enquete
 
Bekkema
 
warrenhove
 
damhus
 
bewegingscentrum
 
abd pluskrant banner
 
humanitas
 
museumdr8888
 
smelneserfskip
 
meldij
 
rebbers
 
Uitinmedia

 Lindeboom

 

nieuwsbrief sunenz

Laagveen als leefgebied voor libellen

Laagvenen zijn moerasgebieden op de grens van hoog naar laag Nederland, die ontstaan zijn door turfwinning in het verleden. Meestal zijn in een dergelijk gebied veel sloten, kleine plassen (petgaten) en grote plassen ontstaan. Vooral de kleinere wateren groeien door natuurlijke vegetatieontwikkeling dicht met planten. Dit proces wordt verlanding genoemd en zonder ingrijpen kan dit zover doorgaan tot er uiteindelijk weer bos ontstaat. Voor libellen zijn verlandende wateren zeer waardevolle biotopen. Laagveen in dit stadium is rijk aan variatie zoals ondergedoken waterplanten, drijvende waterplanten die uit het water steken en veel verschillende planten op de waterkant. Er komen dan ook vele soorten libellen voor in de laagveengebieden.

Laagveengebieden zijn het meest soortenrijk als ze naast de variatie in begroeiing ook schoon, matig voedselrijk water hebben. Een bijzonder en soortenrijk watertype zijn sloten en petgaten die begroeid zijn met o.a. krabbenscheer. De larven van veel libellensoorten vinden een prima onderkomen tussen de stekelige bladeren van deze waterplant. De groene glazenmaker (zeldzame soort) zet haar eitjes af uitsluitend in krabbenscheer. Uiteraard zijn er ook bedreigingen voor de prachtige verlandingsvegetaties en dus ook voor de laagveenlibellen. Watervervuiling heeft in veel watergebieden geleid tot het verdwijnen van deze prachtige verlandingvegetaties.

Vervuild water van buiten leidt dikwijls tot problemen. De snelgroeiende planten winnen het dan van vele andere zeldzame soorten. Zonder ingrijpen zorgt het natuurlijke proces van verlanding ervoor dat een laagveengebied met libellen verandert in een bos zonder libellen. Dit maakt het nodig dat er af en toe petgaten en sloten open gemaakt worden, zodat de verschillende verlandingstadia aanwezig blijven. Maar teveel beheer leidt ook tot problemen omdat een aantal plantensoorten niet in een keer mogen worden weggehaald. De libellen in het laagveen zijn dus gebaat bij maatregelen die gericht zijn op het behoud van sloten en petgaten in verschillende stadia van verlanding. Dat betekent dat op gezette tijden een deel van de wateren moet worden vrijgemaakt van vegetatie. Ook kunnen er nieuwe petgaten worden gegraven.

Door het waterbeheer op verschillende tijden te laten plaatsvinden, blijft de afwisseling behouden en vinden libellen ieder jaar opnieuw geschikte voortplantingsplaatsen. Ook het maaien van oevervegetaties kan het beste gefaseerd gebeuren. Naast een goede verhouding van planten in het water kan ook op het land gezorgd worden voor een afwisseling van graslanden, ruigte en bos. Hierdoor ontstaan luwe plekken die geschikt zijn als jacht en rijpingsgebied voor volwassen libellen. Enkele algemeen voorkomende libellen in het laagveen zijn de grote roodoogjuffer en vuurjuffer. Zeldzame soorten zijn o.a. noordse winterjuffer, groene glazenmaker, gevlekte glanslibel.

Roel Vriesema, boswachter Staatsbosbeheer regio Noord