enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

roel oostra kopieHuishoudhulp
Zij-die-mijn-Zorgen-deelt zit momenteel wat in de lappenmand en dat betekent natuurlijk automatisch dat ik de aangewezen persoon ben om háár zorgen te delen. En hoewel ik dat vanzelfsprekend graag en van harte doe loop ik wel tegen de consequentie aan dat ik als hoofd van de huishouding weinig voorstel. Komt uiteraard omdat mijn generatie opgroeide in een tijdperk van man aan het werk, vrouw in de huishouding. Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik tot nu in dat patroon ben blijven hangen. Maar wordt nu met de neus op de feiten gedrukt.
Een feit is bijvoorbeeld dat je nooit klaar bent. Je bent in de huishouding nooit klaar! Neem een middag. Na de maaltijd, (wij zijn nog zo ouderwets dat we ‘s middags warm eten), de vaat aan kant, alles netjes opbergen, borden bij de borden, messen bij de messen, lepels bij de lepels enzovoort. Voldaan neervlijen in de grote stoel voor een knippertje, net onderweg naar dromenland: de deurbel! Naar de deur, aardige en zeer bespraakte heer die ons meubilair opnieuw wil bekleden. Van mijn kant geen interesse, dus terug naar de stoel. Net wat weggezakt, telefoon. Hoe giet it eink by jimme ? Dan praat je zo een kwartiertje weg. Tukje doen wil niet meer. Pak de krant. Een interessant stuk half gelezen hoor ik: Sille we in bakje thé ha? Natuurlijk, dus naar de keuken, fluitketel vullen en op gas. Duurt even. Kijk keuken in het rond of er nog wat te doen is. Nee, alles spic en span, dus maar weer naar mijn krant, twee alinea’s gelezen, doordringende fluit, naar keuken, thee opschenken, naar kamer, op lichtje. Zit net, inschenken. Uurtje verder moet er koffie worden gezet. Komt ook voor elkaar, middag is zo maar om.
Met dit verslagje wil ik alleen maar laten weten dat ik een diepe, diepe buiging maak voor alle vrouwen die jaar in jaar uit het huis op orde houden en hielden.
En nu ik het toch over vrouwen heb kan ik ook mooi een woordje kwijt over de dames van de thuiszorg. In ons lange leven hebben we tot nu deze verpleegsters nooit over de vloer gehad. Wel geregeld via TV of kranten mee gekregen dat er in de Zorgsector grote problemen zijn en dat het niet loopt zoals het eigenlijk moet. Nu, dat zal dan in de top van de organisaties zitten want met, laat ik maar zeggen, het voetvolk is niets mis. Als ik onze ervaringen met de dames van de Thuiszorg overdenk begint mijn dichtader als vanzelf te vloeien :

Hoort hoe die echtelieden, oud en krank
om hulp en steun en wat verpleging smeken,
spreid op hun bed een warme deken,
pak washandje en doktersdrank
en voeg een woord van troost erbij.
Zijn er nog wensen? Zegt het vrij!

Geen vragen dames, wij zijn zeer tevree,
zo gij ons met het washandje kunt strelen
dat kunnen wij elk aanbevelen.
Die kanjers van de Thuiszorg zijn okee.
Dus klinkt uit ons bejaardenhof
door alt en bas luid : Neat as lof!

Roel Oostra