enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

roel oostra kopieRaadsvergadering
Een paar weken geleden was er een extra raadsvergadering over de Lawei kwestie. In geen jaren was ik naar zo’n bijeenkomst geweest maar het hoofdonderwerp, het Lawei débacle, sprak mij uit hoofde van mijn vroegere professie nogal aan, zodat ik de weg overstak naar het gemeentehuis. Een kwartier voor aanvang liep ik door de hal op de raadszaal toe en zag dat de publieksruimte helemaal vol zat en dat er al losse stoelen aan te pas kwamen. ‘Nocht oan ûnnocht, dat sil ‘t wêze’ zeiden onze voorvaderen dan.

Ik keek rond om een zitplaats toen de voorman van Smallingerlands Belang mij uit de brand hielp en een lege stoel versierde. Die bracht nu eens echt zorg voor oude burgers in praktijk. En nu denkt u waarschijnlijk dat ik uit de doeken zal doen hoe ik over de Laweikwestie denk en over de verantwoordelijke wethouder die de kuierlatten heeft genomen en onze burgemeester die net op tijd een andere baan had en dat een kersverse burgervader zich ‘der mar mei rêdde moast’ Nee, dat ligt helemaal niet in de planning. Ik wil het over heel iets anders hebben.

De burgemeester opende en de besprekingen gingen van start. Na een halfuurtje fluisterde een mij onbekende buurman: ‘Ferstean jo der wol wat fan?’ Ik fluisterde terug dat ik van de verstaanbaarheid ook niet onder de indruk was. Maar de besprekingen gingen verder, de raadsleden sprongen van interruptie microfoon naar interruptie microfoon en buurman bromde zo nu en dan verongelijkt. Toen deed hij een stap naar voren en klopte een, waarschijnlijk hem bekend raadslid op de schouder. Wij zaten namelijk op onze stoelen vlak achter de achterste rij raadslieden. Ze fluisterden even en buurman kwam weer naast mij zitten. ‘No, wat sei er’ vroeg ik. ‘Koe der neat oan dwaan. Der kamen faker klachten oer de lûdsintallaasje’ was het antwoord. Hij bleef nog een minuut of vijf zitten en ging toen stilletjes naar huis.

Nu meende ik dat de wethouder die het klusje toebedeeld had gekregen om het paadje van de weggelopen college schoon te vegen, in zijn begin woorden had gezegd dat het zo fijn was dat er zoveel belangstellenden op de vergadering waren afgekomen. Dat dat eigenlijk vaker moest gebeuren.

Nu beste wethouder, dat kunt u vergeten. Want mensen gaan alleen ergens naar toe als ze kunnen verstaan wat er wordt gezegd. En de verstaanbaarheid in de raadzaal is gewoon beroerd. En dat zit hem niet aan de technische installatie, dat zit hem aan de mensen die er gebruik van maken. Je kunt een microfoon wel aanzetten maar als je er dan naast gaat praten, heeft het weinig zin.
Over enige maanden zijn er verkiezingen voor de gemeenteraad. Nieuwe raadsleden zullen moeten worden ingewerkt, oude bijgeschoold. Zou het dan niet een goed idee zijn een cursusdag communicatie te organiseren? Onderwerp: Spreken in de microfoon plus de grondregels van articulatie. Want verstaanbaarheid zit niet alleen in het volume maar ook in de uitspraak.

Roel Oostra

P.S. Wedden dat er lacherig over dit voorstel wordt gedaan ? ‘Wat mient dy âld seur wol !’