoende stevigheid.

 

handel en industrie 3 gallobelgicusb mercurius

 

Stang
De in profiel afgebeelde man houdt een eveneens zwarte, bredere rechthoekige verticale stang vast, die bovenaan met een ringvormige houder aan de muur is geklonken, beneden haaks afbuigt en dwars door de as van een wit tandwiel aan de muur is bevestigd. De handen van de man ‘verdwijnen’ achter die boven hem uitstekende stang. De nogal rechte armen eindigen abrupt, al steken de rondingen van de knuisten nog net uit. Passend bij een industriële machine, lijken de armen wel hendels, wat benadrukt wordt door de schouderlus waarmee de voorste arm is weergegeven. Die lus zorgt ook voor de stevigheid.


handel en industrie 4 Gerhild vRooij det. Handel industrieRad
Het tot kniehoogte reikende tandrad, kamrad of tandwiel is achter de stang en voor de man geplaatst, daartussen zweven blauwe vormen. Het houten, gietijzeren of van speciale legeringen gemaakte getande onderdeel van een machine of constructie in de vorm van een wiel of cilinder is een van de oudste middelen om beweging over te brengen. Wanneer de tanden van twee tandwielen in elkaar grijpen, zal het draaien van één tandwiel het andere in beweging zetten. Bij verschillende diameters kan een groter koppel worden verkregen bij een lagere omwentelingssnelheid, of omgekeerd. Als het tandrad zoals bij een fiets via een ketting verbonden wordt met een tweede tandwiel, heet het een kettingwiel.


handel en industrie 5 mercurius giambo

                                                                                                                    1580, Giombologna

 

 

 

Hemelsblauw
De verticale stang lijkt een machineonderdeel, maar roept boven het acht spaken tellende rad eveneens de associatie op van steekkarretjes om in fabrieken, de detailhandel en bij particulieren onderdelen, grondstoffen of goederen te verplaatsen. De stang zou de gevleugelde caduceus, Mercurius- of Hermesstaf, kunnen zijn, meestal afgebeeld met twee eromheen kronkelende slangen. Mercurius, de Romeinse god van de handel, reizigers en de winst en Hermes, de oorspronkelijk Griekse god en boodschapper van de goden, droegen deze staf. De in een zwarte metalen band gevatte hemelsblauwe vlakken lijken als een plattegrond het water of de lucht te weerspiegelen waardoor de goden pijlsnel vlogen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

handel en industrie 6 l.post Sur posthoorn mercurius

 

Gevleugeld
De vijf gelijkvormige witte emblemen op het blauw stellen elk een petasus of gevleugelde Mercuriushelm voor. De drie gevleugelde attributen, helm, staf, en sandalen of talaris, zoals de bronzen Mercurius van de Vlaams-Italiaanse Giambologna (1524 -1608) die draagt, symboliseren de vliegende vaart waarmee de god vooruit reist. Zijn Romeinse naam, Mercurius (Merkuur) stamt volgens diverse bronnen af van de Latijnse woorden merx, markt, en mercator, koopman, en is terug te vinden in merchandise, handels- of koopwaar. Op postzegels komt Mercurius veel voor, bijvoorbeeld op de Surinaamse luchtpostzegels uit 1941 van André van der Vossen (1893-1963). Daarop kondigt Mercurius/Hermes als een postiljon,* die altijd voor de post en pakketten uitreed, zijn komst aan met een signaal op de posthoorn.


Drachten, Aldtsjerk, 2016, ©Gerhild van Rooij
*Zie ‘De posthoorn als erfgoed’, Gerhilds 92ste Kunstrubriek, Pluskrant.nl
Bronnen
Keunstwurk
Postzegelgek blog
Web Gallery of Art, Emil Krén en Daniel
Diverse catalogi en naslagwerken

Foto’s
1, 2, 4 Handel en Industrie, details, de auteur
3 Mercurius met 2 attributen, anoniem
5 Mercurius voortgeblazen door windgod Zephyr, 1580, 180 cm hoog, brons, Giambologna, Museo Nazionale del Bargello, Florence
6 Postzegels 20, 40, 2,5 cent met op posthoorn blazende Mercurius (Hermes), 1941, André van der

94e kb 1 J verhoef bij werk sjoerdtsje de Vries 5306b  

 

Jaqueline Verhoef, Museum coördinator

Verandering op het wad. Sjoerdtsje de Boer

 Samenwerking
In 2015 organiseerden Propodia en Museum Opsterlân voor het eerst gezamenlijk een verkoopexpositie hedendaagse kunst getiteld: De sloot. Het leverde diverse perspectieven op van een bij Opsterland aansluitend thema. Dit jaar kozen ze het algemene thema: Verandering. Tot en met 25 september toont Museum Opsterland (Hoofdstraat 59), op verandering geïnspireerde werken. Een aantal van de veertig geselecteerde Nederlandse kunstenaars heeft een band met Friesland, de enige Friezin, Sjoerdtsje de Boer (1958, Dokkum), is vertegenwoordigd met: ‘Verandering op het wad’. Dat wad verandert natuurlijk altijd. Haar miniaturenvierluik, tekeningetjes met daarbij organisch materiaal, is op verhogingen in een grijze bekisting gevat.

94e kb 2 Hollands sleetje A breemers

Hollands sleetje. Alexandra Bremers

 Jacqueline Verhoef
Jacqueline Verhoef, coördinator van het museum heeft uit de voorselectie met werk van tachtig kunstenaars de definitieve keuze gemaakt voor de specifieke vorm en afmetingen van de expositieruimtes: twee benedenzalen, de achterste diagonaal doorsneden met deels door panelen afgeschermde vitrines, een vide. In de transparante, van de entreeruimte afgescheiden expositieruimte spiegelt op een zwarte glasplaat een poëtische ‘bevroren’ Hollande sleetje van Alexandra Bremers (1960, Maastricht), van buiten beschenen door de brandende zon. Het is van pâte de verre, in de oven glas gesmolten dat met bolletjes glas met een bindmiddel tot een pasta vermengd is.


94e kb 3 Betteke Akkerman

White plains . Bette Akkermans

 Zonnebloemen
Langs de trap hangt het fraaie drieluik Still green, Deep purple, White plains van Bette Akkermans (1960, Vlaardingen). Deze in Kampen opgeleide kunstenares drukt in haar olieverfschilderijen de transformatie van zonnebloemen uit, een overbekend thema met Van Gogh als beroemdste representant. Met haar eigen heel verschillende en gloedvolle kleurstellingen maakt Akkermans het drieluik een werk van deze tijd waarin alles kan en kunstenaars een ongekende vrijheid hebben.


94e kb 4 mus opsterl. Ewa Marziars landschap

Landschap. Ewa Marziarz

Stippen
Een opvallend, nooit getoond Landschap (2010) is van de Poolse Ewa Maziarz (1978, Liblin) uit Harderwijk met een atelier in Putten. Zij is opgeleid aan de Academie voor Schone Kunsten in Poznan in Schilderkunst en Artistieke educatie en had les op de Groningse Academie Minerva. De grote rode en blauwe stippen boven het landschap verstoren enigszins de vanuit een wolkenlucht weergegeven bebouwde kom en wegen, maar dit is zo bedoeld. Ze verwijzen evenals de naam google naar de virtuele wereld van googlemap en streetview die het ter plekke, met alle bijbehorende sensaties je weg zoeken lijkt te verdringen. Vroegere landschapsschilders zochten buiten en maakten luchtgezichten vanaf een berg of toren.


94e kb 5 5321 mus O box Martin copier

Box en foto. Martin Copier

Kist
Schilder, houtdrukker Martin Copier (1966, Houten) toont drie foto’s. Hij voltooide de Sint Joost Academie in Breda en richtte zich op achtergelaten sporen in ruimtes. Geïntrigeerd door tatoeages bij voetballers, besloot hij tatoeëerder te worden voor zijn verdere kunstontwikkeling. In zijn galerie in Werkendam tatoeëerde hij teksten en grafische voorstellingen die symbool stonden voor veranderingen die de cliënten doormaakten. Na afloop fotografeerde hij ze in een door hem getimmerde houten box van een kubieke meter, beplakt met schetsen van tatoeages die deze indringende levensverhalen van een verkeersongeluk tot de bezegeling van de liefde vastlegden. Een selfie in de kist geeft kans op een abonnement op Metropolis M.


94e kb 6 Liesbeth Tuit Mobiele Eenheid 2016

Mobiele eenheid 2016. Liesbeth Tuit

Beschermd?
Liesbeth Tuit (1960, Maassluis) specialiseerde zich op de Rotterdamse Academie voor beeldende kunst in schilderen en tekenen en heeft haar atelier in Buren. Ze exposeerde ooit sobere pasteltekeningen van Friese paarden in onze Galerie Bloemrijk Vertrouwen in Aldtsjerk. Ze werkte later uitbundiger, maar het antracieten, donkere acrylverfschilderij Mobiele eenheid 2016 is ook sober, passend bij deze tijd vol onzekerheid en aanslagen. De diagonaal geplaatste gehandschoende hand met machinegeweer sluit aan bij In de aanslag, de collages van belastingenveloppen uit diverse landen in pistoolvorrm die in 2003 in het ABN-hoofdkantoor hingen. Het materiaal reduceerde het pistool tot speelgoedwapens en in haar collage van wol leek het pistool ingepakt en ‘onschuldig’. Mobiele eenheid echter reflecteert bloedserieus een steeds verder oprukkend wereldbeeld waarin vrijheid - ook als je gewoon iets viert - grimmig beschermd moet worden. Het uitrukken van mobiele eenheden moet geruststellen, maar is beklemmend. Er is veel veranderd.

Gorredijk, Aldtsjerk 2016© Gerhild van Rooij, www.gbv-artgallery.nl
Zie deel 2