enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

 122e kb 1 leren lopen 890 Beekman foto GvRooij

Hendrik Beekmans bij zijn sculptuur in Lyndensteyn, 2017. Foto: Gerhild van Rooij

Wankel
In de tuin achter het revalidatiecentrum Lyndensteyn in Beetsterzwaag staat een voor velen merkwaardig bronzen beeld, dat prachtig gepatineerd is. Het is de weergave van onmacht naar beheersing voor zover die mogelijk is. Wie oppervlakkig kijkt, ziet alleen een meervoudige verdraaiing, vervorming, beschadiging en verwringing, met scherpe naden die kronkelen. Een bronzen beeld dat niet lekker staat en er met drie poten behoorlijk gehandicapt uitziet. Voor een vierpotig dier een poot te weinig, voor een mens een been te veel, maar voor dit beeld precies wat het moet zijn.

 

119e kb 2 DSC 5271 gvrb

Detail Beekmans sculptuur Leren Lopen, 2017. Foto: © Gerhild van Rooij

Ontstijgen
Het beeld is gemaakt door Hendrik Beekman en heet Leren Lopen. Zijn brons is een abstractie in beweging. Een vorm die wankelend zijn weg zoekt. Een figuur die lijkt te worden tegengehouden in uitstrekken en rechtop staan, maar tegen de verdrukking in gaat en staat. Wie er als buitenstaander naar kijkt en de aardverschuiving binnen het gekwetste menselijk lichaam niet uit eigen ervaring kent, ziet eerder een gedrocht dan een overwinnaar. De samengebalde, knoestige figuur is een feniks die oprijst uit het voor goed opgeloste oude gestroomlijnder zelfbeeld. Een mens of de geest van een mens, die het voor de rest van het leven doet met het nog mogelijke. Zonder de vanzelfsprekendheid van moeiteloos voluit bewegen. Een mens die de kracht heeft om opnieuw zijn of haar weg te zoeken en daarmee boven zichzelf uitstijgt.

 

122e kb 3 leren lopen 907 Beekman foto GvRooij

Beekman bij Leren Lopen in Lyndensteyn, 2017. Foto: © Gerhild van Rooij

Verlies
Hendrik Beekman is een vrije geest die er in een lichaam met van buitenaf wel en niet zichtbare beperkingen fysiek en mentaal nog goed vanaf is gekomen. Hij overleefde in 2010 het ongeval waarbij zijn vrouw Margrietha, op wie hij stapelgek was, het leven verloor. Margrietha Emerentiana de Vries werd op 13 juni 1947 in Leeuwarden geboren en een dag nadat zij haar verjaardag had gevierd door het fatale verkeersongeluk in Groningen vermorzeld. In de afgeladen aula van het crematorium Goutum lag Beekman er op de crematieplechtigheid van zijn geliefde vrouw zelf bij als een schim van wie hij was. Hij was wel weer bij bewustzijn gebracht, maar zoals de rouwbrieven en -advertenties al aangaven niet in staat tot condoléance. Zijn beeld Leren Lopen is tegen deze achtergrond ontstaan en meteen herkenbaar voor lotgenoten en hun naasten.

 

122e kb 4 eren lopen 918 Beekman foto GvRooij

Beekmans bij de miniatuur van Leren Lopen op de balie van Lyndensteyn, 2017. Foto: © Gerhild van Rooij

 

Reactie
Wie in een macroseconde door een bijna fataal ongeluk in elkaar gedrukt wordt, beklemd raakt, uiteengereten, weggerukt, neergesmeten of weggeslingerd, verandert voorgoed. En dat geldt ook voor wie door een medische fout zijn mobiliteit, verstandelijke vermogens of lichaamsdelen, gehoor, zicht, tastzin, reuk of spraak verliest. Wie in één klap wordt beroofd van de vitaliteit van bewegen en vaak ook nog voorgoed verminkt raakt, is letterlijk overweldigd. Veel hierdoor getroffen personen raken snel verdoofd, soms zelfs in coma. Anderen worden uit voorzorg tijdelijk in coma gehouden. Dit overkwam de bekende surrealistische beeldend kunstenaar Hendrik Beekman.

 

122e kb 5 werkplek 939 Beekman foto GvRooij

Beekmans, 6.5 jaar na datum aan de werktafel waar hij de sculptuur leren lopen maakte, 2017. Foto: © Gerhild van Rooij

Herkenning

Wie opnieuw heeft moeten leren lopen na een ernstige ziekte, zware beroerte of bijna fataal ongeval, herkent meteen de strompelaar, wiebelaar, kantelaar, evenwicht- en perspectiefzoeker in Leren Lopen. Daar zijn geen woorden voor nodig. Beekman kon dit uitdrukken omdat hij van beroep beeldend kunstenaar is. Hij verbleef drie maanden in Revalidatiecentrum Friesland in Beetsterzwaag. De therapie was zeer inspannend, geestelijk en fysiek. Beekman kon dit volhouden omdat hij daar per dag een uurtje of langer van werd vrijgesteld om te zijn wie hij was: de kunstenaar, die via zijn handen en verbeelden de weg naar leren lopen vond. Weer leren lopen, eerst in warm water en later daarbuiten was even belangrijk als weer een beeld maken. Het vertolkt de angst toen therapeuten hem loslieten en hij stap voor stap moest leren vertrouwen op zijn lijf, zijn benen opnieuw de weg moest laten vinden van en naar de grond. Leren Lopen is het lijf dat vreemd en eigen is en stap voor stap in het oneindigheid tast voor het vaste grond krijgt.

Beetsterzwaag, Marrum, Goutum, Aldtsjerk, © Gerhild van Rooij, gerhildvanrooij.nl

Bronnen revalidatie-friesland.nl
Oral history Hendrik Beekman

121e kb 1 IMG 4555

 

Voor de Openbare Bibliotheek op het Museumplein in Drachten staat een niet te missen sculptuur. Het is een creatie van de in 1951 geboren kunstenaar Frank Sciarone die in 1978 is afgestudeerd. Hij kreeg tentoonstellingen van zijn twee en driedimensionale werk in het Stedelijk Museum in Amsterdam, Groninger Museum, Fries Museum, het Rijksmuseum Twenthe in Enschede en ook meerdere solopresentaties in galerie Phœbus Rotterdam , Kunstvereniging van Diepenheim, K09 in Groningen en DeFka Assen en vele andere locaties. Sciarone was gedurende twintig jaar coördinator en docent op de AKI, academie voor beeldende kunst in Enschede en was van 2005 tot 2015 docent aan de Academie voor Bouwkunst in zijn woonplaats Groningen.

121e kb 2 Museumplein Drachten

Drachten
Door het monumentale formaat is het beeld in Drachten een ijkpunt voor de winkelstraat die op het plein uitkomt. De beeldbepalende sculptuur heeft op het eerste gezicht een abstracte vorm, maar verbeeldt een voorwerp. Het kunstwerk is in 1992 geplaatst en verbeeldt een sterk uitvergrote, zes meter hoge chip. Sciarone maakte een monument voor de moderne technologie die mondiaal toegepast wordt door een klein onderdeel weer te geven, de chip of informatiedrager die onmisbaar is geworden.

121e kb 3 IMG 4551b

Reliëf
Van de zijkant is goed te zien dat het kunstwerk in de vorm van een staande rechthoek verschillende reliëfs heeft. Aan de kant van het plein bestaat dat reliëf uit een serie verdiept liggende geometrische vormen, die blurbvormen of blurbs genoemd worden. Aan de achterkant (naar de bibliotheek toe) zie je dezelfde blurbs maar dan als uitstekende vormen in hoogreliëf. Een blurbvorm is een cirkel die verlengd is door twee parallelle lijnen, een vorm die veel gebruikt wordt in voorwerpen zoals stekkersdozen, radiatoren, mobieltjes of als kader bij teksten.

121e kb 4 IMG 4556b

Blp
Sciarone verbeeldde de blurb in meerdere kunstwerken. Hij werkt twee- en driedimensionaal en maakte met potlood, of potlood en pastel verschillende series tekeningen van blurbs, en gebruikte ze ook in een gipsen kunstenaarsboek. De beeldhouwer Richard Artschwager gebruikte de blurb, schreef erover en noemde hem 'blp'. Frank Sciarone en Mirjam de Winter organiseerden zelfs een 'blurb'-expositie in de winter van 2011-12 waarin naast werk van Sciarone zelf ook werk van onder meer Johan van Oord, Bernard Villers, Martijn Sandberg te zien was.

121e kb 5 IMG 4553bb

Chip
Zijn grote chip uit 1992 verwijst naar de vele geheugen-chips die onmisbaar zijn geworden voor de digitale overdracht van informatie. Bibliotheken maken er gebruik van en sluiten daarmee aan op de steeds verder evoluerende informatietechnologie die deel is van onze belevingswereld. De chip voor de bibliotheek is gemaakt van beton met daaroverheen een gritlaag die met glansverf is zwart gespoten. De blurbvormige sokkel waarin de chip rust is van hardsteen. Aan de voorzijde aan de kant van het plein staat parallel daaraan een serie fietsen-standaards. Van voren gezien hebben die ook tweedelige blurbs, als transparante draadfiguren.

121e kb 6 IMG 4548b

Plaatsing
Het onderste deel van het beeld is vaak verscholen achter standaards. Eerst stonden die aan een kant, nu aan beide zijden en dat doet afbreuk aan de monumentaliteit van het werk. De herhaling van de blurbs in het beeld zijn daardoor minder zichtbaar. Die eenvoud van een repeterende vorm - drie keer in zijn geheel en twee keer half - maakt de massieve rechthoek lichter en speelser. Het licht- en schaduwspel in deze antracieten vorm is subtiel en dat valt minder of helemaal niet meer op met de, ten opzichte van dit sobere beeld, glanzende, soms kleurrijke fietsen lukraak daar omheen. In Sciarones ruimtelijke werk speelt de positie van het lichaam of volume een rol. Wanneer in een ruimte gevuld met allerlei voorwerpen en objecten één voorwerp wordt verplaatst, verandert de totale samenhang. Dit geldt ook voor zijn werken in de publieke ruimte, die hij zorgvuldig plaatst en waarmee hij in zijn woorden een nieuw evenwicht creëert.

Groningen, Drachten, Aldtsjerk © tekst en foto’s Gerhild van Rooij, www.gerhildvanrooij.nl

Bronnen
Keunstwurk.nl (foto 2)
RKD.nl
staatingroningen.nl
http://franksciarone.blogspot.nl/
Mirjam van der Feen. “Beeldend kunstenaar Frank Sciarone vertelt over zijn werk” in: deoosterpoorter.nl, januari 2016

 

120e kb 1 boek henk rusman 1

   Henk Rusman Vierkant in Beeld, omslag monografie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

120e kb 2 gelaagdheid turf H Rusman Dr8stercompagnie

Gelaagdheid van turf, zonder titel, staal, symboliseert het met elkaar opgaan in krachtenbalans, bij Sporthal Oentsjerk, 1992. Foto: Gouwenaar.

Ordening
Beeldend kunstenaar Henricus Maria (Henk) Rusman is op 30 oktober 1950 in Hillegom geboren. Als kind ben ik daar vaak bij zijn familie geweest. Je kon ver kijken in het laaggelegen ingepolderde land langs het Haarlemmermeer. In het Bilt, rond Oudebildtzijl, waar Henk woont en zijn atelier heeft, ligt ook ingepolderd gebied. In dit gebied wonen vele kunstenaars, schrijvers en dichters. Misschien wel, omdat je er ruimte hebt en ver kunt kijken naar de horizon, waartegen vormen zich scherp aftekenen als bakens op zee en land. Anders dan in het Bilt werden rond Hillegom al sinds de zandafgravingen midden negentiende eeuw bollen geteeld op de zogenaamde geestgronden. Die kleurenrijkdom zie je niet in het werk van Rusman, wel de geometrische vormen die deze velden hebben. Akkers vol rechthoeken die een ritme in kleur vormen met daartussen sloten die het hemellicht weerkaatsen, het land afbakenen en de ruimte lijken te ordenen.

 

Vrij
Vanaf de hoger gelegen dijken zie je in het Bilt akkers en percelen grasland die samen een strak ritme vormen, soms met bredere, rechte vaarten, sloten en wegen maar ook met wegen die zich als linten slingeren. Het werk van Rusman sluit aan bij de gecultiveerde, voor velen vanzelfsprekend zo geordende ruimte en vormen. Rusman is opgeleid aan de Stadsacademie in Maastricht en voltooide zijn studie aan de Jan van Eyck Academie in dezelfde stad. Daarna vestigde hij zich rond 1980 als beeldend kunstenaar in Oudebildtzijl vlakbij de dijk en de Waddenzee. In dit gebied waar het licht blijft fascineren en altijd anders is werkt de kunstenaar in zijn lichte atelier aan zijn geometrische beelden. Deze vrij ontwikkelde beelden zijn aangekocht door gemeenten, provincies en particulieren, veel daarvan staat in de openbare ruimte zoals in Drachtstercompagnie aan de Aldewei het beeld De gelaagdheid van turf uit 1989.

120e kb 5 turf kruiwagen

Kruiwagen. Foto Rasbak, Creative Commons.

Stapeling
Rusmans beeld is abstracter dan het werk van Visser in dezelfde plaats waarop onder meer de turfjes en de Compagnonsvaart direct herkenbaar zijn (zie 117de rubriek). Rusmans werk over turf staat dichter bij de turfreeks van Terpstra in Rottevalle, maar is abstracter en strakker van vorm en bestaat uit één beeld in plaats van de vijf beelden die diverse stadia uitbeelden. In Rusmans gelaagdheid in turf is de stapeling te herkennen in drie rechthoeken. Deze drie identieke vormen zouden een stapeling turfjes kunnen zijn die na elkaar moesten worden weggestoken of opgebaggerd, maar ook de opgestapelde turven die op legakkers moeten drogen kunnen voorstellen, of turven die, op de platbodemschepen gestapeld, langs speciaal daarvoor aangelegde wijken werden vervoerden. Ze zouden zelfs de turfvelden kunnen voorstellen die diep in de aarde ontstaan.

120e kb 4 de helling stiens

Helling 2004. Groenstrook langs de toegangsweg naar woonplan De Helling, Stiens  gemeente Leeuwarderadeel. Opdrachtgever: Bouwbedrijf Lont. Foto Keunstwurk

Cirkel
De cirkel zou symbool kunnen zijn voor het wiel aan de turfkar, een lange steekwagen op één wiel waarop de gestapelde turf vervoerd werd. Door de plaatsing van de stapeling binnen de cirkel zou deze ook voor het wordingsproces van de turf kunnen staan. Het gebruik van veen als brandstof is al door de Romein Plinius de Oudere beschreven. In Naturalis Historia staat dat de Chauken van modder ballen draaiden en die als brandstof gebruikten. Toen in de middeleeuwen de brandstof hout schaarser werd, werd steeds meer turf gebruikt thuis en in de industrie. De in moerassige veengebieden afgestorven planten vormen na eeuwen een metersdikke veenlaag dat men kon wegsteken of opbaggeren

120e kb 3 IMG 2660totaal rusman

Zonder titel, rvs, symboliseert het met elkaar opgaan in krachten balans, bij sporthal Oentsjerk.  Foto Gerhild van Rooij

Een Rusman
Dat Henk Rusman al die aspecten heeft weten te vangen in een perfect uitgevoerd werk van schijnbare eenvoud met een heldere lijnvorming en groot gevoel voor compositie en landschap is bijzonder. Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door geometrie. In de gelaagdheid van turf, een grondlijn van een roestvrijstalen driehoek met gebogen hoeken en een gelijke daaruit opstijgende driehoek, als een spiegeling, met drie hardstenen platen die in grootte aflopen en diagonaal geplaatst zijn. De materialen contrasteren, maar zelfs de steen lijkt licht. Wie Rusmans werken heeft gezien, herkent ze meteen.

Drachtstercompagnie, Oentsjerk, Oudebildtzijl, Aldtsjerk© Gerhild van Rooij

Bronnen:
Keunstwurk.nl
RKD.nl
Henkrusman.nl
kunstkopeninterart.nl (monografie Henk Rusman)
Zie kunstenaar:
https://www.youtube.com/watch?v=gvK_oCkqbsY



119e kb 1 rottevalle kwurk

Feanskipfear, vijf objecten vanaf Noordkant Brouwersgrêft; op achtergrond: Drie gemeentegrenzenmonument (foto Keunstwurk)

Gerrit Terpstra maakte in 2001 een vijfdelig turfmonument voor gemeente Smallingerland. De kunstwerken staan op gras op de gedempte Brouwersgrêft, een historische locatie achter het drie gemeentegrenzenmonument in Rottevalle. Terpstra’s Feanskipfear is van glas, koper en staal. Het begint aan de Noordkant met een glasplaat die in het gras een gat in de aarde toedekt. Het turfsteken is daarmee origineel vormgegeven. De veenarbeiders en het gereedschap waarmee zij turf tevoorschijn halen, lijken onzichtbaar. Alleen het resultaat van hun werk trekt aandacht. Glas lijkt op water dat nodig is om veen te laten ontstaan. Het gat staat voor gewonnen turf, het bruine goud. Of is het gat symbool voor het verdwijnen van de turfwinning die aan de basis lag van het ontstaan van Rottevalle?

 

119e kb 2 DSC 5271 gvrb

Feanskipfear, tweede object (turf stapelen) Foto G. van Rooij

Knooppunt
Het volgende abstracte object verbeeldt gestapelde turf. Daarna komt de opslag, een bult in het gras. Een enkel wiel herinnert aan het vervoer per kar en de reeks eindigt met het skelet van een schip, ook wel turfbak genoemd. Turfschepen voeren over de ‘vaerdt’ (Brouwersgrêft). Het 'Buweklooster' nabij Droge Ham sloot een contract met de Leeuwarder Ulrich Abbes en zijn vrouw Elisabeth Godefridi. In 1577 begon men met het graven van de ‘vaerdt’ en binnen een jaar kon er turf vervoerd worden naar Leeuwarden en Dokkum. De Brouwersgrêft kruiste het riviertje 'De Lits' en toen er vanuit het westen moerassen ontgonnen werden, ontstond bij dit knooppunt Rottevalle. Daaraan herinneren ook de 'Rydwei' en 'Efterwei', waarschijnlijk de oudste toegangswegen.

119e kb 3 buweklooster

Buweklooster nabij Droge Ham (historisch)

119e kb 5 DSC 5267 gvrb

Feanskipfear, object vijf en drie (turfschip en opslag)  G. Trerpstra (foto G. van Rooij)

 

ervening
Rond Rottevalle hadden de kloosters de venen van het Buwe klooster ‘Maria’s Graf’, het Gerckes klooster ‘Jeruzalem’ en het klooster Smalle Ee ‘Smelne’ in bezit. Na de hervorming van kloostereigendommen in 1580 komen deze in handen van ‘het Landschap’, de Provincie. Landmeters brengen de bezittingen in beeld zoals te zien op kaarten van 1613-1617. Door de vervening komen er vele vaarten, nieuwe woningen en ‘turfdorpen’. Dit is zichtbaar op kaarten van Boelens (1664), Schotanus (1718) en Eekhoff (1848). Tot 1637 werd veen vooral gewonnen voor gebruik van omliggende kloosters. Uit een akte blijkt dat de definitieve verkoop door de Provincie (Landschap genoemd) aan de Compagnons in Rottevalle in 1644 plaatsvond. In een contract van 6 december 1645 is er pas sprake van de vorming van de ‘Societeit ende Compagnie’ waaraan acht compagnons deelnamen. Zij verkochten de bovengrond (het veen) aan veenbazen, de ondergrond bleef van de compagnons.

Vervoer
Terpstra’s Feanskipfear herinnert eraan dat veen richting Eastermar via de Lits werd vervoerd en richting Noorderdrachten en De Kletten via de Burmaniasloot ('Noorder Drait'). Waar de Lits en Burmaniasloot samenkwamen, werd in Het Heerenhuys Compagnonshuys de turf en veen verkocht en er werd vergaderd. Volgens contract moet veen vanaf 7 februari 1649 worden afgevoerd via de Drachtster Vaarten (Burmaniasloot). Op 19 december 1700 hebben de vaarten andere eigenaren en moet alles via Eastermar worden afgevoerd, met uitzondering van veen in de 'Folgerafeenen'. Dit 'ter voorcominge van moeilijckheeden ende proceduiren'. Na die contractherziening is de Lits oostwaarts gekanaliseerd naar de huidige Houtigehaagsterwijk en op deze route met groot verval, het (bovenste) ‘verlaat’ aangelegd. Het gebied wordt later 'Boppeste' genoemd.


119e kb 4 DSC 5275 gvrb

Feanskipfear, object drie en vier (opslag, vervoer over land)

19de eeuw
Eind 18de eeuw raken de veengronden uitgeput. Het Veencompagnonsschap van onder anderen Hector Livius van Haersma en familie Van Teyens wordt in 1808 ontbonden. De huidige Rottevalster Compagnie, voluit ‘Compagnie der vaarten en het verlaat te Rottevalle’, heeft, evenals het Veencompagnonschap op het eind, een sociale functie. De door gecommitteerden bestuurde compagnie was ontevreden over het onderhoud van bezittingen van de Veencompagnonsschap en verwierf deze, na beraad bij instanties en de kerk, op 8 juni 1813. De Compagnie liet daarop het bovenste verlaat vervangen door de 'Ald Daem'. Die dam en vele geografische namen, gebouwen en het landschap herinneren aan de turfindustrie, waarvan Terpstra’s monument heel treffend vele facetten in beeld brengt.

Rottevalle, Aldtsjerk, 2016 ©Gerhild van Rooij, www.gerhildvanrooij.nl

Bronnen
Keunstwurk.nl

smelneserfskip.nl
smallingerland.webklik.nl
Sytske Kooij-Jacobsma Dorpskerk (‘Doarpstsjerke’) te Rottevalle, augustus 201

118e kb 1 wapen smallingerland DSC 5261b

Wapen Smallingerland op drie gemeenten grenzen monument. ©Foto  auteur.

Rottevalle
Rottevalle ligt in de gemeente Smallingerland. De dorpsnaam Rottevalle, in het Fries Rottefalle, komt voor het eerst voor in een koopcontract uit het jaar 1618. Dat er toen aan de zuidkant van de Lits al enkele woningen stonden is te zien op oude kaarten van 1617. In het gehucht vormden turfwinning en scheepvaart de belangrijkste bron van inkomsten. Rottevalle kreeg langs de vaarwegen Lits en Brouwersgrêft steeds meer woningen en enkele boerderijen. Het dorp groeide ook nadat de turfwinning was gestopt en toen de vaarwegen niet meer in gebruik waren en deels gedempt.

118e kb 2 wapen 8karspelen DSC 5260b

Wapen Achtkarspelen op drie gemeentengrenzen monument © Foto auteur.

Mulderplein
De Munein (Moleneind) ligt in het verlengde van de haven en aan de Lits en is vernoemd naar de oude standaardmolen die hier vroeger stond. Midden in het dorp ligt het Muldersplein, dat is niet naar de molenaar van de voormalige molen is genoemd, maar naar de vroegere postkantoorhouder. Mulder betekende veel voor het verenigingsleven van het dorp en is ook jarenlang wethouder van Achtkarspelen geweest. Op het plein staat nu een monument dat uit drie manshoge plaquettes bestaat. Deze vormen een driehoek als van een kamerscherm, met elk segment in de richting van een voormalige grietenij, nu gemeente, waaronder die van Achtkarspelen.

118e kb 3 mulderl smland wapen DSC 5263b

Tekst op drie gemeentengrenzen monument © Foto auteur

Tekst
Op het monument staat de volgende tekst:

HET DORP ROTTEVALLE VOORHEEN
GELEGEN IN DE GEMEENTEN
ACHTKARSPELEN, SMALLINGERLAND
EN TIETJERKSTERADEEL IS OP
1 OCT. 1943 GEHEEL BIJ SMALLINGERLAND
GEVOEGD. DEZE STEEN IS GEPLAATST OP
HET PUNT WAAR DE GEMEENTEGRENZEN SAMEN KWAMEN

118e kb 4 smallingerl. schotanus

Wapen Tietsjerksteradeel op drie gemeentengrenzen monument © Foto auteur

Waterschapsverband
Tytsjerksteradiel, op het monument nog Tietjerksteradeel geschreven, heeft als hoofdplaats Burgum, tot invoering van de Friese plaatsnamen Bergum. De plaats uit de Middeleeuwen had rond 1100 al een kerk. De oude naam Berchem betekent woonplaats of heem (hem) op een hoogte of berg (berch). Het dorp Tytsjerk werd in 1392 Thiatzercka genoemd en is naamgever van de grietenij Tytsjerksteradeel, mogelijk dankzij de waterstaatkundige ligging. Toen de grietenijen tussen 1100-1300 ontstonden, was er een verbond van dorpen in waterschapsverband. Voor het droogleggen van veenmoerassen moest de afvoer van overtollige water gemeenschappelijk geregeld worden. In Tytsjerksteradiel ging het water van het lage oostelijke deel via de lage westelijke landerijen naar de Middelzee, daarbij lag Tytsjerk heel strategisch.

118e kb 5 oenk tryntsje 6256

Tryntsjemuoi, AnnetHaring © Foto auteur

Tryntsjemuoi
Er is nog een mooi verhaal over de herkomst van de naam Tytsjerk. Het is één van de zes kerkdorpen die met het dorp Wijns of Wyns vernoemd zouden zijn naar de zonen van oermoeder Trijn. Haar naam is, naar men vermoedt, afgeleid van Katarina. In het Fries heet ze Trynstje of Kaatsje muoi, stichter van de Trynwâlden, letterlijk bosgebieden van Trijntje. (Ook bekend als Thrimwalda, Drie Wouden). Zoon Tyte stichtte de nederzetting Tytsjerk, de kerk van Tiete, Tite of Tyte, de naam waaraan Tytsjerksteradiel haar naam ontleent. In Oentsjerk, het dorp van Oene, staat een daarvoor aangelegd miniplantsoen hoek Rengersweg-Heemstrasingel een bronzen beeld Tryntsje-moai en har sân soanen. Annet Haring ontwierp het in haar atelier in een boerderij in Rotterhaule.

Wapen Tystjerksteradiel en kaart
In Tytsjerksteradiel in de buurt van het Burgumer Mar zijn archeologische vondsten gedaan die wijzen op een hele oude bewoning uit de Steentijd. Er zijn stenen gebruiksvoorwerpen van rendierjagers teruggevonden en latere jager-verzamelaars van de Midden Steentijd. Zij joegen o.m. op herten en wilde varkens, visten en verzamelden vruchten en knollen. Later leefden de bevolking van vervening, visserij, veeteelt, akkerbouw en jacht. In het wapen zie je een schepnet, zeis en jachthoorn en die passen historisch gezien ook bij Rottevalle. (Rechtsboven op de Grietenijkaart Smallingerland). Bernardus Schotanus à Sterringa kreeg in 1682 opdracht van Gedeputeerde Staten van Friesland om nieuwe kaarten te maken van alle grietenijen in de provincie. Eerder had hij zijn vader Christianus Schotanus geassisteerd bij het maken van de kaarten en plattegronden in de "Beschrijvinge van de Heerlyckheydt van Frieslandt"(1664). De opdracht resulteerde in de "Friesche Atlas" uit 1698. Een tweede, verbeterde druk werd in 1718 samengesteld door François Halma, drukker voor de Friese Staten.
Rottevalle, Oentsjerk, Aldtsjerk
© Gerhild van Rooij, www.gerhildvanrooij.nl

Bronnen
Gemeente Smallingerland, Gemeente Tytsjerksteradiel,
Keunstwurk.nl, RKD.nl, Tresoar.nl (kaart)
T. Groenedijk. Nederlandse Plaatsnamen. Slingenberg Boekprodukties - Hoogeveen 2000. ISBN 9076113815

117e kb 1 Pieter Pel Pier Pander max

Buste van Pieter (Klazes Pel), Pier Pander (met beschadiging bij halsneklijn), collectie UvA, in HCL, Leeuwarden, Groeneweg 1

Portretten
In 1877 is het Atheneum Illustre omgevormd tot Universiteit van Amsterdam. Zoals veel universiteiten bezit de UvA vele portretten. De basiscollectie stamt uit 1743 toen de Amsterdamse koopman en kunstverzamelaar Gerard van Papenbroeck vijftig portretten van ‘Geleerde en Vermaarde mannen’ aan het Atheneum naliet. Dit aantal is vertienvoudigd en de ruim vijfhonderd portretten van geleerden, wetenschappers, hoogleraren, enkele voorzitters van het College van Bestuur en historische portretten uit bij de UvA ondergebrachte collecties zijn over diverse locaties verspreid. Een deel is openbaar toegankelijk. De meeste kunstwerken staan in de online UvA-portrettengalerij, waaronder een buste en schilderij van de in 1852 in Drachten geboren Pieter Pel, kleinzoon van Pieter Klazes (1797-1878).*

117e kb 2

Thomas Cool, portret beeldhouwer Pier Pander, tussen 1893-1894 olieverf op doek, hoog 48 x breed 36 cm, collectie Rijksmuseum Amsterdam (Inventarisatienr. SK-A-4944).

Hout
Pieter Pel werd in 1883 hoogleraar inwendige geneeskunde en verwierf mede internationaal aanzien door de deels naar hem vernoemde Pel-Ebsteinkoorts. Zijn buste is in 1908 gemaakt door de op 20 juni 1864 in Drachten geboren beeldhouwer en medailleur Pier Pander, die tien jaar daarvoor het portret voor de inhuldigingspenning van Wilhelmina maakte en in 1900 haar beeldenaar op de zilveren munten. In 2015 is de buste van Pel ondergebracht in het Historisch Centrum Leeuwarden, Groeneweg 1. Pier Pander was de jongste zoon van een mattenschipper en woonde vanaf zijn zesde in een wrakkig scheepje, waar hij uit eigen beweging houtsnijwerkjes maakte uit wortels. Later snijdt hij ze met een eigen zakmes uit hout. Op zijn veertiende wordt zijn tot dan toe door hem zelf ontwikkelde talent ontdekt.

117e kb 3 zefp afgietsel

Rechthoekig afgietsel borststuk in reliëf zelfportret Pier Pander met baard en bril, waaronder STUDIE, gesigneerd P.Pander, 1909, gips, hoog 17.0 x breed 13.5 x diep 2.0 cm. Collectie Museum Rotterdam (objectnr. 5806).

Opleiding
Pier volgde lessen catechisatie bij de in 1869 uit Ingen naar Drachten beroepen doopsgezinde dominee en latere journalist en eindredacteur Johannes (Jan) de Koo. De op 13 september 1841 in Middelie geboren predikantszoon trouwt op 15 februari 1879 met Cornelia Elisabeth Pel. Hij en een aantal Friese rijke weldoeners maken het in hetzelfde jaar mogelijk dat de 15-jarige Pier naar de kunstnijverheids- en tekenschool Quellinus in Amsterdam kan gaan. Pier is een van de eerste leerlingen. In zijn boek Pier Pander (1864-1919): zoektocht naar zuiverheid beschrijft Marcel Jeroen Broersma in ‘Dageraad’ hoe journalist en oud-dominee Johannes De Koo de schipperszoon en kunststudent introduceerde in een kring van gegoede vrienden en relaties, een milieu van kunstliefhebbers en –kopers en mogelijke opdrachtgevers. In zijn inwijding in het burgerlijk milieu schakelde hij ook zijn zwager in, de oud-Drachtster arts Pieter Klazes Pel. Deze chef de Clinique van een Amsterdams ziekenhuis had groot aanzien.

117e kb 4 int marmer Kracht Lwrdn 20399475 RCE

Kracht, marmeren beeld, Pier Pander, Pier Pandertempel, Noorderplantage 5 8911 DE Leeuwarden. Met nog vier beelden nagelaten om door gemeente Leeuwarden in tempel bijeen te plaatsen (Rijksmonumentencomplex nr.529426, monumentnr. 516457). Foto RCE, Paul van Galen (RCE.nl).

Over de grens
In 1882 studeert Pander acht maanden aan de meer theoretische Rijkskunstnijverheidsschool in Amsterdam, maar de weldoeners willen het beste. Hij gaat naar de prestigieuze École Nationale Supérieure des Beaux-arts in Parijs en ontdekt hoe het is om naar het naakt, naar de natuur, te tekenen en boetseren. Hij ziet in het Louvre verstilde Egyptische en vroeg-Griekse beeldhouwkunst. De eenvoud daarvan houdt hij voor ogen. Deze horizon verwijdende kansen tot ontplooiing bereiden de weg naar zijn grote successen. In 1885 ziet hij in Parijs een krantenbericht over de Nederlandse Prix de Rome hoofdprijs, een toelage om tot vier jaar in Rome te werken.

117e kb 5 P Pander zelfp. 1918 Pandermus

Zelfportret Pier Pander in atelier te Rome 1918, tekening, collectie Pier Pander Museum, Prinsentuin 1b Leeuwarden.

 

Rome
Hij vertrekt, wordt een van de drie kandidaten die een beeld en laagreliëf mogen maken en kiest uit drie onderwerpen de Stroomnimf. Hij wint, maar kan de prijs in 1886 niet in ontvangst nemen omdat hij die dag wordt opgenomen in het Burgerziekenhuis van Amsterdam. Hij heeft tbc en moet er twee jaar verblijven. Na het winnen moet een kunstenaar de voortgang aantonen en daarvoor werken inleveren. Pier maakt Odin en gaat in 1900 naar Rome, waar hij in 1893 zijn eigen atelier opent. Hij blijft zijn leven lang bevriend met De Koo, die op 10 mei 1909 in Luik sterft, reist voor opdrachten heen en weer en gaat jaarlijks naar zijn ouders in Friesland. De beroemde beeldhouwer overlijdt op 6 september 1919 in Rome.

Drachten, Amsterdam, Leeuwarden, Rotterdam, Aldtsjerk, 2017 ©Gerhild van Rooij, gerhildvanrooij.nl

Noten
* ‘Gerhilds 116de Kunstrubriek, Pieter Klazes Pel, Drachtstercompagnie’, Pluskrant.nl, 12 januari 2017

Bronnen
historischcentrumleeuwarden.nl (Web-expositie Pier Pander, Pier Pander museum, Pier Pander tempel, buste Pieter Pel)
bijzonderecollecties.uva.nl
Marcel Jeroen Broersma, Pier Pander (1864-1919): zoektocht naar zuiverheid, 2007, Leeuwarden, Friese boekerij
I.Q. van Regteren Altena en P.J.J. van Thiel, De portret-galerij van de Universiteit van Amsterdam en haar stichter Gerard van Papenbroeck 1673-1743, Amsterdam , Swets en Zeitlinger, 1964, 387 pagina's (bijdrage Uva, Historische commissie)
Museumrotterdam.nl

Prijspenning Friese Maatschappij van Landbouw, vervaardiger onbekend. 1862, geslagen zilver, diameer 48.7 mm, objectnr. TMNK 03164, collectie Teylers Museum Haarlem. Keerzijde: lauwerskrans met afhangend lint, ruimte voor naam  winnaar en een ploeg, zie foto 5.

116e kb 1 Friesche Mij. keerz prijspenning

Eerbetoon
Pieter Klazes Pel werd in 1797 te Drachten geboren, overleed er in 1878 op 81jarige leeftijd en werd op de Zuiderbegraafplaats aan de Burgemeester Wuiteweg begraven. De familienaam Pel verwijst naar de pelmolen van zijn voorouders die bij Leeuwarden stond. Na zijn studie in Amsterdam begon geneesheer en vroedmeester Pel een dokterspraktijk in Drachten. Hij was daarnaast vijf jaar wethouder, maakte zeventien jaar deel uit van de gemeenteraad en was ook nog natuurkundige, landontginner en hoofdbestuurslid van de Friese Mij., voluit Friese Maatschappij van Landbouw. In Drachten, de hoofdplaats van de gemeente Smallingerland, kreeg hij postuum zijn P.K. Pelstraat.

116e kb 2 grafsteen dr88 kerkhof Pel foto tdvries

Grafsteen P.K. Pel, Zuiderbegraafplaats Drachten, nu op begraafplaats in Drachtstercompagnie (identificatienummer 792361, KS-I SAM 7695. Foto T. de Vries.

Erfgoed
Omstreeks 1845 ging Pel in Drachtstercompagnie wonen. Toen op de Zuiderbegraafplaats graven werden geruimd is zijn groen aangeslagen steen, met de sierlijke met de hand uitgehakte verhoogde letters, als cultureel erfgoed bewaard. Deze grafsteen is gerestaureerd en herplaatst in Drachtstercompagnie op de algemene begraafplaats aan de Tsjerkebuorren 43, in 1857 als kerkhof aangelegd bij de Hervormde kerk. Bij het honderdjarig bestaan van de op 29 februari 1912 opgerichte Uitvaartvereniging De laatste Eer hebben drie nazaten van Pieter Klazes Pel, alle drie Pieter Pel geheten, hier zijn grafsteen en bijbehorend informatiebord onthuld. Op de steen met zwarte florale sierranden staat: Ter Nagedachtenis / aan den Heer / P: K: Pel. / geneesheer, / geb: 4 Febr 1797 / overl: 25 Mei 1878.

116e kb 3 Achter NHKerk Dr8stercomp RCE

Achterzijde NH Kerk uit 1850 (afgebrand in 1979), Tsjerkbuorren 43, Drachtstercompagnie. Foto RCE.nl

Drachtstercompagnie
Naast Pels grafmonument staan de klokkenstoel met klokken van Laudy* en het kunstwerk waarin Melle Visser* de voormalige turfvaart en de kerk verbeeldt, alle drie op de plaats waar de in 1979 afgebrande kerk stond. Pel steunde deze Nederlands Hervormde kerk bij het oprichten en heeft meegemaakt hoe ze in 1850 gebouwd werd. Hij bezat honderden hectares veen, heide en bos bij Drachtstercompagnie dat zijn naam ontleent aan de eigenaars van de venen die zich verenigden tot 'Drachtster Compagnie' of Drachtster Kompenije en ten oosten van Drachten hoogveengebied ontginden dat aansloot op de Drachtster Venen.

116e kb 4 vaart dwvaart wyken 1700

Kaart met Drachtstervaart naar Bakkeveen, dwarsvaarten, wijen en Drachtsterveen, ca 1700, toen Drachtstercompagnie nog een nederzetting was.

 

Turf
De in de zeventiende eeuw gegraven Drachtstervaart leidde vanaf de centrale turfplaats Drachten naar Bakkeveen. Haaks op deze vaart waren een Zuider- en Noorderdwarsvaart gegraven. In Drachtstercompagnie liggen nog kaarsrechte wijken (diepe sloten) die haaks op de Noorderdwarsvaart stonden. Er staan nu bordjes met het jaartal waarin ze zijn gegraven en namen als Sânnige Wyk of (veenbaas) Piters Wyk. Voor de aanleg van die wijken werden greppels in het hoogveen gegraven die het gebied eerst een jaar lang ontwaterden. Daarna werd een wyk (diepe sloot) gegraven tot het zand en kon het hoogveen systematisch worden afgegraven. De bovenlaag van het veen, bolster genoemd, werd bewaard en na het afgraven vermengd met zand, terpaarde, bonk of restveen om deze grond te verbeteren.


116e kb 5 Friesche Mij. voor pijpsenning

Prijspenning Friese Maatschappij van Landbouw, voorzij lauwerkrans rond bekroond wapen van Friesland, zie foto keerzijde. Collectie Teylers Museum

Friese Mij.
Adel, patriciërs en grootgrondbezitters zoals hoofdbestuurslid Pel namen in de Friese Mij. het initiatief. De maatschappij behartigde vanaf de oprichting in 1852 de belangen van de Friese Landbouw, organiseerde veekeuringen en landbouwtentoonstellingen, bevorderde onderwijs, landbouwvoorlichting en veredeling van landbouwgewassen als vlas en aardappelen (o.a. het Bintje).** Pel gebruikte wetenschappelijke technieken en moderne gereedschappen, experimenteerde met verschillende nieuwe bemestingsmethodes om de grond vruchtbaarder te maken en liet ook arbeiderswoningen en boerderijtjes bouwen. Hij was veel meer dan geneesheer alleen.

Drachten, Drachtstercompagnie, Aldtsjerk
2017 ©Gerhild van Rooij, www.gerhildvanrooij.nl

* Zie Gerhilds 114de Kunstrubriek, Klokkenstoel, kerk, turf en Melle Visser
** Na statutenwijziging in 1919 werd de Friese Mij. meer een organisatie van en voor boeren, met weekblad Fries Landbouwblad en het Landbouwhuis (Willemskade, Leeuwarden) van waaruit onder meer de Friesland Bank, Frico, Condensfabriek, Z.P.C. en het Fries Rundvee Stamboek zijn opgericht. In 1992 begon de fusie die uitmondde in één nationale landbouworganisatie, de LTO.
Bronnen
Jan Benus ‘Drachtstercompagnie eert Pieter Klazes Pel met grafmonument’, Waldnet 14-04-2012
smelneserfskip.nl (fietsroute)
dledrachtstercompagnie.nl (plaatsingsfoto’s van grafsteen en kunstwerk)
frieslandbouwmuseum.nl (Friese Mij.)
tresoar.nl (Friese Mij.)
drachtstercompagnie.info
RCE.nl (NH kerk)
Dr. L.H. van Eeghen, redactie. Anthonie van den Hout en Pieterklases Pel, of de opleiding in de genees- heel – en verloskunde, Amstelodamum, Maandblad voor de kennis van Amsterdam, Orgaan van het genootschap voor kennis van Amsterdam, januari februari 1974, 61ste jaargang, pp.1-5