enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

roel oostra kopieKaaba

Zaten we met een paar kennissen te praten over onze goede woonplaats Drachten. Want een paar weken geleden had een of andere onverstand in de Leeuwarder Courant gezet dat Drachten zo’n lelijk ongezellig dorp was. Dat riep natuurlijk wel enige discussie op want ja, er wordt vaak vergeten dat, om maar een voorbeeld te noemen, vroeger de oude Hanzesteden bloeiden door handel en scheepvaart en daardoor een vracht aan mooie stadhuizen, gildegebouwen, stadspoorten en noem maar op aan schilderachtige pleinen en straatjes konden neerzetten, maar dat terzelfder tijd de arme bevolking van Noorder- en Suijder Dragten in de heide en het veen ploeterde om het hoofd boven water te houden. En plaggehutten zijn geen monumenten.

Toen de beide dorpjes aan elkaar groeiden krige Drachten stadich de fuotten ûnder it gat en groeide uit tot één van de grootste en mooiste plaatsen van Friesland. Zonder monumenten uit de gouden eeuw.

Ons gezelschap was het dus oneens met dat krantenstukje en begon de lof van onze woonplaats te zingen.
“Wij wonen nu op de achtste verdieping van onze flat,” zei iemand, “en als je zomers uit het raam kijkt zie je pas hoe groen Drachten is. Daar heeft onze gemeente mooi voor gezorgd.
En ’t centrum, al zou voor mij het carillon wel een paar meter hoger mogen, met de nieuwe Vaart en zo nu en dan Drachten on the beach is toch best gezellig.
Nou en kijk dan es naar het Raadhuisplein fantastisch dat de gemeente dat voor elkaar heeft gekregen
Neem de nieuwe parkeergarage, heel Friesland kan de auto daar wel in kwijt.”
Kortom we prezen uitvoerig en uitbundig ons gemeentebestuur

Jammer dat er eentje was die telkens ons enthousiaste gesprek probeerde te dwarsbomen met: “Ja, alles goed en wel maar wie heeft . . .” verder kwam hij niet want wij kapten hem telkens af.
Toch kwam hij erdoor en riep: “Maar wie heeft er dan in vredesnaam de vergunning af gegeven dat bij de Piipbrêge, een romantisch plekje waar de Vaart het centrum binnenstroomt, zo’n vreselijk grote zwarte doos wordt neergezet. Het lijkt de Kaaba in Mekka wel.”
En toen waren wij stil.