enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

119e kb 1 rottevalle kwurk

Feanskipfear, vijf objecten vanaf Noordkant Brouwersgrêft; op achtergrond: Drie gemeentegrenzenmonument (foto Keunstwurk)

Gerrit Terpstra maakte in 2001 een vijfdelig turfmonument voor gemeente Smallingerland. De kunstwerken staan op gras op de gedempte Brouwersgrêft, een historische locatie achter het drie gemeentegrenzenmonument in Rottevalle. Terpstra’s Feanskipfear is van glas, koper en staal. Het begint aan de Noordkant met een glasplaat die in het gras een gat in de aarde toedekt. Het turfsteken is daarmee origineel vormgegeven. De veenarbeiders en het gereedschap waarmee zij turf tevoorschijn halen, lijken onzichtbaar. Alleen het resultaat van hun werk trekt aandacht. Glas lijkt op water dat nodig is om veen te laten ontstaan. Het gat staat voor gewonnen turf, het bruine goud. Of is het gat symbool voor het verdwijnen van de turfwinning die aan de basis lag van het ontstaan van Rottevalle?

 

119e kb 2 DSC 5271 gvrb

Feanskipfear, tweede object (turf stapelen) Foto G. van Rooij

Knooppunt
Het volgende abstracte object verbeeldt gestapelde turf. Daarna komt de opslag, een bult in het gras. Een enkel wiel herinnert aan het vervoer per kar en de reeks eindigt met het skelet van een schip, ook wel turfbak genoemd. Turfschepen voeren over de ‘vaerdt’ (Brouwersgrêft). Het 'Buweklooster' nabij Droge Ham sloot een contract met de Leeuwarder Ulrich Abbes en zijn vrouw Elisabeth Godefridi. In 1577 begon men met het graven van de ‘vaerdt’ en binnen een jaar kon er turf vervoerd worden naar Leeuwarden en Dokkum. De Brouwersgrêft kruiste het riviertje 'De Lits' en toen er vanuit het westen moerassen ontgonnen werden, ontstond bij dit knooppunt Rottevalle. Daaraan herinneren ook de 'Rydwei' en 'Efterwei', waarschijnlijk de oudste toegangswegen.

119e kb 3 buweklooster

Buweklooster nabij Droge Ham (historisch)

119e kb 5 DSC 5267 gvrb

Feanskipfear, object vijf en drie (turfschip en opslag)  G. Trerpstra (foto G. van Rooij)

 

ervening
Rond Rottevalle hadden de kloosters de venen van het Buwe klooster ‘Maria’s Graf’, het Gerckes klooster ‘Jeruzalem’ en het klooster Smalle Ee ‘Smelne’ in bezit. Na de hervorming van kloostereigendommen in 1580 komen deze in handen van ‘het Landschap’, de Provincie. Landmeters brengen de bezittingen in beeld zoals te zien op kaarten van 1613-1617. Door de vervening komen er vele vaarten, nieuwe woningen en ‘turfdorpen’. Dit is zichtbaar op kaarten van Boelens (1664), Schotanus (1718) en Eekhoff (1848). Tot 1637 werd veen vooral gewonnen voor gebruik van omliggende kloosters. Uit een akte blijkt dat de definitieve verkoop door de Provincie (Landschap genoemd) aan de Compagnons in Rottevalle in 1644 plaatsvond. In een contract van 6 december 1645 is er pas sprake van de vorming van de ‘Societeit ende Compagnie’ waaraan acht compagnons deelnamen. Zij verkochten de bovengrond (het veen) aan veenbazen, de ondergrond bleef van de compagnons.

Vervoer
Terpstra’s Feanskipfear herinnert eraan dat veen richting Eastermar via de Lits werd vervoerd en richting Noorderdrachten en De Kletten via de Burmaniasloot ('Noorder Drait'). Waar de Lits en Burmaniasloot samenkwamen, werd in Het Heerenhuys Compagnonshuys de turf en veen verkocht en er werd vergaderd. Volgens contract moet veen vanaf 7 februari 1649 worden afgevoerd via de Drachtster Vaarten (Burmaniasloot). Op 19 december 1700 hebben de vaarten andere eigenaren en moet alles via Eastermar worden afgevoerd, met uitzondering van veen in de 'Folgerafeenen'. Dit 'ter voorcominge van moeilijckheeden ende proceduiren'. Na die contractherziening is de Lits oostwaarts gekanaliseerd naar de huidige Houtigehaagsterwijk en op deze route met groot verval, het (bovenste) ‘verlaat’ aangelegd. Het gebied wordt later 'Boppeste' genoemd.


119e kb 4 DSC 5275 gvrb

Feanskipfear, object drie en vier (opslag, vervoer over land)

19de eeuw
Eind 18de eeuw raken de veengronden uitgeput. Het Veencompagnonsschap van onder anderen Hector Livius van Haersma en familie Van Teyens wordt in 1808 ontbonden. De huidige Rottevalster Compagnie, voluit ‘Compagnie der vaarten en het verlaat te Rottevalle’, heeft, evenals het Veencompagnonschap op het eind, een sociale functie. De door gecommitteerden bestuurde compagnie was ontevreden over het onderhoud van bezittingen van de Veencompagnonsschap en verwierf deze, na beraad bij instanties en de kerk, op 8 juni 1813. De Compagnie liet daarop het bovenste verlaat vervangen door de 'Ald Daem'. Die dam en vele geografische namen, gebouwen en het landschap herinneren aan de turfindustrie, waarvan Terpstra’s monument heel treffend vele facetten in beeld brengt.

Rottevalle, Aldtsjerk, 2016 ©Gerhild van Rooij, www.gerhildvanrooij.nl

Bronnen
Keunstwurk.nl

smelneserfskip.nl
smallingerland.webklik.nl
Sytske Kooij-Jacobsma Dorpskerk (‘Doarpstsjerke’) te Rottevalle, augustus 201