enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

In het centrum van Drachten zijn, ik weet bij nadering niet hoeveel, allerlei zaken gevestigd. Zij hebben welbewust hun winkel gevestigd in de omgeving van andere winkels en niet op de prairie. Veel winkels bij elkaar kunnen namelijk een grote aantrekkingskracht hebben op de consument. Winkelen in een dorp, (of is Drachten een stad?), is efficiënt en gezellig.

In 1920 hebben zakenmensen besloten samen te werken en richtten de Vereniging van Handelaren en Industriëlen op, die zich ook bezig hield met winkeliersbelangen. Hoofddoel: samenwerking om het de consument naar de zin te maken. Sterker: zij moeten de consument verleiden om inkopen te doen in Drachten en niet in omliggende plaatsen.

Hans Roelfs januari 2016Persoonlijk zie ik Drachten als één groot openlucht warenhuis. Van een vereniging als H & I verwacht ik dat die het publiek binnenlokt en zorgt dat het de consument aan niets ontbreekt op het gebied van parkeren, comfort en gezelligheid. Pas als de consumenten eenmaal in Drachten zijn beland, kunnen ze klant worden van individuele winkels. Winkeliers kunnen dus niet zonder een handelsvereniging. Zo simpel is dat volgens mij. De vereniging H & I in Drachten zet zich in voor promotie-activiteiten, bijvoorbeeld feestverlichting in het winkelhart Drachten, geen overbodige luxe nu het centrum gedeeltelijk overhoop ligt. Daarvoor is natuurlijk geld nodig. Welnu, daar begint de ellende.

Een aantal winkels, meestal filialen van ketenbedrijven, heeft redenen zich niet aan te sluiten bij de club. Dat is ieders goed recht, maar leidt tot irritatie bij leden die wél hun financiële steentje bijdragen aan ons dorp. En die irritatie kan weer leiden tot opzeggingen van leden met de woorden: waarom zou ik wel betalen en zij niet? Die discussie is van alle tijden en van alle dorpen. In Drachten hoor ik ook van middenstanders zulke verhalen, zodat straks té weinig bedrijven moeten opdraaien voor de hoge kosten. Het is altijd weer hetzelfde liedje, hier komt nooit een einde aan, vrees ik. Zeker doordat veel grootwinkelbedrijven een lange neus maken en domweg niet meebetalen. Ik pleit daarom voor een promotiefonds Winkelen in Drachten. De gemeente, als belanghebbende bij een gezonde lokale economie, gaat dat fonds vullen met geld. Dat geld incasseert men bij alle winkelbedrijven binnen het centrumgebied in de vorm van een verplichte promotieheffing volgens een bepaalde verdeelsleutel. Het fonds wordt beheerd door het bestuur van de vereniging H & I. De hoofdelijke bijdrage kan dan behoorlijk omlaag, omdat iedereen meebetaalt. De irritatie verdwijnt, de solidariteit verschijnt en….de feestverlichting zal in het warenhuis Drachten stralen!

Hans Roelofs

Hans Roelfs januari 2016Wij hebben een voornaam en een achternaam en dat vinden we de normaalste zaak van de wereld. Toch is dat niet altijd zo geweest. Nou ja, wel voor jou en mij, maar niet voor de overgrootouders van onze grootouders. Je kent misschien wel het verhaal dat het allemaal de schuld is van Napoleon. We hadden hierin Nederland, zo gaat deze versie, allemaal geen achternaam tot die eigengemaakte keizer hier huishield en ons verplichtte om er een te kiezen. Helemaal bezijden de waarheid is dit niet, maar het ligt wel iets genuanceerder.

Aan het begin van de negentiende eeuw – want daar hebben we het over – hadden de meeste inwoners van wat we nu Nederland noemen wel degelijk een achternaam. Dat was soms een familienaam, maar soms ook een patroniem. Daarbij wordt de achternaam gevormd uit de naam van je vader. Als je vader Roelof heet en jij Johan, dan ben jij dus Johan Roelofsz (kort voor Roelofszoon). Mensen werden ook benoemd op basis van hun beroep of bijnaam. Je was dan Teun de Boer of Henk Timmerman. Maar een naam ook men ontlenen aan de plek waar je vandaan kwam, zeker als je was gemigreerd naar een andere woonplaats. Denk dan aan namen als Van Apeldoorn.

Wat er veranderde in de napoleontische tijd is de invoering van de Burgerlijke Stand. Om precies te zijn, voor Nederland: in 1811. Toen werden al die benamingen voor het eerst opgetekend in een officieel register. En sindsdien zijn ze dus ook maar bitter weinig veranderd. Als Teun de Boer een zoon kreeg die schilder werd, dan heette die toch nog De Boer. En andersom. Dit levert allerlei leuke kronkels op. Na een beetje snuffelen op internet vond ik een huisarts die Portier heet, een tandarts die Advocaat heet en een advocaat met de naam Brouwer. En er is natuurlijk ook nog een wat bekendere Advocaat, maar die is voetbalcoach.

Er zijn natuurlijk allerlei andere opmerkelijke combinaties van achternaam en beroep. Denk aan de man die jarenlang geregeld op tv kwam als voorzitter van de Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers, Benno Baksteen. Zie dan maar eens een glimlach te onderdrukken. Of aan Emiel Aardewerk, die bij ‘Tussen Kunst & Kitsch’ zijn deskundige licht laat schijnen op, juist ja, zilverwerk. En ten slotte is er een bekende Britse gynaecoloog met de naam John Studd (dekhengst/sexueel actieve man). Gniffel, gniffel. Zoiets verzin je niet.

Hans Roelofs

Hans Roelfs januari 2016Mijn vader was een vechter. Dat hij al op zeer jeugdige leeftijd in zijn eigen onderhoud moest voorzien heeft daar alles mee te maken, denk ik. Zoals een olifant zijn kudde beschermt, is er wellicht het sterkste beeld voor. Geen gevaarlijker dier dan een olifant die zijn nakomelingen bedreigd ziet. Dat diepe oergevoel dat vaderschap heet en het onvoorwaardelijke beschermen van de eigen kroost. Nu ik zelf op leeftijd ben vind ik het prachtig om er op terug te kijken.

Toch zijn er ook vaders die wat mij betreft hun beschermgedrag wat voorwaardelijker mogen koppelen aan het gedrag van hun lievelingetjes. Er lopen wat onuitstaanbare klieren van kinderen rond, die dat hoofdzakelijk zijn geworden en blijven omdat hun vader alles kritiekloos toestaat. Dat gevoel bekroop me ook een beetje rond het subsidiebeleid van de gemeente Smallingerland. Het als een donderslag bij heldere hemel aankondigen van een subsidiestop voor de Pluskrant is een barbaarse daad. Degene die hiervoor verantwoordelijk is, geniet inmiddels van zijn pensioen. Wat mij betreft, kan zo’n man zich aanmelden voor een sessie geheugentraining. Het zou toch van enig karakter getuigen als je de Pluskrantredactie persoonlijk op de hoogte brengt van het aanstaande bankroet van het nieuws voor ouderen. Te meer omdat hij zich de beloften, gedaan aan de redactie, zou moeten herinneren. Tijdens dit gesprek waren er zo weinig vuiltjes aan de lucht dat de redactie de moed kreeg om nog iets meer subsidie aan te vragen. Vervolgens kregen we een aantal lieve reacties uit de seniorenwereld.

De financiële oppepper die de Pluskrant van de gemeente hoopte te krijgen door de constante toename van het aantal lezers, is nu de grond ingeboord. De knip sluiten is blijkbaar de Smallingerlandse Maat, die volgens de nieuwe wethouder de komende tijd moet heersen in zijn ondermaanse. In alle publiciteit komen zaken naar buiten waar je je als Pluskrant, na bijna een kwart eeuw nieuwsgaring voor senioren, over kunt verbazen. Het Drachtstervaartproject, tot halverwege centrum Drachten en jaren geleden door de Pluskrant bestempeld als een onzinnig project, ligt op zijn gat. Voor het megalomane cultuurproject rondom schouwburg, muziekschool, Iduna en bibliotheek, heeft diezelfde Pluskrant sympathieke en goedkopere oplossingen aangedragen. Het gedoe rondom het Raadhuisplein is ook weer zo'n fraai voorbeeld hoe de gemeente Smallingerland omspringt met haar financiën. Na jarenlang overleg wordt ineens besloten de aan- en afritten naar de parkeergarage te veranderen. Ruim vier miljoen extra!! Anderhalve ton uittrekken voor het bekladden van het Moleneind en de omgeving van De Lawei, heet bij mij thuis gewoon ''slordig omgaan met dure centjes''. Een half promille van dit bedrag voor de Pluskrant blijkt dan onmogelijk.

Hans Roelofs