enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

roel oostra kopieEr is een tijd geweest, geachte lezer, lieve lezeres, dat geluid versterken bestond uit een grote toeter waardoor geschreeuwd moest worden.

Er is een tijd geweest dat de destijds beroemde Comedian Harmonists een grote hal alleen met hun stemmen  vulden.

Er is een tijd geweest dat bij recepties en partijen een enkele pianist leuk voor achtergrondmuziek zorgde zodat je ook nog eens een woordje met je tafelgenoten kon wisselen, er is een tijd geweest dat acteurs zo goed articuleerden dat ze ook op de achterste rijen prima te verstaan waren, er is een tijd geweest dat het plaatselijke harmonieorkest  vanuit een muziektent een leuk concert gaf zonder het hele dorp erbij te betrekken, er is een tijd geweest dat je gezellig op muziek van een echt orkestje een dansje kon maken en daarbij ook nog wat kon praten. Ja, ja, zo was het eens. Dat moet een zalige tijd zijn geweest.

Toen werd de geluid versterker uitgevonden. Eerst  in simpele uitvoering maar ingenieuze verbeteringen volgden (en volgen) elkaar non stop op. En het basvolume werd zwaar, zwaarder, zwaarst. Nu denkt u misschien dat ik de pest aan al die moderne uitvindingen heb. Absoluut niet, ik ben dankbaar dat ik al die onvoorstelbare toestanden van televisie, telefoon, TomTom en noem maar op, mag meemaken. Geweldig!  Ook de simpele versterker van geluid is een prachtige uitvinding.  Alleen moet die gebruikt en niet misbruikt worden. Zo is het toch met alles? Met een vliegtuig kun je schitterend  over de wereld vliegen, maar je kunt er ook bommen mee op steden gooien.

Het is maar hoe je het spul gebruikt. Het is toch van de gekke dat bijvoorbeeld bij musicals heel vaak de tekst, waar het toch om gaat, onverstaanbaar wordt door het volume van het begeleidend orkest? En niet alleen in zalen maar ook in openbare ruimtes wordt vaak veel te veel lawaai geproduceerd. Laatst zongen onze Peijesjongers op het Museumplein, aangenaam. Werden afgewisseld door een band met de ordinaire naam De Sadelrûkers, niet te harden!

Tot in het absurde heeft de regering regels gesteld ter bevordering van de volksgezondheid. Er  zijn weer een paar zogenaamde concerten, Dencity bijvoorbeeld, op het Kiryat Ono Plein aangekondigd.  Lawaai schijnt voor de politiek echter niet te behoren tot een risicofactor hoewel de schade aan het gehoor van jongeren, zoals uit onderzoeken blijkt, aanzienlijk is. De heren Schoonenberg en Oosterhof wrijven zich al vergenoegd in de handen.

Roel Oostra

roel oostra kopieKaaba

Zaten we met een paar kennissen te praten over onze goede woonplaats Drachten. Want een paar weken geleden had een of andere onverstand in de Leeuwarder Courant gezet dat Drachten zo’n lelijk ongezellig dorp was. Dat riep natuurlijk wel enige discussie op want ja, er wordt vaak vergeten dat, om maar een voorbeeld te noemen, vroeger de oude Hanzesteden bloeiden door handel en scheepvaart en daardoor een vracht aan mooie stadhuizen, gildegebouwen, stadspoorten en noem maar op aan schilderachtige pleinen en straatjes konden neerzetten, maar dat terzelfder tijd de arme bevolking van Noorder- en Suijder Dragten in de heide en het veen ploeterde om het hoofd boven water te houden. En plaggehutten zijn geen monumenten.

Toen de beide dorpjes aan elkaar groeiden krige Drachten stadich de fuotten ûnder it gat en groeide uit tot één van de grootste en mooiste plaatsen van Friesland. Zonder monumenten uit de gouden eeuw.

Ons gezelschap was het dus oneens met dat krantenstukje en begon de lof van onze woonplaats te zingen.
“Wij wonen nu op de achtste verdieping van onze flat,” zei iemand, “en als je zomers uit het raam kijkt zie je pas hoe groen Drachten is. Daar heeft onze gemeente mooi voor gezorgd.
En ’t centrum, al zou voor mij het carillon wel een paar meter hoger mogen, met de nieuwe Vaart en zo nu en dan Drachten on the beach is toch best gezellig.
Nou en kijk dan es naar het Raadhuisplein fantastisch dat de gemeente dat voor elkaar heeft gekregen
Neem de nieuwe parkeergarage, heel Friesland kan de auto daar wel in kwijt.”
Kortom we prezen uitvoerig en uitbundig ons gemeentebestuur

Jammer dat er eentje was die telkens ons enthousiaste gesprek probeerde te dwarsbomen met: “Ja, alles goed en wel maar wie heeft . . .” verder kwam hij niet want wij kapten hem telkens af.
Toch kwam hij erdoor en riep: “Maar wie heeft er dan in vredesnaam de vergunning af gegeven dat bij de Piipbrêge, een romantisch plekje waar de Vaart het centrum binnenstroomt, zo’n vreselijk grote zwarte doos wordt neergezet. Het lijkt de Kaaba in Mekka wel.”
En toen waren wij stil.

roel oostra kopieHet mooiste weer van de wereld, veel volk , leuke voorstellingen, goede bands, gezellige consumptietenten, kortom: niks mis mee. Maar waar wel weer wat mis mee was: het ongelooflijke geluidsvolume dat ’s avonds de wijde omgeving van het Kyriat Onoplein overspoelde. Daar was een aantal buurtgenoten het roerend over eens. Vrijdag ging het door tot ’s nachts kwart voor één, Zaterdag was het kwart over twaalf en Zondag, wonder boven wonder nog maar half elf.

Later, in bed, lag ik rustig te overdenken waar het gesprek met de buurtgenoten over ging. “Je kunt er wel een stukje over schrijven,” zei buurvrouw A. “Denk er niet aan,” zei ik, “vorig jaar al gedaan, wordt geen aandacht aan geschonken.” Buurman B bedacht,  op zo’n avond allemaal non stop naar gemeente of politie te bellen. Jowt neat, ’t gemeentehûs is ticht en de plysje seit dat se moarn wol even delkomme, vond een ander. Nou, dan bellen we de wethouder, die zo’n mooi stukje in het krantje schreef. Goed laat. Na twaalven, dan bellen we Lansen en Frieswijk ook  even thuis. Ja! En dan allemaal na elkaar. Dan hebben ze een tiental telefoontjes in de nacht. Zullen ze leuk vinden. Maar Zij-die-mijn-Zorgen-deelt en rotsvast in het Goede in de mens gelooft, dempte onze enthousiaste plannen met:  “Doch no net sa raar. Dy minsken dogge har bêst de jeugd wat kultureel besef by te bringen en beseffe net dat dat der mei dreunend basgeweld yn ramt wurde moat. En hja wenje net yn de Roelé-flat mar yn in oare hoeke fan Drachten, ha nearne lêst fan.”

“No, wat soest dan sizze,” zei ik, “as ik healwei ienen nachts mei myn auto by de wethâlder foar de doar stie, de ruten iepen en de radio op ’t lûdst?”

Dast dyn ferstân net hast, zei ze. Maar de anderen waren enthousiast. “Wij kunnen ook,” zei buurman A., “een aantal vuvuzela toeters kopen en dan een ritje maken bij de organisatoren langs. Met een viertal auto’s. Vier toeters in elke auto. Even stoppen, herrie maken tot de hele straat wakker is en dan naar de volgende.”

Buurman D. had nog beter idee. Hij kende een boer, in het bezit van een trekker en een platte wagen en die altijd wel voor een geintje voelde. We zetten die popgroep met de rare naam Sadelrûkers op de kar, kunnen ongelooflijk lawaai maken, en rijden dan het rijtje langs.

’t Was een berengezellige bijeenkomst dacht ik toen ik me lekker op mijn zij draaide en voor ik insliep bedacht ik nog dat wij onze plannen niet zouden uitvoeren want als keurige burgers houden wij ons aan de wettelijk gestelde geluidsnormen.

Roel Oostra