enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

roel oostra kopieHet mooiste weer van de wereld, veel volk , leuke voorstellingen, goede bands, gezellige consumptietenten, kortom: niks mis mee. Maar waar wel weer wat mis mee was: het ongelooflijke geluidsvolume dat ’s avonds de wijde omgeving van het Kyriat Onoplein overspoelde. Daar was een aantal buurtgenoten het roerend over eens. Vrijdag ging het door tot ’s nachts kwart voor één, Zaterdag was het kwart over twaalf en Zondag, wonder boven wonder nog maar half elf.

Later, in bed, lag ik rustig te overdenken waar het gesprek met de buurtgenoten over ging. “Je kunt er wel een stukje over schrijven,” zei buurvrouw A. “Denk er niet aan,” zei ik, “vorig jaar al gedaan, wordt geen aandacht aan geschonken.” Buurman B bedacht,  op zo’n avond allemaal non stop naar gemeente of politie te bellen. Jowt neat, ’t gemeentehûs is ticht en de plysje seit dat se moarn wol even delkomme, vond een ander. Nou, dan bellen we de wethouder, die zo’n mooi stukje in het krantje schreef. Goed laat. Na twaalven, dan bellen we Lansen en Frieswijk ook  even thuis. Ja! En dan allemaal na elkaar. Dan hebben ze een tiental telefoontjes in de nacht. Zullen ze leuk vinden. Maar Zij-die-mijn-Zorgen-deelt en rotsvast in het Goede in de mens gelooft, dempte onze enthousiaste plannen met:  “Doch no net sa raar. Dy minsken dogge har bêst de jeugd wat kultureel besef by te bringen en beseffe net dat dat der mei dreunend basgeweld yn ramt wurde moat. En hja wenje net yn de Roelé-flat mar yn in oare hoeke fan Drachten, ha nearne lêst fan.”

“No, wat soest dan sizze,” zei ik, “as ik healwei ienen nachts mei myn auto by de wethâlder foar de doar stie, de ruten iepen en de radio op ’t lûdst?”

Dast dyn ferstân net hast, zei ze. Maar de anderen waren enthousiast. “Wij kunnen ook,” zei buurman A., “een aantal vuvuzela toeters kopen en dan een ritje maken bij de organisatoren langs. Met een viertal auto’s. Vier toeters in elke auto. Even stoppen, herrie maken tot de hele straat wakker is en dan naar de volgende.”

Buurman D. had nog beter idee. Hij kende een boer, in het bezit van een trekker en een platte wagen en die altijd wel voor een geintje voelde. We zetten die popgroep met de rare naam Sadelrûkers op de kar, kunnen ongelooflijk lawaai maken, en rijden dan het rijtje langs.

’t Was een berengezellige bijeenkomst dacht ik toen ik me lekker op mijn zij draaide en voor ik insliep bedacht ik nog dat wij onze plannen niet zouden uitvoeren want als keurige burgers houden wij ons aan de wettelijk gestelde geluidsnormen.

Roel Oostra

roel oostra kopieDeze verzuchting van Jules de Corte zal menigeen weleens slaken. In mijn herinnering, pakweg zestig jaar geleden, was ons goede Drachten een dorp met 10.000 inwoners, bebouwd langs de doorgaande weg van Noord naar Zuid, de Drachtster- en Dwarsvaarten met een dorpskern rond dat veenkoloniale kruis.

Het culturele leven speelde zich hoofdzakelijk af in hotel De Phoenix Noorderbuurt waar achtereenvolgens Baarsma meubelen, textielbedrijf Bentex resideerden en waar nu kledingzaak H & M is gevestigd. Ook een aantal café's zoals Landman, Bolier en Vreewijk, hadden zaaltjes waar verenigingen terecht konden. Maar De Phoenix was, met een capaciteit van 180 toeschouwers en een toneel van ongeveer zes bij vijf meter het culturele hart van Drachten. Daar vonden de uitvoeringen plaats van bijvoorbeeld de toneelploegen van Volksonderwijs, Fryske Krite, premières van mijn Frysk kabaret De Spinnekop en de spaarzame beroepsvoorstellingen. Ik herinner me de in die tijd beroemde acteur Cor Ruijs die daar speelde en de toneelgroep Puck die de satirische komedie de Wijze Kater met veel succes op dat postzegel-van-een-toneeltje neerzette.

Toen, na de komst van Philips ons dorp groeide, kwam ook de wens naar een cultureel centrum naar boven. Globaal gezien kon je Drachten in die tijd verdelen in twee blokken: grauw en fien. Katholieken waren in die tijd, ook al hadden we twee kloosters, dun gezaaid. Die tegenstellingen, (ook de raad was half links, half rechts) waren nogal pittig en het was dan ook geen wonder dat halfweg de jaren vijftig twee commissies naar Den Haag togen om een hap subsidie in de wacht te slepen. De ene commissie ijverde voor een kleine schouwburg, de andere voor een Cultureel Centrum op Christelijke grondslag. Ik ben er niet bij geweest maar ik denk dat, toen ZE in Den Haag door kregen dat het om een nietig dorp in dat verre Friesland ging, meelevend glimlachten en beide commissies adviseerden eerst maar eens samen om de tafel te gaan zitten.

Op initiatief van burgemeester Thalen kwam zo rond 1957 een commissie tot stand met mensen van onderscheiden levensbeschouwing. Het bleek een gouden greep, mensen die elkaar respecteerden en, hoe verschillend ze ook dachten, met elkaar door één deur konden. Er moest een bouwplan komen en daarvoor schreef men een prijsvraag uit. Drie architecten stuurden een plan in, één ervan werd bekroond. Aan dat ontwerp hing een prijskaartje van ruim één miljoen gulden. De Stichting tot oprichting van een Cultureel Centrum in Drachten toog met dat plan naar Den Haag. Daar lachte men hartelijk! Wat moest men in dat dorp met zo'n duur gebouw. Dat kon goedkoper en de commissie kwam thuis met de boodschap, als men steun uit Den Haag wilde het niet meer mocht kosten dan achthonderdduizend gulden all in. Van die bouwsom moest tien procent uit de bevolking komen. Door verschillende acties was dat in de kortste keren voor elkaar. En geloof mij, in die jaren was tachtigduizend gulden een hoop geld. Het plan leefde dus bij de bevolking. Echter, de architect trok zijn ontwerp terug want met acht ton kon hij niet verantwoord bouwen. Nu was Leiden in last maar er kwam weldra een doorbraak toen de directeur gemeentewerken Blokland en zijn adjunct Planting een ontwerp maakten binnen de begroting. En ik verzeker u dat beide heren, alsmede alle medewerkers van de afdeling Gemeentewerken er bergen energie en vrije tijd instaken om tot een resultaat te komen waar heel onze gemeente trots op was.

Het gemeentebestuur had inmiddels in Den Haag financiële steun toegezegd gekregen: twee ton van het ministerie van Sociale Zaken en twee ton van het ministerie van O.K. en W. oftewel Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. De ruim tachtigduizend uit de bevolking was er al en de rest kwam voor rekening van de gemeente. Bouwbedrijf Gebroeders Kuipers uit Surhuisterveen nam de klus aan en tijdens de bouw ging dit praatje door Drachten: Ha jim it al heard? Der komme twa grutte haadyngongen yn. Ien foar de grauwen en ien foar de finen. Maar dat is gelukkig heel anders gelopen.

20 mei 1960 werd het Cultureel Centrum feestelijk, doch niet geheel incidentloos, geopend. Wethouder Douwstra (burgemeester Thalen was ziek) sprak een kort welkomstwoord, waarna de Commissaris van de Koningin mr. Linthorst Homans zijn openingsrede uitsprak en daarbij onder meer meedeelde dat, en nu citeer ik uit mijn hoofd: “Hij door de financiële kortzichtigheid van Den Haag een gebouw stond te openen dat bij de opening reeds te klein bleek te zijn.” Dat viel bij de op de eerste rij zittende vertegenwoordigers van de Haagse ministeries niet goed en die lieten zich per direct van de sprekerslijst schrappen, evenals hun provinciale ambtenaren.

Mevrouw Bosma uit de Wilgen kreeg een bos bloemen en een boekenbon voor het bedenken van de naam De Lawei, ik mocht, omdat ik dat jaar voorzitter was van die serviceclub, namens de Round Table een piano aanbieden en na nog een paar dankwoorden aan het bouwteam zat het gezelschap, bij wijze van spreken, binnen het half uur aan de bitterballen.

Roel Oostra

roel oostra kopieKaaba

Zaten we met een paar kennissen te praten over onze goede woonplaats Drachten. Want een paar weken geleden had een of andere onverstand in de Leeuwarder Courant gezet dat Drachten zo’n lelijk ongezellig dorp was. Dat riep natuurlijk wel enige discussie op want ja, er wordt vaak vergeten dat, om maar een voorbeeld te noemen, vroeger de oude Hanzesteden bloeiden door handel en scheepvaart en daardoor een vracht aan mooie stadhuizen, gildegebouwen, stadspoorten en noem maar op aan schilderachtige pleinen en straatjes konden neerzetten, maar dat terzelfder tijd de arme bevolking van Noorder- en Suijder Dragten in de heide en het veen ploeterde om het hoofd boven water te houden. En plaggehutten zijn geen monumenten

Toen de beide dorpjes aan elkaar groeiden krige Drachten stadich de fuotten ûnder it gat en groeide uit tot één van de grootste en mooiste plaatsen van Friesland. Zonder monumenten uit de gouden eeuw.

Ons gezelschap was het dus oneens met dat krantenstukje en begon de lof van onze woonplaats te zingen.
“Wij wonen nu op de achtste verdieping van onze flat,” zei iemand, “en als je zomers uit het raam kijkt zie je pas hoe groen Drachten is. Daar heeft onze gemeente mooi voor gezorgd.
En ’t centrum, al zou voor mij het carillon wel een paar meter hoger mogen, met de nieuwe Vaart en zo nu en dan Drachten on the beach is toch best gezellig.
Nou en kijk dan es naar het Raadhuisplein fantastisch dat de gemeente dat voor elkaar heeft gekregen
Neem de nieuwe parkeergarage, heel Friesland kan de auto daar wel in kwijt.”
Kortom we prezen uitvoerig en uitbundig ons gemeentebestuur

Jammer dat er eentje was die telkens ons enthousiaste gesprek probeerde te dwarsbomen met: “Ja, alles goed en wel maar wie heeft . . .” verder kwam hij niet want wij kapten hem telkens af.
Toch kwam hij erdoor en riep: “Maar wie heeft er dan in vredesnaam de vergunning af gegeven dat bij de Piipbrêge, een romantisch plekje waar de Vaart het centrum binnenstroomt, zo’n vreselijk grote zwarte doos wordt neergezet. Het lijkt de Kaaba in Mekka wel.”
En toen waren wij stil.

Roel Oostra