enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Hans Roelfs januari 2016Een verjaardagsvisite bij zwager Jan is altijd een hoogtepunt. In zijn familie bestaat namelijk een echte cultuur van verhalen vertellen. Vooral als zijn broer Henk het op de heupen heeft valt er altijd wat te lachen. Onlangs vertelde hij het volgende: “Gerda, de vrouw van mijn buurman, is een erg bazig mens. Buurman Willem heeft niets bij haar te vertellen. Maar hij is een liefhebber van de vissport, dus als hij maar even kan zoekt hij de waterkant op. Dan is ie lekker een poosje, wat hij noemt: “los van ‘t wief.“

Op een vroege zaterdagmorgen, maakte hij aanstalten om zijn visgerei bij elkaar te zoeken en stiekempjes er op uit te gaan. Maar nu rekende hij toch buiten de waard. Zijn vrouw kreeg het in de gaten en zei: “Ik vind er niet zoveel aan om de hele dag alleen te zijn. Het wordt vandaag mooi weer, dus ik neem wel een boek mee. Niks geen gedoe, lekker rustig lezen, dat lijkt me wel.”

Bij het visstekje aangekomen zocht Gerda een mooi plaatsje aan de waterkant en vleide zich in de strandstoel. Willem pakte de visspullen bij elkaar en stapte in ‘t bootje om een eindje verder zijn geluk te beproeven. Maar het zat hem niet mee, uren turen naar de dobber, maar beet, ho maar. Zijn geheime recept van het vissen voeren mocht niet baten. Tenslotte roeide hij naar de kant om wat te drinken en een praatje met zijn vrouw te maken. Maar dat pakte verkeerd uit. “Hou nou toch je mond, ik heb een mooi boek”, zei ze snibbig. Omdat Willem toch bleef praten stapte zijn eega in het bootje en roeide de plas op om daar in alle rust het boek uit te lezen.

Plotseling kwam er een politieboot langs en voer langszij om de vispapieren te controleren. Verbouwereerd zei Gerda: “Maar ik ben helemaal niet aan het vissen, ik lees een boek, dat ziet u toch.” Maar de agent maakte toch aanstalten haar te bekeuren omdat er visattributen in de boot lagen. Hij wilde allereerst haar naam weten, waarop Gerda antwoordde: “Als u mij bekeurt, geef ik u aan voor aanranding!” Verbaasd vroeg de agent haar: “Aanranding, hoezo?” “Nou”, zei Gerda, “U kunt wel niets gedaan hebben, maar u heeft de attributen er wel voor….” De agent kon de humor er wel van inzien en ging lachend verder.

Hans Roelofs