enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

roel oostra kopieDeze verzuchting van Jules de Corte zal menigeen weleens slaken. In mijn herinnering, pakweg zestig jaar geleden, was ons goede Drachten een dorp met 10.000 inwoners, bebouwd langs de doorgaande weg van Noord naar Zuid, de Drachtster- en Dwarsvaarten met een dorpskern rond dat veenkoloniale kruis.

Het culturele leven speelde zich hoofdzakelijk af in hotel De Phoenix Noorderbuurt waar achtereenvolgens Baarsma meubelen, textielbedrijf Bentex resideerden en waar nu kledingzaak H & M is gevestigd. Ook een aantal café's zoals Landman, Bolier en Vreewijk, hadden zaaltjes waar verenigingen terecht konden. Maar De Phoenix was, met een capaciteit van 180 toeschouwers en een toneel van ongeveer zes bij vijf meter het culturele hart van Drachten. Daar vonden de uitvoeringen plaats van bijvoorbeeld de toneelploegen van Volksonderwijs, Fryske Krite, premières van mijn Frysk kabaret De Spinnekop en de spaarzame beroepsvoorstellingen. Ik herinner me de in die tijd beroemde acteur Cor Ruijs die daar speelde en de toneelgroep Puck die de satirische komedie de Wijze Kater met veel succes op dat postzegel-van-een-toneeltje neerzette.

Toen, na de komst van Philips ons dorp groeide, kwam ook de wens naar een cultureel centrum naar boven. Globaal gezien kon je Drachten in die tijd verdelen in twee blokken: grauw en fien. Katholieken waren in die tijd, ook al hadden we twee kloosters, dun gezaaid. Die tegenstellingen, (ook de raad was half links, half rechts) waren nogal pittig en het was dan ook geen wonder dat halfweg de jaren vijftig twee commissies naar Den Haag togen om een hap subsidie in de wacht te slepen. De ene commissie ijverde voor een kleine schouwburg, de andere voor een Cultureel Centrum op Christelijke grondslag. Ik ben er niet bij geweest maar ik denk dat, toen ZE in Den Haag door kregen dat het om een nietig dorp in dat verre Friesland ging, meelevend glimlachten en beide commissies adviseerden eerst maar eens samen om de tafel te gaan zitten.

Op initiatief van burgemeester Thalen kwam zo rond 1957 een commissie tot stand met mensen van onderscheiden levensbeschouwing. Het bleek een gouden greep, mensen die elkaar respecteerden en, hoe verschillend ze ook dachten, met elkaar door één deur konden. Er moest een bouwplan komen en daarvoor schreef men een prijsvraag uit. Drie architecten stuurden een plan in, één ervan werd bekroond. Aan dat ontwerp hing een prijskaartje van ruim één miljoen gulden. De Stichting tot oprichting van een Cultureel Centrum in Drachten toog met dat plan naar Den Haag. Daar lachte men hartelijk! Wat moest men in dat dorp met zo'n duur gebouw. Dat kon goedkoper en de commissie kwam thuis met de boodschap, als men steun uit Den Haag wilde het niet meer mocht kosten dan achthonderdduizend gulden all in. Van die bouwsom moest tien procent uit de bevolking komen. Door verschillende acties was dat in de kortste keren voor elkaar. En geloof mij, in die jaren was tachtigduizend gulden een hoop geld. Het plan leefde dus bij de bevolking. Echter, de architect trok zijn ontwerp terug want met acht ton kon hij niet verantwoord bouwen. Nu was Leiden in last maar er kwam weldra een doorbraak toen de directeur gemeentewerken Blokland en zijn adjunct Planting een ontwerp maakten binnen de begroting. En ik verzeker u dat beide heren, alsmede alle medewerkers van de afdeling Gemeentewerken er bergen energie en vrije tijd instaken om tot een resultaat te komen waar heel onze gemeente trots op was.

Het gemeentebestuur had inmiddels in Den Haag financiële steun toegezegd gekregen: twee ton van het ministerie van Sociale Zaken en twee ton van het ministerie van O.K. en W. oftewel Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. De ruim tachtigduizend uit de bevolking was er al en de rest kwam voor rekening van de gemeente. Bouwbedrijf Gebroeders Kuipers uit Surhuisterveen nam de klus aan en tijdens de bouw ging dit praatje door Drachten: Ha jim it al heard? Der komme twa grutte haadyngongen yn. Ien foar de grauwen en ien foar de finen. Maar dat is gelukkig heel anders gelopen.

20 mei 1960 werd het Cultureel Centrum feestelijk, doch niet geheel incidentloos, geopend. Wethouder Douwstra (burgemeester Thalen was ziek) sprak een kort welkomstwoord, waarna de Commissaris van de Koningin mr. Linthorst Homans zijn openingsrede uitsprak en daarbij onder meer meedeelde dat, en nu citeer ik uit mijn hoofd: “Hij door de financiële kortzichtigheid van Den Haag een gebouw stond te openen dat bij de opening reeds te klein bleek te zijn.” Dat viel bij de op de eerste rij zittende vertegenwoordigers van de Haagse ministeries niet goed en die lieten zich per direct van de sprekerslijst schrappen, evenals hun provinciale ambtenaren.

Mevrouw Bosma uit de Wilgen kreeg een bos bloemen en een boekenbon voor het bedenken van de naam De Lawei, ik mocht, omdat ik dat jaar voorzitter was van die serviceclub, namens de Round Table een piano aanbieden en na nog een paar dankwoorden aan het bouwteam zat het gezelschap, bij wijze van spreken, binnen het half uur aan de bitterballen.

Roel Oostra