enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz


Hans Roelfs januari 2016Zoals te doen gebruikelijk kregen we op lagere school ieder week godsdienstonderricht, het heette: catechismusles en maakte onderdeel uit van het Rooms-Katholieke onderwijs. Hiervoor werd een uur vrij gemaakt op het lesrooster. In mijn herinneringen waren het vervelende lessen. Soms werd een verhaal uit de bijbel voorgelezen. Dat viel dan nog wel mee, maar een les bestond meestal uit het beantwoorden van vragen uit het catechismusboekje. Vragen die je een week tevoren had opgekregen. Het uit het hoofd leren van de vragen stelde ik zo lang mogelijk uit, meestal tot de avond er voor. Maar oh wee, wanneer bleek je les niet goed te hebben geleerd. Dan werd het nablijven, strafregels schrijven en bovendien een portie strafwerk om je thuis te vermaken.

Sommige geestelijken konden bovendien hardhandig optreden. Pater C. (de man is in een concentratiekamp omgebracht) had losse handjes. Bij het minste of geringste kreeg je een draai om de oren of sloeg en gooide hij met alles wat voorhanden was. Jan Willems, hij zat achter mij, weet daarvan mee te praten. Op een keer vroeg de pater aan mijn vriendje, we zaten in één bank: “Joop, hoeveel sacramenten zijn er, dat zul jij wel weten want het staat in de catechismus”. Joop, een pientere leerling en bekend om zijn snedige opmerkingen, had niets voorbereid en antwoordde opgewekt: “Pater, d’r zijn geen sacramenten meer”. De pater liep rood aan en zei driftig: “Hoe kom je daar bij, uilskuiken”. Joop bleef opvallend rustig en zei: “Nou dat heeft u zondag zelf op de preekstoel afgeroepen, de laatste sacramenten zijn toegediend aan mevrouw Gerritsen.”

Pater C. kon er de humor niet van inzien en begon uitgebreid te vertellen dat ‘de laatste sacramenten’, betekende ziekenzalving, en dat deze wordt toegediend bij mensen in de laatste levensfase.

Door de geagiteerde houding van de pater bleef het onrustig in de klas. Op een bepaald moment fluisterde ik Joop wat in het oor maar zag tegelijkertijd vanuit mijn ooghoeken dat de pater een bordenwisser pakte en in mijn richting gooide. Instinctief bukte ik me waardoor de achter mij zittende Jan Willems vol op het oog werd getroffen. Grote consternatie, in een oogwenk zat het oog dicht en huilend rende Jan de klas uit naar huis. ’s Middags bleef de bank van Jan Willems opvallend leeg. Toen we na vieren langs de pastorie liepen zagen we hoe vader Willems, toch niet een van de makkelijkste mensen, handenschuddend afscheid nam van mijnheer pastoor, een bijzonder beminnelijke man. De pater heeft nooit meer les gegeven.

Hans Roelofs