enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

roel oostra kopieFatsoen
De verkiezingen staan voor de deur en we mogen over een paar dagen stemmen. Nog meer dan anders ben ik nieuwsgierig hoe’t it diskear útpakke sil. Want hoewel ik absoluut niet politiek actief ben volg ik toch graag de debatten op TV en in de krant. En zie en lees tot mijn verbazing hoeveel mensen precies weten hoe het anders moet en als ze niet hun zin krijgen, tegen elkaar gaan schreeuwen of maar weer een nieuwe partij oprichten. Zelf hoef ik niet aan de stemwijzer, elke partij heeft zijn plussen en minnen. Mijn stem gaat naar een kandidaat die, in mijn ogen, fatsoen in zijn vaandel heeft staan.


Want onze samenleving zou een stuk aangenamer zijn als gewone fatsoensregels wat meer in acht werden genomen.
Ons dorp is in de jaren dat ik hier woon uitgegroeid tot een kleine stad. Met zijn voordelen maar ook minpunten. Een paar jaar voor de oorlog werkte ik bij de toenmalige Kingma’s Bank en fietste als wisselloper een paar dagen per week bij winkeliers langs om kwitanties te innen. En dat deed Jan Hiemstra voor de Amsterdamse en Wiebe Gaaikema voor de Rotterdamse Bank. Fietsten dus wekelijks door het dorp met tassen vol geld. Het zou nu niet meer kunnen.
In mijn vorige praatje zei ik al dat we momenteel thuishulp hebben. Eén van de verpleegsters vertelde, dat ze in haar werk, zaterdag ’s avonds niet meer over het K.O. plein durfde te fietsen en er een bloedhekel aan had op de Kaden te moeten zijn. Ging dan met de auto, maar had zelfs als ze reed, de deuren op slot.

Hangjongeren, zei ze.

In mijn ogen ontbreekt in zo’n situatie het doodgewone fatsoen.Vroeger hadden we de slogan ‘een beter milieu begint bij jezelf’.Maar dat geldt ook voor fatsoen. Ook een fatsoenlijke maatschappij begint bij jezelf.

Daarom ga ik stemmen op een, in mijn ogen, fatsoenlijke kandidaat. Er zijn er natuurlijk best nog wel een aantal maar je kunt maar één vakje rood maken en deze heb ik uitgekozen.

Hij hangt op de achterkant van het grote verkiezingsbord aan het begin van onze straat. Vanuit ons huis kan ik hem recht in de ogen kijken. Nee, ik moet schrijven: ‘kon ik hem’. De regen en harde wind van een paar dagen geleden hebben gezorgd dat, omdat de onderkant van de grote affiche vast is blijven zitten en de bovenkant losgeweekt, zijn hoofd niet meer de G.B.straat inkijkt maar hij, voorover gevallen, ondersteboven hangt en de Lawei op de kop ziet staan. En zo is het al een dag of wat. Ik hoop oprecht dat het voor hem geen slecht voorteken is, maar hoe dan ook, hij kan op mij rekenen !

Roel Oostra

P.S. Net toen ik dit stukje naar de redactie zou mailen zie ik uit het raam dat er iemand met de stijfselkwast is langs geweest. Want hij hangt weer mooi rechtop en kijkt mij weer aan en het leek wel of hij even knipoogde . . .