enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Hans Roelfs januari 2016Als Bert Maalderink in het sportjournaal begint te zeveren over welke spelers op de training een hesje krijgen, ga ik naar de keuken, koffie zetten. Wat een kinderachtig gedoe. Als Bert helemaal klaar is zien ze me wel weer. Dat gezeur met die drammerige vragen aan de bondscoach. Zelf lijkt hij die vragen heel kritisch te vinden, maar ik vind ze oubollig, slaapverwekkend en hopeloos ingewikkeld. In elk geval niet kritisch. Blind kijkt Maalderink aan met een gezicht wat moet ik hierop antwoorden. Bert is nooit tevreden met die antwoorden want hij zeurt graag nog even door. Het is een soort spelletje geworden waarbij Bert zichzelf bloedserieus neemt. Hij is bijna belangrijker dan de bondscoach.

Inmiddels zijn er in mijn familiekring twee kampen. De Bert fans en de Maalderink haters. Ik hoor bij geen van beide groepen. Maar ondertussen hebben een aantal spelers en de bondscoach er wel genoeg van. Zij zien de vragen al van ver aankomen en antwoorden op bijna medelijdende toon. Indertijd ging er een filmpje over het internet waarop perschef Jansma en de toenmalige bondscoach Van Basten hun ongezouten mening gaven over de sterverslaggever. Omdat de microfoon openstond, kon Bert horen wat er gezegd werd. Door een lekkende NOS’er belandde het op het net.

Tegenstanders linkten het naar elkaar, zo ook deden de fans. Er zijn mensen die hem prachtig vinden, hem waarderen omdat hij niet met alle winden meewaait. Zij vinden hem zelfs een verademing. Voor hen bestaat de rest van de pers uit saaie meelopers. Of Bert als studiosport interviewer moet blijven is volgens mij geen vraag. Hij blijft gewoon en ik denk nog heel lang. En eigenlijk is dat zo slecht nog niet, want zo kan hij uitgroeien tot een absolute vijand van het Nederlands elftal. En dat is prachtig. Het is goed voor de groep om met zijn allen één persoon een vervelende klier te vinden. En het mooie is: Bert vindt dat volgens mij wel leuk. Bert vindt zichzelf minstens zo belangrijk als Blind, dus hij heeft wel vrede met zijn klierige bestaan. Zijn werk blijft niet onopgemerkt.

Maar goed: Bert blijft en zeurt maar door. Het elftal gaat er misschien beter door spelen. En dan? Nederland neemt dan misschien weer deel aan het wereldkampioenschap en haalt misschien de finale? Dan wordt zo misschien een traditie in ere hersteld. Het elftal pakt Bert Maalderink bij kop en kont en kwakken hem in het zwembad.

Hans Roelofs

Hans Roelfs januari 2016Vorig jaar kocht ik het boek Oorlog en bezetting op een boekenmarkt in het Achterhoekse plaatsje Breedevoort. Het gezellige stadje is een eldorado voor de liefhebber van tweedehands boeken. Aan het boek was een CD toegevoegd met authentieke geluidsopnamen. Onlangs las ik het op een late avond, de gepopulariseerde documentaire over de Nationaal Socialistische Beweging (NSB), het Nazisme, de oorlogsjaren in Nederland, bevrijding en de eerste tijd na de oorlog.

Het bevat authentieke opnamen van Hitler, van Anton Mussert en krakerige uitzendingen van de verboden zender Radio Oranje. Maar ook redevoeringen van Goebbels, van Anton Seyss Inquart, namens de bezetter de baas van Nederland. Een heel oorlogsdrama van vijf jaar op één CD. Het is een bijzondere ervaring om naar de redevoeringen te luisteren met de kennis en ervaring van nu. Ik hoorde stuk voor stuk mensen, die met schijnbaar oprechte motieven een zaak verdedigden. Hitler kreeg het volk achter zich door te vertellen dat Duitsland als een geslagen hond uit de eerste wereldoorlog was gekomen, maar nu de borst vooruit moest steken en trots op zichzelf moest zijn (de VOC-mentaliteit, maar dan anders). Dat gaf de burger letterlijk moed. Ik hoorde Anton Mussert pleiten voor het gedachtegoed van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) en in het licht van de crisisjaren dertig kan ik in zijn redevoeringen niet veel onbetamelijks ontdekken. Hij strooide met retoriek, die afrekent met luiwammesen en profiteurs (vandaag hoor ik de PVV ook zulke dingen roepen). Daar kon je het niet mee oneens zijn.

Het is erg gemakkelijk om met de kennis en wijsheid achteraf , te zeggen dat hele volksmassa’s destijds dom en naïef waren door zich te laten inpalmen met mooie woorden. Nu we weten hoe Hitler en zijn trawanten en de NSB later volkomen ontspoorden en medeplichtig werden aan de grootste misdaad van de twintigste eeuw, is het eenvoudig om te oordelen. Ik durf eerlijk te bekennen dat ik er niet zo zeker van ben of ik destijds slim genoeg zou zijn geweest om al in een vroeg stadium te ontdekken dat Hitler en de NSB fout waren. Net zo min dat ik nu zou kunnen voorspellen of onze huidige politieke stromingen over tien jaar zullen blijken ons land naar de afgrond te leiden. Voorspellen is moeilijk, vooral als het de toekomst betreft. NSB en nazisme ontaardden in misdaad, maar dat kon men in 1935 volgens mij nog niet weten.

Hans Roelofs

Hans Roelfs januari 2016Gisteren precies vijf en zestig jaar geleden, 14 april 1945, werd Drachten bevrijd van de Duitse onderdrukker. Op diezelfde dag, wij leden nog twee dagen langer onder het oorlogsgeweld , probeerde ik als tienjarig jochie het vege lijf te redden onder het aanhoudende granaatvuur van de Canadese artillerie. Op dat moment was ik onwetend van het noodlot dat mijn drie vriendjes, Henri, Joop en Herman overkwam. Terwijl ik een veilig heenkomen zocht en naar huis rende, weggestuurd door de vader van het onafscheidelijke trio, kwamen zij om het leven, getroffen door een voltreffer. Was ik niet weggestuurd…..?

Vijf en zestig jaar later kijk ik terug op die eindfase van de bezetting, de bevrijding, de chaotische overgangsperiode. Het laatste oorlogsjaar was het jaar van suikerbietenpulp en Amerikaanse chewing gum. Het was het jaar van wraak, afrekening, wanhoop, verdriet, maar ook van energie en plannen. Na de bevrijding begonnen we aan een nieuw leven op de puinhopen van het oude. Vol idealisme, nuchter, maar ook verbijsterd. De nood steeg in die laatste maanden hoog. Januari 1945, midden in de Hongerwinter, ‘t was een van de koudste maanden in de oorlog. Bijna dagelijks klopten mensen aan, bedelend om voedsel. Dikwijls bleven zij bij ons slapen. Moeder had op zolder de strozakken klaar liggen. Wij kenden geen honger. Vader sleepte voortdurend zakken rogge, tarwe en vlees aan, verdiend met slachten van vee, getroffen door het granaatvuur of clandestien geslacht.

Er was gebrek aan alles, urenlang stonden de mensen in de rij voor een beetje groente, af en toe kwam er nog water uit de kraan, de gasfabriek stopte wegens gebrek aan cokes. We hadden geen zeep en schoonmaakmiddelen meer, we vervuilden. Hier en daar zette moeder een oliedrijvertje op tafel met een kort kaarslontje, of een stinkende carbidlamp. Je kon elkaar dan tenminste zien, maar dat was dan ook alles. Ons huis, werd tweemaal door een blindganger (niet ontplofte) granaat getroffen. Met een gat in muur en dak viel de schade mee. Oost Europeanen in Duitse dienst maakten met plunderingen de omgeving onveilig. Wennen aan een normale maatschappij, viel tegen want we waren als jeugd volkomen verwilderd.

Tijdens de oorlog waren we gewend alles te roven wat maar voor handen kwam. Uit de veldkeukens van het Duitse leger pikten we broden en Duitse worst. Autobanden jatten we uit de fourageerdepots. Ik begrijp heden ten dage nog steeds niet waar ik toen de moed vandaan haalde. Uit de naburige bossen hakten we bomen, om de kachel te kunnen stoken. Dit ondanks het strenge verbod van de Duitse Ortskommandant. 17 september 1944 tijdens de luchtlandingen te Arnhem begon voor mij de Tweede Wereldoorlog. Wie zo’n periode intens heeft meegemaakt, kan er maar niet van los komen.

Hans Roelofs