enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Hans Roelfs januari 2016Vorig jaar kocht ik het boek Oorlog en bezetting op een boekenmarkt in het Achterhoekse plaatsje Breedevoort. Het gezellige stadje is een eldorado voor de liefhebber van tweedehands boeken. Aan het boek was een CD toegevoegd met authentieke geluidsopnamen. Onlangs las ik het op een late avond, de gepopulariseerde documentaire over de Nationaal Socialistische Beweging (NSB), het Nazisme, de oorlogsjaren in Nederland, bevrijding en de eerste tijd na de oorlog.

Het bevat authentieke opnamen van Hitler, van Anton Mussert en krakerige uitzendingen van de verboden zender Radio Oranje. Maar ook redevoeringen van Goebbels, van Anton Seyss Inquart, namens de bezetter de baas van Nederland. Een heel oorlogsdrama van vijf jaar op één CD. Het is een bijzondere ervaring om naar de redevoeringen te luisteren met de kennis en ervaring van nu. Ik hoorde stuk voor stuk mensen, die met schijnbaar oprechte motieven een zaak verdedigden. Hitler kreeg het volk achter zich door te vertellen dat Duitsland als een geslagen hond uit de eerste wereldoorlog was gekomen, maar nu de borst vooruit moest steken en trots op zichzelf moest zijn (de VOC-mentaliteit, maar dan anders). Dat gaf de burger letterlijk moed. Ik hoorde Anton Mussert pleiten voor het gedachtegoed van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) en in het licht van de crisisjaren dertig kan ik in zijn redevoeringen niet veel onbetamelijks ontdekken. Hij strooide met retoriek, die afrekent met luiwammesen en profiteurs (vandaag hoor ik de PVV ook zulke dingen roepen). Daar kon je het niet mee oneens zijn.

Het is erg gemakkelijk om met de kennis en wijsheid achteraf , te zeggen dat hele volksmassa’s destijds dom en naïef waren door zich te laten inpalmen met mooie woorden. Nu we weten hoe Hitler en zijn trawanten en de NSB later volkomen ontspoorden en medeplichtig werden aan de grootste misdaad van de twintigste eeuw, is het eenvoudig om te oordelen. Ik durf eerlijk te bekennen dat ik er niet zo zeker van ben of ik destijds slim genoeg zou zijn geweest om al in een vroeg stadium te ontdekken dat Hitler en de NSB fout waren. Net zo min dat ik nu zou kunnen voorspellen of onze huidige politieke stromingen over tien jaar zullen blijken ons land naar de afgrond te leiden. Voorspellen is moeilijk, vooral als het de toekomst betreft. NSB en nazisme ontaardden in misdaad, maar dat kon men in 1935 volgens mij nog niet weten.

Hans Roelofs

Hans Roelfs januari 2016Gisteren precies vijf en zestig jaar geleden, 14 april 1945, werd Drachten bevrijd van de Duitse onderdrukker. Op diezelfde dag, wij leden nog twee dagen langer onder het oorlogsgeweld , probeerde ik als tienjarig jochie het vege lijf te redden onder het aanhoudende granaatvuur van de Canadese artillerie. Op dat moment was ik onwetend van het noodlot dat mijn drie vriendjes, Henri, Joop en Herman overkwam. Terwijl ik een veilig heenkomen zocht en naar huis rende, weggestuurd door de vader van het onafscheidelijke trio, kwamen zij om het leven, getroffen door een voltreffer. Was ik niet weggestuurd…..?

Vijf en zestig jaar later kijk ik terug op die eindfase van de bezetting, de bevrijding, de chaotische overgangsperiode. Het laatste oorlogsjaar was het jaar van suikerbietenpulp en Amerikaanse chewing gum. Het was het jaar van wraak, afrekening, wanhoop, verdriet, maar ook van energie en plannen. Na de bevrijding begonnen we aan een nieuw leven op de puinhopen van het oude. Vol idealisme, nuchter, maar ook verbijsterd. De nood steeg in die laatste maanden hoog. Januari 1945, midden in de Hongerwinter, ‘t was een van de koudste maanden in de oorlog. Bijna dagelijks klopten mensen aan, bedelend om voedsel. Dikwijls bleven zij bij ons slapen. Moeder had op zolder de strozakken klaar liggen. Wij kenden geen honger. Vader sleepte voortdurend zakken rogge, tarwe en vlees aan, verdiend met slachten van vee, getroffen door het granaatvuur of clandestien geslacht.

Er was gebrek aan alles, urenlang stonden de mensen in de rij voor een beetje groente, af en toe kwam er nog water uit de kraan, de gasfabriek stopte wegens gebrek aan cokes. We hadden geen zeep en schoonmaakmiddelen meer, we vervuilden. Hier en daar zette moeder een oliedrijvertje op tafel met een kort kaarslontje, of een stinkende carbidlamp. Je kon elkaar dan tenminste zien, maar dat was dan ook alles. Ons huis, werd tweemaal door een blindganger (niet ontplofte) granaat getroffen. Met een gat in muur en dak viel de schade mee. Oost Europeanen in Duitse dienst maakten met plunderingen de omgeving onveilig. Wennen aan een normale maatschappij, viel tegen want we waren als jeugd volkomen verwilderd.

Tijdens de oorlog waren we gewend alles te roven wat maar voor handen kwam. Uit de veldkeukens van het Duitse leger pikten we broden en Duitse worst. Autobanden jatten we uit de fourageerdepots. Ik begrijp heden ten dage nog steeds niet waar ik toen de moed vandaan haalde. Uit de naburige bossen hakten we bomen, om de kachel te kunnen stoken. Dit ondanks het strenge verbod van de Duitse Ortskommandant. 17 september 1944 tijdens de luchtlandingen te Arnhem begon voor mij de Tweede Wereldoorlog. Wie zo’n periode intens heeft meegemaakt, kan er maar niet van los komen.

Hans Roelofs

Hans Roelfs januari 2016Op die mooie heldere zondagmorgen, we zitten nauwelijks een kwartier in de kerk, beginnen de sirenes te loeien. Onrustig zit het kerkvolk in de kerkbanken te schuifelen. Hoewel het luchtalarm na een kwartier wordt afgeblazen vindt de priester het toch beter, de kerkdienst in te korten en de mensen na een kort bemoedigend woord naar huis te sturen.

Thuisgekomen, ondertussen een half uur later, weer luchtalarm. Dit keer is het menens en breekt de hel los. Het ene jachtvliegtuig na de andere duikt naar beneden en neemt alles onder vuur wat maar enigszins beweegt. Het gedonder van het afweergeschut is oorverdovend en een hagel van granaatscherven daalt neer op de daken. “Er zijn parachutisten geland”, wordt geroepen.

De geallieerden bevrijdden veertien dagen geleden Brussel en kwamen steeds dichterbij de Nederlandse grens. Vliegveld Deelen is 3 september gebombardeerd met tijdbommen. De hele avond is het gedreun der exploderende bommen niet van de lucht. Elkaar tegensprekende berichten en de stroom vluchtende Duitse soldaten en NSB-ers, die in de meest wonderlijke voertuigen richting Duitse grens trekken, wekten de verwachting dat we binnen een paar dagen zouden worden bevrijd. Doch na een paar dagen verschenen er weer geregelde Duitse troepen met kanonnen en tanks, op doortocht richting het westen.

De volgende dag horen we van mensen die in panische angst Arnhem zijn ontvlucht, dat er in de stad zwaar wordt gevochten. Weer luchtalarm, op een groot aantal plaatsen vallen bommen en het luchtafweergeschut is praktisch uitgeschakeld. Veel panden staan in brand maar er is geen water om te blussen. Ook de stroom is uitgevallen. Regelmatig passeren er Rode Kruiswagens met menselijke figuren weggestopt onder dekens, er zijn veel doden en gewonden.

Als het een poosje rustig is horen we roepen: “Kijk daarginds, veel parachutes.“ Snel ren ik naar boven en kruip via het dakraam het dak op. Inderdaad zie ik in de verte talloze vliegtuigen waaruit rijen parachutisten springen. Vader hoort mijn opgewonden geroep en woedend sommeert hij mij naar beneden te komen. Als de avond valt hangt er een rode gloed boven Arnhem.

We maken een noodverlichting met een olielampje. “De Engelsen hebben de brug bij Arnhem in handen”, zegt men. “Via de telefoon is al met de bevrijders gesproken. Nu zullen we weldra bevrijd zijn.” Wat een misrekening, het zou nog een halfjaar duren voor de Duitsers verslagen waren.

Hans Roelofs