enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Na de zomer, wanneer iedereen platzak is door vakanties, opnieuw naar school gaande kinderen, begint het seizoen van de collectes. Minimaal één keer per week komt er wel een vriendelijk iemand, liefst tijdens de warme maaltijd, aan de deur. Vaak een keurige mevrouw die haar best doet voor de zielige medemens, onderzoek naar kwalen of in de knel geraakte minderheden.

Altijd krijgt ze iets, al was het alleen als beloning voor de moeite. De gemeente verleent een vergunning en het plaatselijke blaadje publiceert soms  de door vrijwilligers bijeen gebedelde opbrengst.

Hans Roelfs januari 2016Een goede vriend, hij collecteert al ruim tien jaar voor het Kankerfonds, vertelde mij het volgende: “De opbrengst  per uur is gering en beneden het niveau van een werkende scholier. De grootte van de bussen is toegenomen maar de animo verminderd. Altijd nam ik één van mijn kinderen mee, totdat ze zichzelf te groot en te oud vonden om als een zwerver met Pa langs de deuren te gaan. Met een kind werkte goed; thuis eerst wat kleingeld in de lege bus voor wat geluid en daar gingen we; je kon onderweg lol trappen, ongestraft keihard aanbellen, je sprak de buren nog eens en je kon ze samen inschalen op beleefdheid en zuinigheid.

Mensen die niet thuis waren konden rekenen op een nieuw bezoekje; niemand ontkwam.” Ondanks zijn bekendheid in de buurt werd de ontvangst allengs gereserveerder, bij sommigen zelfs onvriendelijk. Kwam dat door collectemoeheid, egoïsme, geldgebrek of graaiende bestuurders.  Hij wist het niet. Talloze smoezen heeft hij in de loop der jaren moeten aanhoren: “Ik maak wel wat over, ze zijn al geweest, ik heb alleen groot geld, ik geef nooit, geen belang bij, de acceptgiro net gepost, mijn man/vrouw geeft altijd, ik heb net kinderpostzegels gekocht…..” 

Werd er niet open gedaan keek mijn vriend brutaal naar binnen of ze zich verstopt hadden. “Oh we hebben veel gelachen om mensen achter gordijnen of achter de bank”, vertelde hij vrolijk tijdens de verjaardagsborrel. Ik begrijp best dat de animo voor collectes is afgenomen door zichzelf verrijkende bestuurders; maar ik begrijp niet dat men liever kijkt naar die populaire stompzinnige en voor randdebielen gemaakte goede doelen TV-programma’s. En ik weet heus wel dat een bijdrage geen verplichting is, maar komt er iemand aan de deur, kan men hem  toch wel fatsoenlijk te woord staan? De lol is er voor hem in ieder geval af. Na tien jaar collecteren laat hij zich niet meer op vrijwillige basis onbeschoft behandelen.

Hans Roelofs