enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Hans Roelfs januari 2016Wie zou toch de uitvinder van het vuur zijn? Volgens mij is er in de ‘ouwe oertijd’ ooit een kerel geweest die op een controleerbare manier met vuur wist om te gaan. Die kennis heeft de mensheid vervolgens nooit meer verlaten en nu zitten we met het fenomeen barbecue.

Vooral de afgelopen warme weken sloeg de geur van ontstoken houtskool me regelmatig op mijn ogen wanneer het uit belendende percelen kwam overwaaien. Binnen de groene omheining van mijn achtertuintje bemerkte ik regelmatig dat mijn buurman gevolg wenste te geven aan wat de geschiedenis blijkbaar in zijn genen heeft verankerd: met vuur spelen. De barbecue aansteken, bedoel ik dan. Het roestige kreng, door weer en wind tot een roestbak verworden, ontsiert nu al geruime tijd zijn terras. Dat er af en toe iets onbestemds wordt aangestoken, is nog tot daar aan toe. Maar met het voortduren van de zomerse weersomstandigheden, verstoort hij meer en meer onze maaltijdplanning. Bij een warme zomeravond is het lekker om buiten te eten. Regelmatig vergast hij ons dan op een petroleumachtige walm die tergend langzaam onze reukorganen binnendringt en daarmee razendsnel een einde maakt aan een genoeglijk avondje in de buitenlucht.

Barbecuen is bij uitstek een sociale gebeurtenis. Er ging de laatste tijd geen weekend voorbij of we werden uitgenodigd voor een ‘braai’ of zij hadden de tuin weer eens vol zitten met vrienden of familie. Daarom hadden we voor onze buurman een grappige barbecueschort aangeschaft, want hij moest voor zijn optreden met de vurige kolen toch ook een beetje goed gekleed gaan.

Zou ik in dubio staan of het werkelijk een man is geweest die in de oertijd het vuur uitvond, dan hoef ik alleen maar naar mijn buurman te kijken als de barbecue aangaat. De kinderlijke pret die ik bij hem bespeur, komt zo diep uit de evolutionaire wortels, dat twijfel ongegrond is. Een genetische code die bij hem net zo duidelijk te lezen is als de barcode die we op al onze producten tegenkomen. Bij regenweer verbleekt de code wat, maar onder invloed van aanhoudend zonlicht worden de streepjes goed leesbaar op zijn voorhoofd.

Gelooft u me niet, kijk dan maar eens goed om u heen. Voor die mannen met rood omrande oogjes, veroorzaakt door het houtskoolvuur, is scannen van de barbecuecode een fluitje van een cent. Wij mannen dragen allemaal een deel van de erfenis mee van het uitvinden van het vuur. Daarom staat het voor mij vast; het wiel is door een vrouw uitgevonden.

Hans Roelofs

Hans Roelfs januari 2016Een verjaardagsvisite bij zwager Jan is altijd een hoogtepunt. In zijn familie bestaat namelijk een echte cultuur van verhalen vertellen. Vooral als zijn broer Henk het op de heupen heeft valt er altijd wat te lachen. Onlangs vertelde hij het volgende: “Gerda, de vrouw van mijn buurman, is een erg bazig mens. Buurman Willem heeft niets bij haar te vertellen. Maar hij is een liefhebber van de vissport, dus als hij maar even kan zoekt hij de waterkant op. Dan is ie lekker een poosje, wat hij noemt: “los van ‘t wief.“

Op een vroege zaterdagmorgen, maakte hij aanstalten om zijn visgerei bij elkaar te zoeken en stiekempjes er op uit te gaan. Maar nu rekende hij toch buiten de waard. Zijn vrouw kreeg het in de gaten en zei: “Ik vind er niet zoveel aan om de hele dag alleen te zijn. Het wordt vandaag mooi weer, dus ik neem wel een boek mee. Niks geen gedoe, lekker rustig lezen, dat lijkt me wel.”

Bij het visstekje aangekomen zocht Gerda een mooi plaatsje aan de waterkant en vleide zich in de strandstoel. Willem pakte de visspullen bij elkaar en stapte in ‘t bootje om een eindje verder zijn geluk te beproeven. Maar het zat hem niet mee, uren turen naar de dobber, maar beet, ho maar. Zijn geheime recept van het vissen voeren mocht niet baten. Tenslotte roeide hij naar de kant om wat te drinken en een praatje met zijn vrouw te maken. Maar dat pakte verkeerd uit. “Hou nou toch je mond, ik heb een mooi boek”, zei ze snibbig. Omdat Willem toch bleef praten stapte zijn eega in het bootje en roeide de plas op om daar in alle rust het boek uit te lezen.

Plotseling kwam er een politieboot langs en voer langszij om de vispapieren te controleren. Verbouwereerd zei Gerda: “Maar ik ben helemaal niet aan het vissen, ik lees een boek, dat ziet u toch.” Maar de agent maakte toch aanstalten haar te bekeuren omdat er visattributen in de boot lagen. Hij wilde allereerst haar naam weten, waarop Gerda antwoordde: “Als u mij bekeurt, geef ik u aan voor aanranding!” Verbaasd vroeg de agent haar: “Aanranding, hoezo?” “Nou”, zei Gerda, “U kunt wel niets gedaan hebben, maar u heeft de attributen er wel voor….” De agent kon de humor er wel van inzien en ging lachend verder.

Hans Roelofs

Hans Roelfs januari 2016We brachten die regenachtige zondag grotendeels lezend door. De krant, een aantal tijdschriften doorgespit en het laatste boek uitgelezen. “Ik heb eigenlijk niet zoveel trek om te koken”, zei mijn vrouw. “Zullen we dan maar uit eten gaan?”, vroeg ik haar, “dan zijn we er gelijk even uit.” Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. “Ik heb opeens zo’n zin in paling, zou je dat nog wel ergens kunnen krijgen?”, klonk het opgewekt.

Nu herinnerde ik me het visrestaurant Op Hatsum, aan de spoorlijn net buiten Dronrijp. Een paar jaar geleden hebben we daar met onze kinderen heerlijk paling gegeten. Gauw even gebeld!! “Ja, voor vijf uur hebben we een tafeltje vrij, u bent van harte welkom”, klonk het vriendelijk aan de andere kant.

Gauw nog wat mailtjes verstuurd en daarna even op de site van dit restaurant gekeken. Dat had ik beter niet kunnen doen. Onder de rubriek ‘reacties’ werd het restaurant een paar keer enorm afgekraakt. Niets tegen mijn vrouw zeggen, dacht ik, we zien wel hoe het loopt.

Ik zal er niet over uitweiden, maar we hebben voortreffelijk gegeten. Vanaf de biscq vooraf, tot de gerookte en gebakken paling, het smaakte ouderwets lekker. Voeg daarbij de wijn, het brood, de gratinee en het verse fruit, het was in één woord heerlijk. Moraal van dit verhaal, laat u niet teveel leiden door recensie schrijvende azijnpissers die kant noch wal raken.

Hans Roelofs