enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Hans Roelfs januari 2016Deze dag staat muurvast in mijn geheugen gegrift. Na dagenlang artillerievuur werd het plotseling onwezenlijk stil. Het inferno van inslaande granaten had de zenuwen van een ieder die zich ophield in onze schuilkelder, danig op de proef gesteld. Hoelang deze stilte duurde kan ik me niet meer herinneren.


Opeens drong een geluid door van ronkende motoren. Tot het uiterste gespannen vroegen we ons af of dit de lang verwachte bevrijders waren. Vader kon het niet meer uithouden. Hij moest en zou zo snel mogelijk uit die benauwde, dompige kelder. Moeder was zo versuft en uitgeput van de doorstane ellende, dat ze niet bemerkte dat ik ook de kelder uit kroop. Vlak langs de huizen sloop ik vader achterna. Plotseling klonk een salvo van een mitrailleur. Stijf van schrik liet ik mij achter vader tegen een muur vallen. Niets bewoog. Minutenlang.

Opeens hoorden we het geluid van snelle voetstappen. Angstig, maar vooral nieuwsgierig keken we om de hoek van de straat. We waren nog net getuige van de gevangenneming van twee Duitse soldaten, die een soort achterhoedegevecht hadden geleverd. Tegelijkertijd stroomden  van alle kanten de Canadese soldaten door onze straten. Over de hoofdstraat rolden tanks en pantserwagens ons dorp binnen. Uit kapot geschoten huizen en hologige vensters wapperden plotseling Nederlandse vlaggen. - Wat een feest! Onderduikers, buren, familieleden, stonden elkaar op straat te knuffelen.

Na de eerste emoties, moest en zou ik naar mijn vriendjes. Zij woonden een paar straten verder. Ik was er immers altijd en ook altijd welkom. Het gezin bestond uit negen kinderen, zes jongens en drie meisjes. In mijn herinnering was ‘t er altijd gezellig, er viel van alles te beleven. Niet verwend door veel luxe waren mijn vriendjes gewend de handen uit de mouwen te steken. Zo ook de laatste dagen voor de bevrijding. Aan de overkant van hun huis was brand uitgebroken door een nevelgranaat. Tijdens een korte vuurpauze, trachtten de oudste jongens de inboedel te redden. Als negenjarig jochie hielp ik zoveel mogelijk. Liep ik in de weg? Het zal wel. De vader van mijn vriendjes maakte mij tenminste op niet mis te verstane wijze duidelijk dat ik moest ophoepelen. Terwijl ik naar huis rende begon het granaatvuur weer.

Twee dagen later, een paar uur nadat ons dorp was bevrijd rende ik naar het huis van mijn vriendjes. In de straat stonden mensen in groepjes te praten. Ze keken niet vrolijk. Geen vlaggen, de gordijnen gesloten. Terwijl ik in de kelder thuis dekking had gevonden waren de drie oudste jongens, door een voltreffer op hun zelfgebouwde schuilkelder om het leven gekomen.

Hans Roelofs