enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Pinksterbloem doet het goed én slecht

Elke plant heeft zijn eigen verhaal! Iedereen kent de pinksterbloem, maar bijna niemand weet dat deze algemeen voorkomende plant in aantal achteruit gaat. Aan de andere kant wordt hij wel op steeds meer plekken gevonden. Planten vormen een belangrijke basis voor veel leven op aarde. Elke plantensoort heeft zijn eigen verhaal. Daarom vraagt Staatsbosbeheer in het Jaar van de Biodiversiteit aandacht voor soorten als de pinksterbloem met speciale excursies in de drie noordelijke provincies. De pinksterbloem kan op veel verschillende plekken, van wegberm tot natte bossen en strak gemaaide gazonnen, uit de voeten. Dat is zijn redding, want de aantallen zijn zoals gezegd de laatste jaren fors teruggelopen. De uitgestrekte lilagekleurde velden zoals die twintig jaar geleden nog overal te zien waren, zijn door vermesting en ontwatering nu een zeldzaamheid geworden. In wat nattere natuurgebieden zien we hem nog volop. De pinksterbloem, die tot de kruisbloemigen behoort, is belangrijk voor veel andere organismen. Zo is de plant van groot belang als voedsel voor de rupsen van het oranjetipje. Maar ook als nectarplant voor de volwassen vlinders is de pinksterbloem onmisbaar omdat er in het vroege voorjaar, als de vlinder vliegt, nog weinig andere bloeiende planten zijn. De sterke band tussen de pinksterbloem (Cardamine pratensis) en het oranjetipje (Anthogaris cardamines) komt ook tot uiting in de Latijnse naam van beide soorten. De naam pinksterbloem lijkt tegenwoordig nogal vreemd, want meestal is de plant al voor Pinksteren weer uitgebloeid. De plant bloeit door de klimaatverandering steeds vroeger in het jaar. In vroeger tijden werd de plant door mensen gegeten vanwege zijn hoge gehalte aan vitamine C. Hij diende zodoende na lange winters als medicijn tegen scheurbuik.

Ga mee naar buiten! Speciale flora-excursies, Zo heeft bijna elke plant wel een bijzonder verhaal of relatie met andere organismen. Om dit meer onder de aandacht te brengen en de belangrijke functie die planten hebben voor de biodiversiteit te benadrukken, organiseert Staatsbosbeheer in het kader van Het Jaar van de Biodiversiteit in de noordelijke provincies een aantal speciale floraexcursies.

Hemelvaartsdag, donderdag 13 mei. Dauwtrappen in de Rottige Meente. De excursie bestaat uit verschillende onderdelen: wandelen en varen met de boswachter, koffiedrinken, en na de koffie de Boktjasker van Nijetrijne bekijken met uitleg van de molenaar. Vertrek 7.00 uur vanaf de Tentepolle in Nijetrijne (Peter Stuyvesantweg 150). Kosten vijf euro. Aanmelden bij Staatsbosbeheer Jubbega (Tel. 0516-425030 op werkdagen tot 16.00 uur).
Vrijdag 28 mei, avondwandeling in het Nationaal Park Drents-Friese Wold. Vertrek 19.30 uur bij parkeerplaats Canadameer Appelscha. Kosten twee euro, volwassenen en één euro, kinderen t/m 12 jaar. Aanmelden:
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of telefonisch bij het bezoekerscentrum.

Roel Vriesema, boswachter Staatsbosbeheer

We zijn als Nederlanders een goedgeefs volkje. Sinds Open Het Dorp, u weet wel die actie van Mies Bouwman jaren geleden, kan ons imago wat dat aangaat niet meer stuk. Er hoeft zich maar een benarde situatie op de wereld aan te dienen of wij staan in de rij om onze spaarpotten leeg te storten.

Ook in het klein willen we niet kleingeestig zijn. Een snelle blik door de kranten toont het beeld van een vrijgevige natie. Het is goedertieren wat de klok slaat. De komst binnenkort van de ‘Hollandse nieuwe’ inspireert tot het organiseren van een Haringparty. Onder het motto ''haring in het land, ondernemers in de krant'' laten entrepreneurs en rotaryclubs zich met of zonder uitje wat geld uit de zak kloppen. Steevast overtreft het bedrag dat wordt opgehaald ruimschoots de verwachtingen en geeft de overhandiging van de geïmproviseerde cheque een leuk plaatje voor de lokale bladen. Het goede doel is veelal ontroerd, onder de indruk en uiteraard hartstikke blij met het bijeengelopen, gezongen, gedronken en gehapte geld.

Het goedgeefse zit niet alleen in het materiële. Ook het schenken van waardering lijkt een nieuwe trend te worden. We zijn daar wat minder goed in met elkaar; zowel aan de gevende kant als aan de ontvangende kant. Het gaat ons niet zo gemakkelijk af om een ander een complimentje te geven. Laat staan dat het ons zonder al te veel (valse) bescheidenheid lukt om te accepteren dat een ander iets goed van ons vindt. Het eerste wordt ons ingegeven door het vermoeden dat mensen die we loven voor hun goede werk ''naast hun schoenen gaan lopen''. Bij het tweede, verdenken we de ander dan van zweterige voeten met de bijbehorende odeur? Nee, het heeft te maken met onze nationale basisinstelling ''doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg''. Het enige moment dat we deze grondhouding totaal en massaal loslaten is wanneer het Nederlands elftal een paar aardige prestaties levert op een internationaal toernooi. Dan toont dit ingetogen volk zich op een uitbundige manier aan de verzamelde natie en krijgen wedstrijdregisseurs er geen genoeg van de oranjegekte in de stadions en daarbuiten in beeld te brengen. Samen met de uit alle uithoeken van het stadion gefilmde herhalingen van hoekschoppen, tackles, guitige keepers, fronsende trainers en doelpunten zie je nog maar amper iets van de wedstrijd die aan de gang is. De moeite die we hebben bij het ontvangen van een compliment zegt iets over onze volksaard.

HAH

Mijn kleinzoontje van vier, dat weet ik zeker, heeft ergens op zijn kamer een certificaat liggen van de postpeuterale opleiding Stout Zijn. Deze opleiding is hem kosteloos aangeboden door Moeder Natuur, en hij is glansrijk geslaagd. Ach ja, hij is vier. Het hoort erbij. Hij heeft inmiddels in een intensief zelfstudieprogramma ook het een en ander bijgeleerd. Bijvoorbeeld dat zijn ouders soms nogal heftig reageren als hij iets Stouts doet, maar soms ook hun schouders ophalen en glimlachend zeggen dat het allemaal niet zo erg is. Vooral dat laatste scenario is hem erg lief, en hij doet er dan ook alles aan om de zaken in zijn voordeel te sturen, wanneer hij - opzettelijk of niet - iets doet wat eigenlijk niet mag.

Zijn voornaamste beleidsinstrument daarbij is een zinnetje dat me elke keer weer met blijdschap vervult: “Dat geeft niets uit.” Staan we in de keuken pannenkoeken te bakken en hopla! daar gaat er een flinke klodder beslag op de vloer... "Dat geeft niets uit, hoor." Is hij met zijn houten treinbaantje bezig en tak! daar heeft ineens een slagboom van een overgang losgelaten... Hoe komt dat? "Ik heb er hard aan getrokken. Maar dat geeft niets uit." Het is schattig, ik kan er niets aan doen. Schattig omdat hij zo de angel uit zijn eigen stoutigheid en onbenul probeert te halen, maar natuurlijk ook door die taalconstructie - die contaminatie, een vermenging van het maakt niet uit en het geeft niets. Contaminaties als ‘dat kost duur’, ‘nachecken’ of ‘optelefoneren’ gelden standaard als fout. Terecht, lijkt me. Toch wil ik een uitzondering maken voor een bepaalde contaminatie, die in alle woordenboeken en schrijftrainingen genadeloos neergesabeld wordt: bijsluiten. De Dikke Van Dale informeert ons droogjes over bijsluiten: "contaminatie van bijvoegen en insluiten (en als zodanig af te keuren)". OK, dat klopt. Maar...wat doet dan vlak onder bijsluiten het woord bijsluiter in hetzelfde woordenboek en waarom wordt dat niet afgekeurd? Een bijsluiter is volgens de definitie een ‘ingesloten blaadje’. Waarom heet zo'n ding dan niet een ‘insluiter’? Ik begrijp de gedachtegang die leidt tot de conclusie dat bijsluiter een contaminatie is, maar ik vind het merkwaardig dat ’t ene woord officieel afgekeurd wordt terwijl een ander woord, dat ervan is afgeleid, juist weer wel door de beugel kan. Ik zal u niet aanraden om ineens vrijelijk insluiten te gaan gebruiken, want veel mensen vinden nog steeds dat dat woord stout is. Maar ik krijg wel steeds meer de neiging, als ik het weer eens in een brief of rapport zie staan, om te zeggen: “dat geeft niets uit.”

HAH