enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

roel oostra kopieWat prachtig dat er zoveel belangstelling voor de openluchtvoorstelling Pake Sytse bestaat dat er al vier extra voorstellingen zijn gepland, die ook al vol schijnen te lopen. Persoonlijk heb ik er echt zin in mijn theaterseizoen met deze voorstelling te beginnen. In het verleden heb ik eens een heel aardige opvoering van dit stuk gezien maar dit belooft een topper te worden.

Niet alleen door de romantische plek bij en om ‘it arkje fan Rink’ op de Veenhoop maar ook de bezetting, met o.a. Freark Smink , Thijs Feenstra en Gurbe Douwstra, lijkt mij ideaal. Ook de regy is bij Romke Toering in zeer vertrouwde handen. Maar ik hoef voor deze voorstelling helemaal geen reclame te maken, die loopt wel.
Voordat ik verder ga wil ik graag even uitleggen waarom Pake Roel dit niet in zijn moedertaal schrijft. Want ik weet wel zeker dat lezers die mij kennen denken: ‘wat is dit foar healwiis gedoch, wêrom skriuwt er dit stikje net gewoan yn it Frysk.’

Tja, in mijn hart kan ik die lezers geen ongelijk geven. Het slaat natuurlijk nergens op dat ik, als diepfries, in het Nederlands over een man als Rink schrijf. Maar ik weet, als ik het op de Friese toer gooi, veel mensen na de eerste regels al afhaken. Zij menen, dat het tegen hun principe is om zelfs maar te proberen te begrijpen wat er staat. En ik weet ook dat veel mensen die normaal Fries spreken helaas niet de moeite nemen hun moedertaal te leren lezen en schrijven. Vandaar.

Waar ik het met u over wil hebben is de Rink van der Velde tentoonstelling in ons museum. Staat er al een poosje maar zondag 22 augustus is de laatste dag. Er gaan, gezien de kaartverkoop, duizenden naar de voorstelling Pake Sytse. Als ik een tip mag geven loop dan één dezer dagen ook bij ons museum naar binnen. De deur staat er uitnodigend open en het is zeer de moeite waard. Bij het oeuvre van Rink hangen ook nog schilderijen van Jan Planting, er staan een paar TV toestellen waarop men Rink aan het werk kan zien. O.a. leest hij ‘It Genoegen’, één van zijn hilarische kroegverhalen voor. Want wat hie in minsk yn dy earme tiid no mear as syn genoegen. Kortom, het is een prachtig ingerichte expositie en ik haal mijn oude strijdkreet, die ik vroeger in mijn theaterrubriek van Omrop Fryslân bij speciale gelegenheden gebruikte, maar weer even uit de kast: ‘Net stinne, hinne!’

Roel Oostra

roel oostra kopieDe Hofstra’s van het Karmelklooster zijn 1 augustus weer gestart met hun zomer zondagmiddagconcerten. Zij-die-mijn-Zorgen deelt, maar, eerlijk is eerlijk, ook mijn pleziertjes zei: ‘dêr moat wy mar even hinne’. Zo gezegd, zo gedaan. Het was prachtig weer en toen wij voor de spotprijs van € 7.50 p.p. de prachtige binnentuin inliepen zaten er al enige honderden van de zigeunerklanken van de briljante musici van Frysk Czardas te genieten.

Het speet me dat ik geen camera bij me had want het was een prachtig gezicht, zoveel mensen ongedwongen rondom het orkest met de zon door de bomen. Troffen wij het Friese taalfenomeen Klaas Bruinsma. Hast dit al ris lezen Roel, vroeg hij en stopte mij een vel papier in de handen waar een drietal gedichten op stonden die pasten bij deze middag. Wegens ruimtegebrek kan ik twee coupletten kwijt en die schrijf ik, met goedvinden van Bruinsma, graag voor u over omdat ik het er roerend mee eens ben.

Jan Hofstra hat in hôf, dêr’t blomt te bloeien stiet dat nêst it fûgelliet ek oar’ akkoarden biedt.
Dêr wurde snaren fan it spylark hearlik poent
dêr wurdt it hert troch koargesang betsjoend
Kom minsken, kom nei Karmel foar dit swiet genieten hear en sjoch wat Hofstra’s hôf jim biedt.
Jan Hofstra hat gans skient m’yn ’t Karmel hûs mei sang en klang en keunsten by de rûs! Mar d’allerbêste skat dy’t kleaster yn him draacht dat is in fikse frou dy ’t elkenien behaacht.
Kom minsken, dus nei ’t lusthof fan Jan Hofstra ta dêr sill’ jim alle wille mei de Jager ha.

Nu moet ik wel even kwijt dat ik, nadat ik één en ander rustig gelezen had, helemaal niet begreep wat een jager met één en ander te maken had. Sjoch Brúnsma, zei ik, dy fikse frou dy’t elkenien behaacht, dat kin ik wol neikomme en dêr bin ik it roerend mei iens, mar wat hat in jager no yn it hôf fan de Hofstra’s te sykjen. Wist dat net, was zijn antwoord en hij keek mij aan zoals vroeger mijn wiskundeleraar mij aankeek als ik een formule weer eens niet snapte. De Jager, dat slaat op Ietsje de Jager en dat is de frou fan Jan Hofstra.

‘O sa’, zei ik onnozel, ‘dat wist ik wier net, ik siz altyd mefrou Hofstra.’ Ik heb het toch maar even opgeschreven want als u het ook niet wist, dan weet u het nu.

Roel Oostra

roel oostra kopieDe humor ligt op straat wordt vaak gezegd door beroepsgrappenmakers die als vak hebben het mensdom de zorgen van al den dag eventjes te doen vergeten. Maar soms ligt de humor ook wel eens in de slootswal. Het gebeurde een paar weken terug. En let wel, het is niet uit mijn duim gezogen maar verteld door onze zeer betrouwbare schoonzoon en zijn overbuurvrouw Alie. Dochter en haar man wonen aan de Tsjoele, een landweg aan de verre buitenkant van Gorredijk, zo’n beetje tegen de rand van Jubbega aan. Onze schoonzoon, laten wij hem Jacques noemen want zo heet hij, was op een mooie namiddag voor in de tuin bezig de heg wat te fatsoeneren, wat onkruid te trekken en waarschijnlijk floot hij vanwege het mooie weer tevreden tussen zijn tanden door, want dat kan hij goed. En, zoals gezegd, het was schitterend weer en dan is het goed toeven in dit stukje Opsterland.

Plotseling hoorde hij luid piepende remmen, een paar ‘batsen’ en zag een mens door de lucht vliegen. “Ja”, vertelde hij, “ik zag hem echt door de lucht vliegen en hoorde hem met een klap in de berm landen.” Hij draafde vanuit zijn tuin naar de weg en zag dat een geheel in leer gehulde figuur bezig was zijn motorfiets uit de bijna droge sloot te trekken. Overbuurvrouw was ook op het geluid afgekomen en ze vroegen de man bezorgd of alles goed met hem was. Maar hij reageerde nergens op en stond maar aan zijn motor te prutsen.

Alie spreekt Fries, onze schoonzoon helemaal niet, maar samen konden ze geen antwoord uit hem trekken. En de motor wilde niet verder. Toen zette de man zijn grote motorhelm af en daaronder vandaan kwam het zwarte hoofd van een, wat tegenwoordig een allochtoon heet te zijn, maar wat vroeger gewoon een neger genoemd werd. Aha, dachten zowel Jacques als Alie: een buitenlander, de man verstaat ons niet en begonnen in hun beste Engels naar zijn toestand te informeren. Maar weer kwam er geen reactie. Ook op een schoolwoordje Frans niet.

Nee, de man keek hen vriendelijk aan, trok een paar ritsen van zijn leren omhulsel open en haalde uit één of andere binnenzak een mobieltje te voorschijn. Tikte een nummer in, kreeg verbinding en zei: “Hé Hindrik, ik bin hjir krekt bûten de Gerdyk mei de motor oer de harsens gongen en kin him net wer oan de gong krije. Kinst my even ophelje?”

Roel Oostra