enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

124e kb 1 Het Parool

De krant der bevrijding

De laatste oorlog op ons grondgebied werd mede dankzij Amerikanen en Canadezen bijna tweeënzeventig jaar geleden beëindigd. Grote en kleine monumenten herinneren aan de tijd dat naast strijd om de vrijheid te heroveren, bepaalde levensovertuigingen, afkomst, geaardheid of geboden hulp, ook van bevrijders, de dood tot gevolg kon hebben. Naast monumenten zijn in ons land plaquettes en gevelstenen geplaatst die specifieke groepen, personen of gebeurtenissen uit deze en andere oorlogen en opstanden gedenken en waar, hoe en wanneer door wie er offers zijn gebracht voor de heroverde vrijheid. Vuur staat daarbij vaak symbool voor herrijzen.

 124e kb 2 de oerwinning 1948

 

Naam De Oerwinningen gevelsteen uit 1948 op gelijkmatige Wederopbouwboerderij in Opeinde

De Oerwinning
Een ingemetselde liggende tegel op de voorgevel van het woongedeelte van de boerderij met de naam De Oerwinning in gele tegels op de gevel, verbeeldt het herrijzen. Op de tegel op deze boerderij aan het Opeinder kanaal in Opeinde staat een vlammenzee en rijzende Nederlandse leeuw, ook wel ‘het wederopbouwleeuwtje’ genoemd. De cijfers 19 linksboven en 48 rechtsboven vormen het jaar waarin de steen is geplaatst en onthuld. De boerderij ligt 200 meter oostelijk van de oorspronkelijke boerderij de Oerwinning, een naam die waarschijnlijk ontleend is aan het voor agrarische doeleinden ontginnen van de heide.

124e kb 3 oerwinning tegel cl

Wederopbouwgevelsteen 1948 op De Oerwinning

Variant
Dit type herinneringsstenen zijn soms overgeschilderd, wit, ook wel zwart-wit, maar meestal hebben ze de oorspronkelijke kleur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in Nederland ruim 8000 boerderijen verwoest. De wederopbouwstenen hangen naast of boven de hoofdentree of op een voor- of zijgevel van boerderijen en huizen die panden vervingen die verloren gingen door oorlogshandelingen als bombardementen of vernieling, brandstichting en opblazen ter verdediging of als represaille door de bezetter. Na de eerste verwoestingen in 1940 gingen de meeste boerderijen verloren tijdens gevechtshandelingen en bombardementen in de twee laatste oorlogsjaren.

Wederopbouw Boerderijen
In Friesland hangt deze steen in diverse gemeenten. Op 4en5mei.nl staat dat het monument 'De strijd bij Wellebrug' in Koufurderrige in gemeente Súdwest-Fryslân een ingemetselde gedenksteen van natuursteen is, met in reliëf de Nederlandse leeuw die uit de vlammen herrijst en 1947. Eenzelfde omschrijving is er voor de steen op een boerderij aan de Veldweg in Rinsumageest (Rinsumageast) in de gemeente Damwoude. De foto toont dat het dezelfde leeuw is als bij de Oerwinning. Deze is niet van natuursteen. De stenen zijn in oplage vervaardigd, volgens Joke Karelse (‘Wederopbouwarchitectuur Boerderijen’, 2011) van terracottta. Terra cotta betekent letterlijk 'aarde gebakken', gebakken klei dus: poreus, ongeglazuurd aardewerk van roodbakkende klei. Naast de rood/bruine was er een beige/gele variant zoals op de Oerwinning.

124e kb 4 koufurderrige strijd wellebrug

Wederopbouwgevelsteen 1947, in Koufurderrige

Brouwers Aardewerk
De tegels komen uit de fabriek die Willem Coenraad Brouwer (1877 –1933), keramist en lid van de Nederlandse Kring van beeldhouwers, had opgericht. Deze zoon van Nicolaas Brouwer, hoofd van een Leidse lagere school, en Antonia Coert, was opgeleid aan de Teekenschool in Leiden en werkte van 1894 tot 1898 in het atelier voor boekversiering en letters snijden van zijn zwager Loebèr. Vanaf 1898 ging hij in Gouda pottenbakken bij Goedewaagen waar hij een eigen oven had en rond 1900 sloot hij zich aan bij de kunstenaarsgroep rond ’t Binnenhuis. Een jaar later richtte hij zijn eigen keramiekfabriek Vredelust op en in 1905 heeft hij Vredelust omgezet in N.V. Fabriek Brouwer’s Aardewerk.

Architecturale keramiek
Vanaf 1906 maakte Willem Coenraad bouwaardewerk, tuinkeramiek en architecturale keramiek, o.a. voor het Vredespaleis in Den Haag. Hij werkte met beeldbepalende architecten als Berlage, Oud, Dudok en Wils en wordt beschouwd als vernieuwer op dit gebied. Zijn zoons Coen en Klaas werkten na de Eerste Wereldoorlog al in de fabriek en namen die na zijn overlijden over. De wederopbouw-leeuwtegel op de Oerwinning en soortgelijke tegels zijn tijdens en na de oorlog in hun fabriek in Leiderdorp uitgevoerd. Het vermelde jaartal verwijst bij een aantal stenen naar het jaar van de verwoesting van de oude boerderij.

124e kb 5Nijmegen Relief JUiterwaal voet toren CS

Jo Uiterwaal, reliëf vrouw met toorts, voet CStoren Nijmegen

Uiterwaal
Tijdens de Duitse bezetting is gekozen is voor de afbeelding van een Hollandse Leeuw.
Henk van de Weem (Mylls Heem) vermeldt als ontwerper Johannes Wilhelmus ‘Jo’ Uiterwaal. Deze beeldhouwer en meubelontwerper is op 21 mei 1897 in IJsselstein in een katholiek gezin geboren en in 1904 verhuisd naar Utrecht waar hij 11 juni 1972 stierf. Zijn vader was houtsnijder en van de negen kinderen werd zijn oudere broer Steph ook beeldhouwer. Uiterwaal leerde tussen 1912-1917 het vak van A.J. Dresmé bij wie hij op het atelier werk uitvoerde voor Mendes da Costa. Van 1918 tot 1920 volgde hij ‘s avonds de Kunstnijverheidsschool in Utrecht waar hij les kreeg van Willem van Leusden en handtekenen van heraldicus T. van der Laars en vaktekenen van architect C J. de Haas. Hij was dus onderlegd in heraldisch en architectonisch tekenen.

124e kb 6 gevelsteen 1940

Wederopbouwgevelsteen 1940

 

1940
Veenendaal lag middenin de frontlijn van de Grebbelinie en de daar gestelde inundaties, aangelegde stellingen en gebouwde kazematten veranderden Veenendaal in een vesting. De inwoners werden geëvacueerd en circa 150 woningen en boerderijen die voor de stellingen stonden werden mei 1940 door de Genie opgeblazen om schootsveld te verkrijgen. En daar kwamen dat jaar nog circa 250 boerderijen bij die tijdens gevechten werden verwoest of voor vliegvelden moesten wijken. Met het oog op de voedselvoorziening moesten deze zo snel mogelijk worden hersteld. Op 15 juli 1940 heeft de rijksoverheid daarvoor het Bureau Wederopbouw Boerderijen opgericht.

124e kb 7 Vrij Nederland Jubileumnr. Vrij

Bevrijding

BWB
Deze BWB viel onder het Bureau Ontruiming van het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd, na de eerste oorlogshandelingen belast met herstel van het landbouw-productieapparaat. BWB moest zorgen dat er naast noodvoorzieningen, in regionale vormentaal gebouwde boerderijen kwamen, geschikt voor een (toen) moderne agrarische bedrijfsvoering. Op deze boerderijen hangen de tegels met het jaartal 1940. 1947 en 1948 worden vermeld als heropbouwjaar voor wederopbouwboerderijen, die in de laatste jaren van de oorlog, soms voor de tweede keer, in de as waren gelegd. De Oerwinning ging november 1944 als represaille in vlammen op en draagt als jaartal 1948. Wat hier* of op andere boerderijen met wederopbouwleeuwtegels tijdens de oorlog nog meer heeft plaatsgevonden, welke slachtoffers vielen en wie daarbij betrokken waren, staat op: www.tracesofwar.nl.

Aldtsjerk, Opeinde of De Pein, maart 2017 ©Gerhild van Rooij www.gerhildvanrooij.nl

* Op 21 november 1944 vielen er vijf bezetters binnen. Jan en Marten, zoons van Reinder, waren aan het melken en sloegen alarm, waarna in een vuurgevecht één Duitser omkomt waarop de Duitsers Jan, Marten en onderduiker Gerardus Wagenaar neerschieten, drie van de acht oorlogsslachtoffers in De Pein of Opeinde
Bronnen
4en5mei.nl, Verzetsmuseum Leeuwarden
RCE.nl, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, voorheen Rijksdienst voor Monumentenzorg Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (archief BWB, Bureau Wederopbouw Boerderijen)
Jan Baptist Bedaux. ‘Jo Uiterwaal en Piet Elling. Een vergeten hoofdstuk in de ontwikkeling van de moderne beeldhouwkunst in Nederland’
Johan Lagerweij en Sophie Elpers Wederopbouwboerderijen, lezing 2007/ compilatie 2015, Oudheidkundige vereniging Scherpenzeel
Joke Karelse, 2011, 'Wederopbouwarchitectuur Boerderijen', Nieuwsbrief Boerderij & Erf, jg. 13, nr. 22 oktober 2011 (tekst juli 2011), p. 4
Sophie Elpers ‘Erfenis van het verlies. De strijd om de wederopbouw van boerderijen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog’. (Stichting Historisch Boerderij Onderzoek, SHBO)
Spanvis.nl
Meertens Instituut, www.meertens.knaw.nl
Histoaryske Feriening de Pein, http://www.hfdepein.nl
http://studio-domeinzicht.jouwweb.nl/sporen-van-de-oorlog

123e kb 1 in GBV 2011 exp weg uit nl

Hendrik Beekman bij een van zijn houten beelden in de expositie in Galerie Bloemrijk Vertrouwen (GBV). Foto ©Gerhild van Rooij

 

 

 

 

Spanje
De maand februari 2011 liet Hendrik Beekman in Galerie Bloemrijk Vertrouwen in Aldtsjerk zijn stenen, houten en bronzen beelden zien in combinatie met de fotoportretten en abstracte foto’s van ondergetekende. Er was als opening een dagprogramma met buffet en avondvullend klassiek talentconcert voor de gerevalideerde kunstenaar die zijn Nederlandse atelier en galerie van de hand had gedaan en nu definitief naar het Spaanse Aragon verhuisde. Hij kwam soms even terug in Lyndensteyn, waar hij met een arts al eens had gesproken over zijn oerversie Leren Lopen. Het circa 40 cm hoge houten beeld leende zich wel voor een bronzen versie.

 

 

123e kb 2 beekmanleren lopen

Houten Leren Lopen, Foto ©Hendrik Beekman 2010-11

Hout
Dit strijdbare en kwetsbare kunstwerk over leren lopen en jezelf vertrouwen werd de ‘voorloper’ van de metershoge bronzen versie op natuurstenen voet (zie kunstrubriek 122). Hendrik herhaalt zich nooit en maakte een stalen frame met verwante basisvorm om daaromheen met plasticine het beeld op te bouwen. De doorleefde huid en de worsteling om overeind te komen en te blijven moesten vanuit elke hoek en afstand zichtbaar zijn. Plasticine was oorspronkelijk de merknaam voor een boetseerpasta op basis van calciumzouten (kalk), petroleumgelei (paraffinewas met kleine aardoliecomponent) en vetzuren, die in 1897 werd uitgevonden door de Engelse tekenleraar William Harbutt. Het is nu een soortnaam. Aan de boetseerpasta’s, die niet gebakken kunnen worden, is anti-oxidant Irganox L130 toegevoegd zodat deze niet ranzig of bros worden en langdurig kneedbaar blijven.

 

123e kb 3.DSC 6884 kopie

Beekmans Leren Lopen, achtertuin Lyndensteyn. Foto 2017 Gerhilds ©Gerhild van Rooij ≈

 

Realiteit
In 2012, twee jaar na het ongeluk, kon Beekman maximaal een uur per dag met de plasticine kneden. Hij miste de kracht en het uithoudingsvermogen van voor het ongeluk, toen hij nog afwisselend werkte in zijn Spaanse en Nederlandse atelier en expositieruimte: Kabinet Beekman, de enige surrealistische galerie in Nederland, en over onuitputtelijke energie leek te beschikken. Intussen was Gloria op zijn pad gekomen met wie hij het afgelopen jaar is getrouwd. Volgens zijn aanwijzingen kneedde zij door als hij niet verder kon, totdat de tweedelige mal gemaakt kon worden om het beeld in brons te laten gieten en daarna te laten patineren.

 

123e kb 4. DSC 6899 kopie

Monogrammen in bronzen Leren Lopen bij Lyndensteyn. Foto 2017 © Gerhild van Rooij

Gloria
Ze vertrokken. Beekman kwam pas terug voor de onthulling en zag toen dat zijn beeld boven de steen zweefde. Omdat hij niet bij het plaatsen geweest was, kon hij daar niets meer aan veranderen. In de toekomst wil hij kleine stenen op het voetstuk lijmen om de drie naar wankel evenwicht tastende benen vaste grond onder de voeten of hoeven te geven. In de binnenzijde van één been staat een dubbel monogram. Een voor Gloria en een voor Beekman, die stelt dat hij zonder haar hulp en vertrouwen het beeld niet had kunnen voltooien.

 

123e kb 5 DSC 6929b

Hendrik Beekman vertelt over revalidatie op de locatie waar Leren Lopen is ontstaan. Foto 2017 ©Gerhild van Rooij

Dank Revalidatie Friesland
Op 16 mei 2013 onthulde de toen vierjarige Kyra als een kleine prinses in de tuin van Revalidatie Friesland in Beetsterzwaag het boven haar uit torenende beeld. Kyra’s moeder, Mariëlle Brouwer-Edes, had bij een auto-ongeval 21 botbreuken en een ernstige hersenkneuzing opgelopen en was in Lyndensteyn gerevalideerd. Bij de onthulling en overdracht van het beeld aan voorzitter Gerrie Eikelboom van de Raad van Bestuur Revalidatie Friesland bracht zanger en oud-Amelander Sytse van der Werf uit Kûbaard het lied Maaie ten gehore. Na zijn herseninfarct en ziekenhuisopname was hij evenals Beekman en Brouwer-Edes met veel geduld en aandacht opgevangen.

 

123e kb 6 DSC 6924

Hendrik Beekman laat zien dat de bronzen miniatuur verankerd is in de balie bij Revalidatie Friesland Lyndensteyn, Beetsterzwaag. Foto 2017 ©Gerhild van Rooij

Miniatuur
Ze leerden hier weer lopen en zonder de toewijding van de mensen van de revalidatie was dat niet gelukt. Om het Revalidatiecentrum te bedanken maakte Hendrik het bronzen beeld en zamelden Sytse van der Werf en Mariëlle Brouwer-Edes geld in om de bronzen uitvoering, het vervoer en de plaatsing te bekostigen. Via de door Van der Werf en Brouwer-Edes opgerichte Stichting Ode aan de Revalidatie is met vele acties tienduizend euro bijeengebracht. De resterende vijfduizend euro heeft Hendrik moeten bijleggen. Het zou mooi zijn als er nog een plaquette geplaatst kon worden met daarop de titel en achtergrond van het beeld, de stichting en de namen van de drie schenkers, ook bij de balie waarop een bronzen miniatuurversie van Leren Lopen is vastgezet.

Marrum, Aldtsjerk, Beetsterzwaag, 2017 ©Gerhild van Rooij, www.gerhildvanrooij.nl

Bronnen
https://www.youtube.com/watch?v=fmRRO2SRHUg (CAMJO media, JRF Producties,118 sep. 2012)
Onthulling, 2013: https://www.youtube.com/watch?v=3Fqvm4aXi_k
Zie Gerhilds 122ste Kunstrubriek
Oral history Hendrik Beekman
Eigen en GBV-archief (www.gbv-artgallery.nl)
Tom de Boer. Pluskrant Magazine 7, maart 2015, ‘In gesprek met: Mevrouw Gerrie Eikelboom voorzitter Raad van Bestuur van Revalidatie Friesland’ en omslagfoto Gerard Broersen
defeanster.nl/nieuws/21673/onthulling-beeld-als-ode-aan-de-revalidatie-2/ (Klasina van der Werf)

 122e kb 1 leren lopen 890 Beekman foto GvRooij

Hendrik Beekmans bij zijn sculptuur in Lyndensteyn, 2017. Foto: Gerhild van Rooij

Wankel
In de tuin achter het revalidatiecentrum Lyndensteyn in Beetsterzwaag staat een voor velen merkwaardig bronzen beeld, dat prachtig gepatineerd is. Het is de weergave van onmacht naar beheersing voor zover die mogelijk is. Wie oppervlakkig kijkt, ziet alleen een meervoudige verdraaiing, vervorming, beschadiging en verwringing, met scherpe naden die kronkelen. Een bronzen beeld dat niet lekker staat en er met drie poten behoorlijk gehandicapt uitziet. Voor een vierpotig dier een poot te weinig, voor een mens een been te veel, maar voor dit beeld precies wat het moet zijn.

 

119e kb 2 DSC 5271 gvrb

Detail Beekmans sculptuur Leren Lopen, 2017. Foto: © Gerhild van Rooij

Ontstijgen
Het beeld is gemaakt door Hendrik Beekman en heet Leren Lopen. Zijn brons is een abstractie in beweging. Een vorm die wankelend zijn weg zoekt. Een figuur die lijkt te worden tegengehouden in uitstrekken en rechtop staan, maar tegen de verdrukking in gaat en staat. Wie er als buitenstaander naar kijkt en de aardverschuiving binnen het gekwetste menselijk lichaam niet uit eigen ervaring kent, ziet eerder een gedrocht dan een overwinnaar. De samengebalde, knoestige figuur is een feniks die oprijst uit het voor goed opgeloste oude gestroomlijnder zelfbeeld. Een mens of de geest van een mens, die het voor de rest van het leven doet met het nog mogelijke. Zonder de vanzelfsprekendheid van moeiteloos voluit bewegen. Een mens die de kracht heeft om opnieuw zijn of haar weg te zoeken en daarmee boven zichzelf uitstijgt.

 

122e kb 3 leren lopen 907 Beekman foto GvRooij

Beekman bij Leren Lopen in Lyndensteyn, 2017. Foto: © Gerhild van Rooij

Verlies
Hendrik Beekman is een vrije geest die er in een lichaam met van buitenaf wel en niet zichtbare beperkingen fysiek en mentaal nog goed vanaf is gekomen. Hij overleefde in 2010 het ongeval waarbij zijn vrouw Margrietha, op wie hij stapelgek was, het leven verloor. Margrietha Emerentiana de Vries werd op 13 juni 1947 in Leeuwarden geboren en een dag nadat zij haar verjaardag had gevierd door het fatale verkeersongeluk in Groningen vermorzeld. In de afgeladen aula van het crematorium Goutum lag Beekman er op de crematieplechtigheid van zijn geliefde vrouw zelf bij als een schim van wie hij was. Hij was wel weer bij bewustzijn gebracht, maar zoals de rouwbrieven en -advertenties al aangaven niet in staat tot condoléance. Zijn beeld Leren Lopen is tegen deze achtergrond ontstaan en meteen herkenbaar voor lotgenoten en hun naasten.

 

122e kb 4 eren lopen 918 Beekman foto GvRooij

Beekmans bij de miniatuur van Leren Lopen op de balie van Lyndensteyn, 2017. Foto: © Gerhild van Rooij

 

Reactie
Wie in een macroseconde door een bijna fataal ongeluk in elkaar gedrukt wordt, beklemd raakt, uiteengereten, weggerukt, neergesmeten of weggeslingerd, verandert voorgoed. En dat geldt ook voor wie door een medische fout zijn mobiliteit, verstandelijke vermogens of lichaamsdelen, gehoor, zicht, tastzin, reuk of spraak verliest. Wie in één klap wordt beroofd van de vitaliteit van bewegen en vaak ook nog voorgoed verminkt raakt, is letterlijk overweldigd. Veel hierdoor getroffen personen raken snel verdoofd, soms zelfs in coma. Anderen worden uit voorzorg tijdelijk in coma gehouden. Dit overkwam de bekende surrealistische beeldend kunstenaar Hendrik Beekman.

 

122e kb 5 werkplek 939 Beekman foto GvRooij

Beekmans, 6.5 jaar na datum aan de werktafel waar hij de sculptuur leren lopen maakte, 2017. Foto: © Gerhild van Rooij

Herkenning

Wie opnieuw heeft moeten leren lopen na een ernstige ziekte, zware beroerte of bijna fataal ongeval, herkent meteen de strompelaar, wiebelaar, kantelaar, evenwicht- en perspectiefzoeker in Leren Lopen. Daar zijn geen woorden voor nodig. Beekman kon dit uitdrukken omdat hij van beroep beeldend kunstenaar is. Hij verbleef drie maanden in Revalidatiecentrum Friesland in Beetsterzwaag. De therapie was zeer inspannend, geestelijk en fysiek. Beekman kon dit volhouden omdat hij daar per dag een uurtje of langer van werd vrijgesteld om te zijn wie hij was: de kunstenaar, die via zijn handen en verbeelden de weg naar leren lopen vond. Weer leren lopen, eerst in warm water en later daarbuiten was even belangrijk als weer een beeld maken. Het vertolkt de angst toen therapeuten hem loslieten en hij stap voor stap moest leren vertrouwen op zijn lijf, zijn benen opnieuw de weg moest laten vinden van en naar de grond. Leren Lopen is het lijf dat vreemd en eigen is en stap voor stap in het oneindigheid tast voor het vaste grond krijgt.

Beetsterzwaag, Marrum, Goutum, Aldtsjerk, © Gerhild van Rooij, gerhildvanrooij.nl

Bronnen revalidatie-friesland.nl
Oral history Hendrik Beekman

121e kb 1 IMG 4555

 

Voor de Openbare Bibliotheek op het Museumplein in Drachten staat een niet te missen sculptuur. Het is een creatie van de in 1951 geboren kunstenaar Frank Sciarone die in 1978 is afgestudeerd. Hij kreeg tentoonstellingen van zijn twee en driedimensionale werk in het Stedelijk Museum in Amsterdam, Groninger Museum, Fries Museum, het Rijksmuseum Twenthe in Enschede en ook meerdere solopresentaties in galerie Phœbus Rotterdam , Kunstvereniging van Diepenheim, K09 in Groningen en DeFka Assen en vele andere locaties. Sciarone was gedurende twintig jaar coördinator en docent op de AKI, academie voor beeldende kunst in Enschede en was van 2005 tot 2015 docent aan de Academie voor Bouwkunst in zijn woonplaats Groningen.

121e kb 2 Museumplein Drachten

Drachten
Door het monumentale formaat is het beeld in Drachten een ijkpunt voor de winkelstraat die op het plein uitkomt. De beeldbepalende sculptuur heeft op het eerste gezicht een abstracte vorm, maar verbeeldt een voorwerp. Het kunstwerk is in 1992 geplaatst en verbeeldt een sterk uitvergrote, zes meter hoge chip. Sciarone maakte een monument voor de moderne technologie die mondiaal toegepast wordt door een klein onderdeel weer te geven, de chip of informatiedrager die onmisbaar is geworden.

121e kb 3 IMG 4551b

Reliëf
Van de zijkant is goed te zien dat het kunstwerk in de vorm van een staande rechthoek verschillende reliëfs heeft. Aan de kant van het plein bestaat dat reliëf uit een serie verdiept liggende geometrische vormen, die blurbvormen of blurbs genoemd worden. Aan de achterkant (naar de bibliotheek toe) zie je dezelfde blurbs maar dan als uitstekende vormen in hoogreliëf. Een blurbvorm is een cirkel die verlengd is door twee parallelle lijnen, een vorm die veel gebruikt wordt in voorwerpen zoals stekkersdozen, radiatoren, mobieltjes of als kader bij teksten.

121e kb 4 IMG 4556b

Blp
Sciarone verbeeldde de blurb in meerdere kunstwerken. Hij werkt twee- en driedimensionaal en maakte met potlood, of potlood en pastel verschillende series tekeningen van blurbs, en gebruikte ze ook in een gipsen kunstenaarsboek. De beeldhouwer Richard Artschwager gebruikte de blurb, schreef erover en noemde hem 'blp'. Frank Sciarone en Mirjam de Winter organiseerden zelfs een 'blurb'-expositie in de winter van 2011-12 waarin naast werk van Sciarone zelf ook werk van onder meer Johan van Oord, Bernard Villers, Martijn Sandberg te zien was.

121e kb 5 IMG 4553bb

Chip
Zijn grote chip uit 1992 verwijst naar de vele geheugen-chips die onmisbaar zijn geworden voor de digitale overdracht van informatie. Bibliotheken maken er gebruik van en sluiten daarmee aan op de steeds verder evoluerende informatietechnologie die deel is van onze belevingswereld. De chip voor de bibliotheek is gemaakt van beton met daaroverheen een gritlaag die met glansverf is zwart gespoten. De blurbvormige sokkel waarin de chip rust is van hardsteen. Aan de voorzijde aan de kant van het plein staat parallel daaraan een serie fietsen-standaards. Van voren gezien hebben die ook tweedelige blurbs, als transparante draadfiguren.

121e kb 6 IMG 4548b

Plaatsing
Het onderste deel van het beeld is vaak verscholen achter standaards. Eerst stonden die aan een kant, nu aan beide zijden en dat doet afbreuk aan de monumentaliteit van het werk. De herhaling van de blurbs in het beeld zijn daardoor minder zichtbaar. Die eenvoud van een repeterende vorm - drie keer in zijn geheel en twee keer half - maakt de massieve rechthoek lichter en speelser. Het licht- en schaduwspel in deze antracieten vorm is subtiel en dat valt minder of helemaal niet meer op met de, ten opzichte van dit sobere beeld, glanzende, soms kleurrijke fietsen lukraak daar omheen. In Sciarones ruimtelijke werk speelt de positie van het lichaam of volume een rol. Wanneer in een ruimte gevuld met allerlei voorwerpen en objecten één voorwerp wordt verplaatst, verandert de totale samenhang. Dit geldt ook voor zijn werken in de publieke ruimte, die hij zorgvuldig plaatst en waarmee hij in zijn woorden een nieuw evenwicht creëert.

Groningen, Drachten, Aldtsjerk © tekst en foto’s Gerhild van Rooij, www.gerhildvanrooij.nl

Bronnen
Keunstwurk.nl (foto 2)
RKD.nl
staatingroningen.nl
http://franksciarone.blogspot.nl/
Mirjam van der Feen. “Beeldend kunstenaar Frank Sciarone vertelt over zijn werk” in: deoosterpoorter.nl, januari 2016

 

120e kb 1 boek henk rusman 1

   Henk Rusman Vierkant in Beeld, omslag monografie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

120e kb 2 gelaagdheid turf H Rusman Dr8stercompagnie

Gelaagdheid van turf, zonder titel, staal, symboliseert het met elkaar opgaan in krachtenbalans, bij Sporthal Oentsjerk, 1992. Foto: Gouwenaar.

Ordening
Beeldend kunstenaar Henricus Maria (Henk) Rusman is op 30 oktober 1950 in Hillegom geboren. Als kind ben ik daar vaak bij zijn familie geweest. Je kon ver kijken in het laaggelegen ingepolderde land langs het Haarlemmermeer. In het Bilt, rond Oudebildtzijl, waar Henk woont en zijn atelier heeft, ligt ook ingepolderd gebied. In dit gebied wonen vele kunstenaars, schrijvers en dichters. Misschien wel, omdat je er ruimte hebt en ver kunt kijken naar de horizon, waartegen vormen zich scherp aftekenen als bakens op zee en land. Anders dan in het Bilt werden rond Hillegom al sinds de zandafgravingen midden negentiende eeuw bollen geteeld op de zogenaamde geestgronden. Die kleurenrijkdom zie je niet in het werk van Rusman, wel de geometrische vormen die deze velden hebben. Akkers vol rechthoeken die een ritme in kleur vormen met daartussen sloten die het hemellicht weerkaatsen, het land afbakenen en de ruimte lijken te ordenen.

 

Vrij
Vanaf de hoger gelegen dijken zie je in het Bilt akkers en percelen grasland die samen een strak ritme vormen, soms met bredere, rechte vaarten, sloten en wegen maar ook met wegen die zich als linten slingeren. Het werk van Rusman sluit aan bij de gecultiveerde, voor velen vanzelfsprekend zo geordende ruimte en vormen. Rusman is opgeleid aan de Stadsacademie in Maastricht en voltooide zijn studie aan de Jan van Eyck Academie in dezelfde stad. Daarna vestigde hij zich rond 1980 als beeldend kunstenaar in Oudebildtzijl vlakbij de dijk en de Waddenzee. In dit gebied waar het licht blijft fascineren en altijd anders is werkt de kunstenaar in zijn lichte atelier aan zijn geometrische beelden. Deze vrij ontwikkelde beelden zijn aangekocht door gemeenten, provincies en particulieren, veel daarvan staat in de openbare ruimte zoals in Drachtstercompagnie aan de Aldewei het beeld De gelaagdheid van turf uit 1989.

120e kb 5 turf kruiwagen

Kruiwagen. Foto Rasbak, Creative Commons.

Stapeling
Rusmans beeld is abstracter dan het werk van Visser in dezelfde plaats waarop onder meer de turfjes en de Compagnonsvaart direct herkenbaar zijn (zie 117de rubriek). Rusmans werk over turf staat dichter bij de turfreeks van Terpstra in Rottevalle, maar is abstracter en strakker van vorm en bestaat uit één beeld in plaats van de vijf beelden die diverse stadia uitbeelden. In Rusmans gelaagdheid in turf is de stapeling te herkennen in drie rechthoeken. Deze drie identieke vormen zouden een stapeling turfjes kunnen zijn die na elkaar moesten worden weggestoken of opgebaggerd, maar ook de opgestapelde turven die op legakkers moeten drogen kunnen voorstellen, of turven die, op de platbodemschepen gestapeld, langs speciaal daarvoor aangelegde wijken werden vervoerden. Ze zouden zelfs de turfvelden kunnen voorstellen die diep in de aarde ontstaan.

120e kb 4 de helling stiens

Helling 2004. Groenstrook langs de toegangsweg naar woonplan De Helling, Stiens  gemeente Leeuwarderadeel. Opdrachtgever: Bouwbedrijf Lont. Foto Keunstwurk

Cirkel
De cirkel zou symbool kunnen zijn voor het wiel aan de turfkar, een lange steekwagen op één wiel waarop de gestapelde turf vervoerd werd. Door de plaatsing van de stapeling binnen de cirkel zou deze ook voor het wordingsproces van de turf kunnen staan. Het gebruik van veen als brandstof is al door de Romein Plinius de Oudere beschreven. In Naturalis Historia staat dat de Chauken van modder ballen draaiden en die als brandstof gebruikten. Toen in de middeleeuwen de brandstof hout schaarser werd, werd steeds meer turf gebruikt thuis en in de industrie. De in moerassige veengebieden afgestorven planten vormen na eeuwen een metersdikke veenlaag dat men kon wegsteken of opbaggeren

120e kb 3 IMG 2660totaal rusman

Zonder titel, rvs, symboliseert het met elkaar opgaan in krachten balans, bij sporthal Oentsjerk.  Foto Gerhild van Rooij

Een Rusman
Dat Henk Rusman al die aspecten heeft weten te vangen in een perfect uitgevoerd werk van schijnbare eenvoud met een heldere lijnvorming en groot gevoel voor compositie en landschap is bijzonder. Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door geometrie. In de gelaagdheid van turf, een grondlijn van een roestvrijstalen driehoek met gebogen hoeken en een gelijke daaruit opstijgende driehoek, als een spiegeling, met drie hardstenen platen die in grootte aflopen en diagonaal geplaatst zijn. De materialen contrasteren, maar zelfs de steen lijkt licht. Wie Rusmans werken heeft gezien, herkent ze meteen.

Drachtstercompagnie, Oentsjerk, Oudebildtzijl, Aldtsjerk© Gerhild van Rooij

Bronnen:
Keunstwurk.nl
RKD.nl
Henkrusman.nl
kunstkopeninterart.nl (monografie Henk Rusman)
Zie kunstenaar:
https://www.youtube.com/watch?v=gvK_oCkqbsY



119e kb 1 rottevalle kwurk

Feanskipfear, vijf objecten vanaf Noordkant Brouwersgrêft; op achtergrond: Drie gemeentegrenzenmonument (foto Keunstwurk)

Gerrit Terpstra maakte in 2001 een vijfdelig turfmonument voor gemeente Smallingerland. De kunstwerken staan op gras op de gedempte Brouwersgrêft, een historische locatie achter het drie gemeentegrenzenmonument in Rottevalle. Terpstra’s Feanskipfear is van glas, koper en staal. Het begint aan de Noordkant met een glasplaat die in het gras een gat in de aarde toedekt. Het turfsteken is daarmee origineel vormgegeven. De veenarbeiders en het gereedschap waarmee zij turf tevoorschijn halen, lijken onzichtbaar. Alleen het resultaat van hun werk trekt aandacht. Glas lijkt op water dat nodig is om veen te laten ontstaan. Het gat staat voor gewonnen turf, het bruine goud. Of is het gat symbool voor het verdwijnen van de turfwinning die aan de basis lag van het ontstaan van Rottevalle?

 

119e kb 2 DSC 5271 gvrb

Feanskipfear, tweede object (turf stapelen) Foto G. van Rooij

Knooppunt
Het volgende abstracte object verbeeldt gestapelde turf. Daarna komt de opslag, een bult in het gras. Een enkel wiel herinnert aan het vervoer per kar en de reeks eindigt met het skelet van een schip, ook wel turfbak genoemd. Turfschepen voeren over de ‘vaerdt’ (Brouwersgrêft). Het 'Buweklooster' nabij Droge Ham sloot een contract met de Leeuwarder Ulrich Abbes en zijn vrouw Elisabeth Godefridi. In 1577 begon men met het graven van de ‘vaerdt’ en binnen een jaar kon er turf vervoerd worden naar Leeuwarden en Dokkum. De Brouwersgrêft kruiste het riviertje 'De Lits' en toen er vanuit het westen moerassen ontgonnen werden, ontstond bij dit knooppunt Rottevalle. Daaraan herinneren ook de 'Rydwei' en 'Efterwei', waarschijnlijk de oudste toegangswegen.

119e kb 3 buweklooster

Buweklooster nabij Droge Ham (historisch)

119e kb 5 DSC 5267 gvrb

Feanskipfear, object vijf en drie (turfschip en opslag)  G. Trerpstra (foto G. van Rooij)

 

ervening
Rond Rottevalle hadden de kloosters de venen van het Buwe klooster ‘Maria’s Graf’, het Gerckes klooster ‘Jeruzalem’ en het klooster Smalle Ee ‘Smelne’ in bezit. Na de hervorming van kloostereigendommen in 1580 komen deze in handen van ‘het Landschap’, de Provincie. Landmeters brengen de bezittingen in beeld zoals te zien op kaarten van 1613-1617. Door de vervening komen er vele vaarten, nieuwe woningen en ‘turfdorpen’. Dit is zichtbaar op kaarten van Boelens (1664), Schotanus (1718) en Eekhoff (1848). Tot 1637 werd veen vooral gewonnen voor gebruik van omliggende kloosters. Uit een akte blijkt dat de definitieve verkoop door de Provincie (Landschap genoemd) aan de Compagnons in Rottevalle in 1644 plaatsvond. In een contract van 6 december 1645 is er pas sprake van de vorming van de ‘Societeit ende Compagnie’ waaraan acht compagnons deelnamen. Zij verkochten de bovengrond (het veen) aan veenbazen, de ondergrond bleef van de compagnons.

Vervoer
Terpstra’s Feanskipfear herinnert eraan dat veen richting Eastermar via de Lits werd vervoerd en richting Noorderdrachten en De Kletten via de Burmaniasloot ('Noorder Drait'). Waar de Lits en Burmaniasloot samenkwamen, werd in Het Heerenhuys Compagnonshuys de turf en veen verkocht en er werd vergaderd. Volgens contract moet veen vanaf 7 februari 1649 worden afgevoerd via de Drachtster Vaarten (Burmaniasloot). Op 19 december 1700 hebben de vaarten andere eigenaren en moet alles via Eastermar worden afgevoerd, met uitzondering van veen in de 'Folgerafeenen'. Dit 'ter voorcominge van moeilijckheeden ende proceduiren'. Na die contractherziening is de Lits oostwaarts gekanaliseerd naar de huidige Houtigehaagsterwijk en op deze route met groot verval, het (bovenste) ‘verlaat’ aangelegd. Het gebied wordt later 'Boppeste' genoemd.


119e kb 4 DSC 5275 gvrb

Feanskipfear, object drie en vier (opslag, vervoer over land)

19de eeuw
Eind 18de eeuw raken de veengronden uitgeput. Het Veencompagnonsschap van onder anderen Hector Livius van Haersma en familie Van Teyens wordt in 1808 ontbonden. De huidige Rottevalster Compagnie, voluit ‘Compagnie der vaarten en het verlaat te Rottevalle’, heeft, evenals het Veencompagnonschap op het eind, een sociale functie. De door gecommitteerden bestuurde compagnie was ontevreden over het onderhoud van bezittingen van de Veencompagnonsschap en verwierf deze, na beraad bij instanties en de kerk, op 8 juni 1813. De Compagnie liet daarop het bovenste verlaat vervangen door de 'Ald Daem'. Die dam en vele geografische namen, gebouwen en het landschap herinneren aan de turfindustrie, waarvan Terpstra’s monument heel treffend vele facetten in beeld brengt.

Rottevalle, Aldtsjerk, 2016 ©Gerhild van Rooij, www.gerhildvanrooij.nl

Bronnen
Keunstwurk.nl

smelneserfskip.nl
smallingerland.webklik.nl
Sytske Kooij-Jacobsma Dorpskerk (‘Doarpstsjerke’) te Rottevalle, augustus 201

118e kb 1 wapen smallingerland DSC 5261b

Wapen Smallingerland op drie gemeenten grenzen monument. ©Foto  auteur.

Rottevalle
Rottevalle ligt in de gemeente Smallingerland. De dorpsnaam Rottevalle, in het Fries Rottefalle, komt voor het eerst voor in een koopcontract uit het jaar 1618. Dat er toen aan de zuidkant van de Lits al enkele woningen stonden is te zien op oude kaarten van 1617. In het gehucht vormden turfwinning en scheepvaart de belangrijkste bron van inkomsten. Rottevalle kreeg langs de vaarwegen Lits en Brouwersgrêft steeds meer woningen en enkele boerderijen. Het dorp groeide ook nadat de turfwinning was gestopt en toen de vaarwegen niet meer in gebruik waren en deels gedempt.

118e kb 2 wapen 8karspelen DSC 5260b

Wapen Achtkarspelen op drie gemeentengrenzen monument © Foto auteur.

Mulderplein
De Munein (Moleneind) ligt in het verlengde van de haven en aan de Lits en is vernoemd naar de oude standaardmolen die hier vroeger stond. Midden in het dorp ligt het Muldersplein, dat is niet naar de molenaar van de voormalige molen is genoemd, maar naar de vroegere postkantoorhouder. Mulder betekende veel voor het verenigingsleven van het dorp en is ook jarenlang wethouder van Achtkarspelen geweest. Op het plein staat nu een monument dat uit drie manshoge plaquettes bestaat. Deze vormen een driehoek als van een kamerscherm, met elk segment in de richting van een voormalige grietenij, nu gemeente, waaronder die van Achtkarspelen.

118e kb 3 mulderl smland wapen DSC 5263b

Tekst op drie gemeentengrenzen monument © Foto auteur

Tekst
Op het monument staat de volgende tekst:

HET DORP ROTTEVALLE VOORHEEN
GELEGEN IN DE GEMEENTEN
ACHTKARSPELEN, SMALLINGERLAND
EN TIETJERKSTERADEEL IS OP
1 OCT. 1943 GEHEEL BIJ SMALLINGERLAND
GEVOEGD. DEZE STEEN IS GEPLAATST OP
HET PUNT WAAR DE GEMEENTEGRENZEN SAMEN KWAMEN

118e kb 4 smallingerl. schotanus

Wapen Tietsjerksteradeel op drie gemeentengrenzen monument © Foto auteur

Waterschapsverband
Tytsjerksteradiel, op het monument nog Tietjerksteradeel geschreven, heeft als hoofdplaats Burgum, tot invoering van de Friese plaatsnamen Bergum. De plaats uit de Middeleeuwen had rond 1100 al een kerk. De oude naam Berchem betekent woonplaats of heem (hem) op een hoogte of berg (berch). Het dorp Tytsjerk werd in 1392 Thiatzercka genoemd en is naamgever van de grietenij Tytsjerksteradeel, mogelijk dankzij de waterstaatkundige ligging. Toen de grietenijen tussen 1100-1300 ontstonden, was er een verbond van dorpen in waterschapsverband. Voor het droogleggen van veenmoerassen moest de afvoer van overtollige water gemeenschappelijk geregeld worden. In Tytsjerksteradiel ging het water van het lage oostelijke deel via de lage westelijke landerijen naar de Middelzee, daarbij lag Tytsjerk heel strategisch.

118e kb 5 oenk tryntsje 6256

Tryntsjemuoi, AnnetHaring © Foto auteur

Tryntsjemuoi
Er is nog een mooi verhaal over de herkomst van de naam Tytsjerk. Het is één van de zes kerkdorpen die met het dorp Wijns of Wyns vernoemd zouden zijn naar de zonen van oermoeder Trijn. Haar naam is, naar men vermoedt, afgeleid van Katarina. In het Fries heet ze Trynstje of Kaatsje muoi, stichter van de Trynwâlden, letterlijk bosgebieden van Trijntje. (Ook bekend als Thrimwalda, Drie Wouden). Zoon Tyte stichtte de nederzetting Tytsjerk, de kerk van Tiete, Tite of Tyte, de naam waaraan Tytsjerksteradiel haar naam ontleent. In Oentsjerk, het dorp van Oene, staat een daarvoor aangelegd miniplantsoen hoek Rengersweg-Heemstrasingel een bronzen beeld Tryntsje-moai en har sân soanen. Annet Haring ontwierp het in haar atelier in een boerderij in Rotterhaule.

Wapen Tystjerksteradiel en kaart
In Tytsjerksteradiel in de buurt van het Burgumer Mar zijn archeologische vondsten gedaan die wijzen op een hele oude bewoning uit de Steentijd. Er zijn stenen gebruiksvoorwerpen van rendierjagers teruggevonden en latere jager-verzamelaars van de Midden Steentijd. Zij joegen o.m. op herten en wilde varkens, visten en verzamelden vruchten en knollen. Later leefden de bevolking van vervening, visserij, veeteelt, akkerbouw en jacht. In het wapen zie je een schepnet, zeis en jachthoorn en die passen historisch gezien ook bij Rottevalle. (Rechtsboven op de Grietenijkaart Smallingerland). Bernardus Schotanus à Sterringa kreeg in 1682 opdracht van Gedeputeerde Staten van Friesland om nieuwe kaarten te maken van alle grietenijen in de provincie. Eerder had hij zijn vader Christianus Schotanus geassisteerd bij het maken van de kaarten en plattegronden in de "Beschrijvinge van de Heerlyckheydt van Frieslandt"(1664). De opdracht resulteerde in de "Friesche Atlas" uit 1698. Een tweede, verbeterde druk werd in 1718 samengesteld door François Halma, drukker voor de Friese Staten.
Rottevalle, Oentsjerk, Aldtsjerk
© Gerhild van Rooij, www.gerhildvanrooij.nl

Bronnen
Gemeente Smallingerland, Gemeente Tytsjerksteradiel,
Keunstwurk.nl, RKD.nl, Tresoar.nl (kaart)
T. Groenedijk. Nederlandse Plaatsnamen. Slingenberg Boekprodukties - Hoogeveen 2000. ISBN 9076113815