enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Hans Roelfs januari 2016We brachten die regenachtige zondag grotendeels lezend door. De krant, een aantal tijdschriften doorgespit en het laatste boek uitgelezen. “Ik heb eigenlijk niet zoveel trek om te koken”, zei mijn vrouw. “Zullen we dan maar uit eten gaan?”, vroeg ik haar, “dan zijn we er gelijk even uit.” Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. “Ik heb opeens zo’n zin in paling, zou je dat nog wel ergens kunnen krijgen?”, klonk het opgewekt.

Nu herinnerde ik me het visrestaurant Op Hatsum, aan de spoorlijn net buiten Dronrijp. Een paar jaar geleden hebben we daar met onze kinderen heerlijk paling gegeten. Gauw even gebeld!! “Ja, voor vijf uur hebben we een tafeltje vrij, u bent van harte welkom”, klonk het vriendelijk aan de andere kant.

Gauw nog wat mailtjes verstuurd en daarna even op de site van dit restaurant gekeken. Dat had ik beter niet kunnen doen. Onder de rubriek ‘reacties’ werd het restaurant een paar keer enorm afgekraakt. Niets tegen mijn vrouw zeggen, dacht ik, we zien wel hoe het loopt.

Ik zal er niet over uitweiden, maar we hebben voortreffelijk gegeten. Vanaf de biscq vooraf, tot de gerookte en gebakken paling, het smaakte ouderwets lekker. Voeg daarbij de wijn, het brood, de gratinee en het verse fruit, het was in één woord heerlijk. Moraal van dit verhaal, laat u niet teveel leiden door recensie schrijvende azijnpissers die kant noch wal raken.

Hans Roelofs

Hans Roelfs januari 2016Deze dag staat muurvast in mijn geheugen gegrift. Na dagenlang artillerievuur werd het plotseling onwezenlijk stil. Het inferno van inslaande granaten had de zenuwen van een ieder die zich ophield in onze schuilkelder, danig op de proef gesteld. Hoelang deze stilte duurde kan ik me niet meer herinneren.


Opeens drong een geluid door van ronkende motoren. Tot het uiterste gespannen vroegen we ons af of dit de lang verwachte bevrijders waren. Vader kon het niet meer uithouden. Hij moest en zou zo snel mogelijk uit die benauwde, dompige kelder. Moeder was zo versuft en uitgeput van de doorstane ellende, dat ze niet bemerkte dat ik ook de kelder uit kroop. Vlak langs de huizen sloop ik vader achterna. Plotseling klonk een salvo van een mitrailleur. Stijf van schrik liet ik mij achter vader tegen een muur vallen. Niets bewoog. Minutenlang.

Opeens hoorden we het geluid van snelle voetstappen. Angstig, maar vooral nieuwsgierig keken we om de hoek van de straat. We waren nog net getuige van de gevangenneming van twee Duitse soldaten, die een soort achterhoedegevecht hadden geleverd. Tegelijkertijd stroomden  van alle kanten de Canadese soldaten door onze straten. Over de hoofdstraat rolden tanks en pantserwagens ons dorp binnen. Uit kapot geschoten huizen en hologige vensters wapperden plotseling Nederlandse vlaggen. - Wat een feest! Onderduikers, buren, familieleden, stonden elkaar op straat te knuffelen.

Na de eerste emoties, moest en zou ik naar mijn vriendjes. Zij woonden een paar straten verder. Ik was er immers altijd en ook altijd welkom. Het gezin bestond uit negen kinderen, zes jongens en drie meisjes. In mijn herinnering was ‘t er altijd gezellig, er viel van alles te beleven. Niet verwend door veel luxe waren mijn vriendjes gewend de handen uit de mouwen te steken. Zo ook de laatste dagen voor de bevrijding. Aan de overkant van hun huis was brand uitgebroken door een nevelgranaat. Tijdens een korte vuurpauze, trachtten de oudste jongens de inboedel te redden. Als negenjarig jochie hielp ik zoveel mogelijk. Liep ik in de weg? Het zal wel. De vader van mijn vriendjes maakte mij tenminste op niet mis te verstane wijze duidelijk dat ik moest ophoepelen. Terwijl ik naar huis rende begon het granaatvuur weer.

Twee dagen later, een paar uur nadat ons dorp was bevrijd rende ik naar het huis van mijn vriendjes. In de straat stonden mensen in groepjes te praten. Ze keken niet vrolijk. Geen vlaggen, de gordijnen gesloten. Terwijl ik in de kelder thuis dekking had gevonden waren de drie oudste jongens, door een voltreffer op hun zelfgebouwde schuilkelder om het leven gekomen.

Hans Roelofs

Hans Roelfs januari 2016Waarschijnlijk herkent u het verschijnsel. Zeker als u, net als ik, twee linkerhanden heeft en voor iedere reparatie of verbouwing in huis een vakman moet vragen. Maar zodra u de betreffende vakman permissie geeft tijdens uw vakantie een gootsteen te ontstoppen, een dakkapel te plaatsen of de kruipruimte te inspecteren, levert u ook alle mensenrechten in.

Had u voorafgaand aan de afspraak het idee een eigen woning te bezitten? Mis…, uw huis is werkplek geworden. Daarmee komt een einde aan alle vertrouwde bezitsverhoudingen waarop u in uw leven gesteld bent geraakt. Niets is meer zoals het was vanaf het ontijdig vroege moment dat de werkers met veel overmacht aan rumoerig gereedschap uw woning binnentreden. Om te beginnen, had u de gewoonte deuren te sluiten nadat u er door naar binnen was gegaan?

Vanaf nu zijn deuren barrières die u het beste kunt negeren door ze wagenwijd open te laten staan. Openlijk klagen of met ingehouden woede de deuren aanhoudend achter de werkkonten sluiten heeft geen zin. Het beste kunt u direct de centrale verwarming afkoppelen en een dikke fleeze trui aantrekken. Uw rol als bewoner van de werkplek degradeert in no time tot koffiezetter. Daarmee valt nog enige eer te behalen. Reken daarbij niet op het voorkomen van kringen op meubilair of het na gebruik terugzetten van de koffiemelk in de koelkast. U heeft dan weliswaar even uw nuttigheid bewezen, maar in de nieuwe machtsverhoudingen blijft u ergens onder in de pikorde zweven.

Besef dat u speelbal bent geworden van de voortgang van het werk, vanaf aanvang werktijd tot een uurtje of vier in de middag. Daarna bent u weer eventjes baas in en kunt u, dwalend langs de bouwplekken, uzelf afvragen waar al die herrie van vandaag toe geleid heeft. Conclusie is steevast: achteraf bent u nog het meest gelukkig met het feit dat als het klaar is het huis weer volledig tot uw beschikking staat. Aan dat vooruitzicht moeten de Drachtster inwoners zich de komende tijd maar vasthouden.

De eerste drie à vier jaar klussen grote bouwbedrijven aan de vaart, winkelcentrum, woongebieden, mogelijk gevolgd door een spoorwegstation. Ook bij deze vaklieden geldt dat ieder redelijk verlangen tot beperking van overlast ondergeschikt is aan het gemak en de voortgang van de werkzaamheden. Via smalle stroken en omwegen zullen we maar op een enkele manier van a naar b kunnen komen. Alle overlast komt voor rekening van de in hun regio gevangen bewoners. Maar is het klaar dan is Smallingerland weer baas in eigen huis.
Hans Roelofs